Kankerverwekkende stoffen kunnen kanker veroorzaken of de kans op kanker vergroten. Mutagene stoffen kunnen het erfelijk materiaal beschadigen en in combinatie met andere stoffen kunnen ze kanker veroorzaken.

Waar komt je het tegen?

Kankerverwekkende en mutagene stoffen kunnen in vrijwel alle werksituaties voorkomen. Bijvoorbeeld in de industrie, bouwnijverheid, ziekenhuizen en laboratoria.

De bijdrage van arbeidsgebonden factoren aan het ontstaan van kanker wordt geschat op enkele procenten. Dit komt per jaar neer op enkele duizenden gevallen van kanker, waarbij het beroep mogelijk een rol speelt als factor.

Om welke stoffen gaat het?

Twee keer per jaar wordt in de Staatscourant een niet-limitatieve lijst van kankerverwekkende stoffen en processen gepubliceerd. Adviesrapporten met nieuwe classificaties worden gepubliceerd op de website van de Gezondheidsraad.

Ook het Veiligheidsinformatieblad (VIB) of andere bronnen kunnen stoffen aanwijzen als kankerverwekkend of mutageen. Wie informatie heeft waaruit blijkt dat stoffen kankerverwekkend of mutageen zijn, wordt aangeraden een toxicoloog of arbeidshygiënist te raadplegen. Deze kan advies geven over mogelijke risico's voor de gezondheid van blootgestelde werknemers.

Wettelijke verplichtingen

Verbodsbepalingen

In de wet zijn eisen opgenomen voor het werken met kankerverwekkende en mutagene stoffen. Voor een aantal specifieke kankerverwekkende stoffen en processen zijn bepalingen opgenomen die het gebruik geheel verbieden of soms alleen bepaalde toepassingen uitsluiten.

Aanvullende eisen voor kankerverwekkende en mutagene stoffen

Voor de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet de werkgever de blootstelling aan gevaarlijke stoffen beoordelen. Dit wordt de ‘RI&E stoffen’ genoemd.

Er gelden specifieke eisen voor de toepassing van kankerverwekkende en mutagene stoffen.

Er zijn aanvullende registratie-eisen:

  • De reden waarom het gebruik van kankerverwekkende of mutagene stoffen of het toepassen van een kankerverwekkend proces noodzakelijk is.
  • De reden waarom vervanging technisch niet uitvoerbaar is.
  • De hoeveelheid kankerverwekkende of mutagene stof die per jaar gebruikt of gemaakt wordt of die aan die aanwezig is.
  • Het aantal keer dat een kankerverwekkend proces per jaar wordt toegepast.
  • Het soort werk dat met kankerverwekkende of mutagene stoffen wordt gedaan.
  • Het soort werk waarbij een kankerverwekkend proces wordt toegepast.
  • Het aantal werknemers dat betrokken is.
  • Registratie van de namen van werknemers die met deze stoffen werken.
  • De doeltreffende beheersing van de blootstellingsrisico’s (met extra eisen voor een aantal specifieke stoffen).
  • De persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt worden.
  • De gevallen waarin kankerverwekkende of mutagene stoffen of de kankerverwekkende processen worden vervangen, zodat werknemers geen of minder gevaar lopen.
  • Een register van werknemers die toch blootgesteld zijn geraakt aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of aan stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende stoffen (hierbij moet ook de hoogte van de blootstelling worden vermeld).

En:

  • Werknemers hebben recht op inzage in de gegevens over zichzelf.
  • Er zijn speciale eisen voor hergebruik van lucht op de werkplek.
  • Er zijn speciale eisen voor pro-actief informeren van werknemers.
  • Het is voor werknemers onder de 18 jaar verboden om met kankerverwekkende of mutagene stoffen te werken.

Wanneer is het een risico?

