Werkgevers, werknemers en overheid hebben een groot gemeenschappelijk belang bij goede arbeidsomstandigheden. De Arbeidsomstandighedenwet (hierna Arbowet) verplicht iedere werkgever om een arbobeleid te voeren dat zo veel mogelijk gericht is op optimale arbeidsomstandigheden.

De primaire verantwoordelijkheid voor het bereiken van goede arbeidsomstandigheden ligt binnen de ondernemingen. Om een goed arbobeleid te kunnen vormgeven moet de werkgever een overzicht opstellen van alle risico's die in het bedrijf of de instelling kunnen voorkomen. Met de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) kan het bedrijf gestructureerd de risico’s aanpakken om zo de kans op arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten en ongevallen tot een minimum te beperken.

Gezondheid en veiligheid

Een RI&E dient te bestaan uit:

  • Inventarisatie van de aanwezige gevaren en van de al genomen risico­beperkende maatregelen op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn, ook met specifieke aandacht voor werknemers die behoren tot de ‘bijzondere categorieën van werknemers’ (bijvoorbeeld gedeeltelijk arbeidsgeschikten, zwangeren, jeugdigen en ouderen).
  • De evaluatie van de risico’s die aan de gevaren zijn verbonden.
  • De prioritering van de risico's.
  • De vaststelling welke maatregelen genomen zullen worden: het Plan van Aanpak.

Uit de RI&E kan blijken dat specifieke nadere inventarisaties nodig zijn. Dit betreft bijvoorbeeld geluid, gevaarlijke stoffen, welzijn, (machine)veiligheid, biologische factoren en trillingen.

Onderwerpen die bijvoorbeeld in een RI&E beschreven staan:

  • Zijn er binnen het bedrijf gevaarlijke stoffen aanwezig die de gezondheid/veiligheid zouden kunnen schaden? Zo ja, welke? En is er wellicht sprake van blootstelling aan deze stoffen en zo ja, hoeveel?
  • Is er sprake van een kans op fysieke overbelasting? Hoe groot is de fysieke belasting van uw werknemers?
  • Zou beeldschermwerk de gezondheid van de werknemers kunnen beïnvloeden? Hoeveel beeldschermwerk doen de werknemers per dag?
  • Kan het lawaai leiden tot een gevaarlijke/ongezonde situatie?
  • Heeft het bedrijf de geschikte arbeidsmiddelen?
  • Welke gevaren levert het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen op?
  • Lopen de werknemers de kans te maken te krijgen met seksuele intimidatie of geweld?

Bijzondere categorieën

De RI&E dient risico's voor bijzondere categorieën werknemers, zoals werknemers jonger dan 18 jaar, zwangere werknemers, werknemers tijdens de lactatie en werknemers met een arbeidshandicap of gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid, te beschrijven.

Plan van Aanpak

Onderdeel van de RI&E is het Plan van Aanpak. In het Plan van Aanpak is beschreven welke maatregelen genomen zullen worden om de geïnventariseerde risico’s aan te pakken. Ook dient in het Plan van Aanpak opgenomen te worden binnen welke termijn deze maatregelen uitgevoerd worden en wie binnen de organisatie hiervoor verantwoordelijk gesteld is. Vervolgens dient de werkgever daadwerkelijk de onderwerpen uit het Plan van Aanpak aan te pakken.

Toetsing

Na het uitvoeren van de RI&E en het opstellen van het Plan van Aanpak moeten deze voorgelegd worden aan een gecertificeerde arbodienst of een gecertificeerde arbokerndeskundige. Zij beoordelen of de ingevulde RI&E compleet en betrouwbaar is en uitgaat van de huidige stand van wetenschap en techniek. Ze schijven een advies aan de werkgever o.a. over het Plan van Aanpak.

Alle erkende RI&E-instrumenten staan op de site van steunpunt RI&E. Daar staan ook alle voorwaarden voor de toetsing. Er hoeft geen toetsing van de RI&E plaats te vinden wanneer:

  • alle werknemers in het bedrijf samen 40 uur of minder werken;
  • het bedrijf ten hoogste 25 werknemers heeft én gebruik maakt van een door het Steunpunt RI&E erkende branche-RI&E of gebruik maakt van een branche-RI&E die in de CAO is opgenomen.

Inspraak ondernemingsraad

Werknemers hebben via het instemmingsrecht van de ondernemingsraad inspraak in het opstellen van de RI&E en het Plan van Aanpak. De Ondernemingsraad kan op die manier een bijdrage leveren aan eventuele verbeteringen of aanvullingen.

Overige aandachtspunten:

  • De RI&E is in eerste instantie een globale inventarisatie van de gevaren en risico's. Hieruit kan blijken dat specifieke nadere inventarisaties nodig zijn. Dit betreft bijvoorbeeld nadere inventarisaties van geluid, gevaarlijke stoffen, welzijn, machineveiligheid, biologische factoren en trillingen. Deze verdieping hoort ook tot de verplichte acties van een werkgever.
  • In de RI&E dient aandacht besteed te worden aan de toegang van werknemers tot een preventiemedewerker of een kerndeskundige.
  • De RI&E wordt net zo vaak aangepast als de daarmee opgedane ervaring, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden of de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening daartoe aanleiding geven.
  • Ter voorkoming en beperking van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken dient een speciale aanvullende RI&E opgesteld te worden.

Voor risico's die te maken hebben met zware ongevallen met gevaarlijke stoffen moet een aanvullende RI&E worden opgesteld: een zogenoemde ARIE. Hierin legt een werkgever schriftelijk vast hoe hij de gevolgen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen beheerst. Een ARIE bestaat (net als de RI&E) uit de volgende onderdelen:

  • Inventarisatie van de gevaren en risicobeperkende maatregelen (welke gevaren zijn er?).
  • Evaluatie van de risico's (hoe groot zijn de risico's?).
  • Plan van Aanpak (wat doen, wanneer uitgevoerd?).

10 tips om de RI&E en arbocatalogus op elkaar aan te laten sluiten

Hoe zorg je ervoor dat de RI&E en arbocatalogus optimaal op elkaar aansluiten? En hoe motiveer en stimuleer je gebruikers? Steunpunt RI&E geeft 10 tips uit de praktijk, samengesteld uit ervaringen van 10 brancheorganisaties.

Zie ook