Op de verpakking van producten kan aangegeven zijn of het gaat om een gevaarlijke stof. Het gevaarsymbool geeft aan om welk gevaar het gaat. Of een stof kankerverwekkend of mutageen is, is niet direct te zien aan het gevaarsymbool. De R-zinnen (risico-zinnen) op het etiket geven meer informatie. Kankerverwekkende stoffen zijn herkenbaar aan de risicozinnen R45 of R49 en mutagene stoffen aan R46.

Ook is het mogelijk dat het product volgens de nieuwe regels van het GHS (Global Harmonized System) is geëtiketteerd. Dit is het geval wanneer het etiket in rood is weergegeven. Op den duur worden alle stoffen en mengsels van stoffen op deze nieuwe manier geëtiketteerd, ingedeeld en verpakt.

Soms is een stof niet verpakt, maar komt deze vrij tijdens het werkproces. Voorbeelden zijn hardhoutstof, kwartsstof en dieselmotoremissie. Deze stoffen zijn niet voorzien van een verpakking en hebben dan ook geen R-zinnen. Het is daarom minder makkelijk te bepalen of het gaat om kankerverwekkende of mutagene stoffen.

Het ministerie van SZW publiceert niet-limitatieve lijsten met stoffen die kankerverwekkend of mutageen zijn. Het is belangrijk deze te raadplegen en te vergelijken met de stoffen die in het bedrijf of de instelling aanwezig zijn. Daarnaast is het raadzaam bij werkzaamheden waar kankerverwekkende en/of mutagene stoffen aanwezig zijn een gespecialiseerd arbo-adviesbureau of een arbodienst te raadplegen.

Welke maatregelen kunnen werkgevers nemen?

Bij het nemen van maatregelen om blootstelling te verlagen is een werkgever verplicht om de arbeidshygiënische strategie te volgen, het voorgeschreven stappenplan om de blootstelling te verlagen. Dit houdt in dat maatregelen op een zo hoog mogelijk niveau genomen moeten worden. Pas als een maatregel van een bepaald niveau om technische redenen niet mogelijk is, mag gekozen worden voor maatregelen van één niveau lager. Economische redenen mogen niet gebruikt worden om te kiezen voor een lager niveau van maatregelen in de arbeidshygiënische strategie.

Het is verplicht om de beschermingsmaatregelen zo dicht mogelijk bij de bron te treffen, bij voorkeur door te kiezen voor een niet-kankerverwekkende stof of niet-kankerverwekkend proces. Als dat niet mogelijk is, kies dan bij voorkeur voor een gesloten systeem. Kiezen voor een niveau lager is pas toegestaan als het realiseren van het voorgaande niveau technisch niet mogelijk is. Denk aan ventilatie, scheiding van mens en bron en gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Zorg ervoor dat iedere niveaumaatregel op effectiviteit wordt getoetst.

Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen mag geen blijvende eindoplossing zijn. Het gebruik mag niet langer duren dan strikt noodzakelijk is. Altijd moet onderzocht worden op welke wijze adequate beheersing van de blootstelling met maatregelen uit een hoger niveau mogelijk is.

Het is denkbaar dat een ongeluk optreedt waarbij plotseling een verhoogde blootstelling mogelijk is. Zo'n situatie kan een noodsituatie of calamiteit genoemd worden. Omdat bij zo'n situatie onoverzichtelijkheid of zelfs paniek kan voorkomen, is het goed om vooraf procedures gereed te hebben waarin beschreven is hoe gehandeld moet worden.

Op grond van artikel 1.42 van het Arbobesluit moet de werkgever ervoor zorgen dat het werk geen gevaar oplevert voor de gezondheid van vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven. Ook mag de zwangerschap of de borstvoeding niet nadelig worden beïnvloed door het werk. Wanneer het aanpassen van het werk een onredelijke eis blijkt, moet de werkgever zorgen voor (tijdelijk) vervangend werk. In het uiterste geval moet de werkneemster tijdelijk worden vrijgesteld van werk.