Verplichtingen van de werkgever

Als er maatregelen genomen worden om de blootstelling te verlagen, is een werkgever verplicht om de arbeidshygiënische strategie te volgen. Dat is het voorgeschreven stappenplan om de blootstelling te verlagen. Dit houdt in dat maatregelen op een zo hoog mogelijk niveau genomen moeten worden. Pas als een maatregel van een bepaald niveau om technische redenen niet mogelijk is, mag gekozen worden voor maatregelen van één niveau lager. Economische redenen mogen niet gebruikt worden om te kiezen voor een lager niveau van maatregelen in de arbeidshygiënische strategie.

Het is verplicht om de beschermingsmaatregelen zo dicht mogelijk bij de bron te treffen, bij voorkeur door te kiezen voor een niet-kankerverwekkende stof of niet-kankerverwekkend proces. Als dat niet mogelijk is, kies dan bij voorkeur voor een gesloten systeem. Kiezen voor een niveau lager is pas toegestaan als het realiseren van het voorgaande niveau technisch niet mogelijk is. Denk aan ventilatie, scheiding van mens en bron en gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Zorg ervoor dat iedere niveaumaatregel op effectiviteit wordt getoetst.

Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen mag geen blijvende eindoplossing zijn. Het gebruik mag niet langer duren dan strikt noodzakelijk is. Altijd moet onderzocht worden op welke wijze adequate beheersing van de blootstelling met maatregelen uit een hoger niveau mogelijk is.

Het is mogelijk dat een ongeluk optreedt waarbij plotseling een verhoogde blootstelling ontstaat. Zo'n situatie kan een noodsituatie of calamiteit genoemd worden. Omdat zo'n situatie onoverzichtelijk kan worden of er zelfs paniek kan ontstaan, is het goed om vooraf procedures gereed te hebben waarin beschreven is hoe gehandeld moet worden.

Zwanger

Op grond van artikel 1.42 van het Arbobesluit moet de werkgever ervoor zorgen dat het werk geen gevaar oplevert voor de gezondheid van vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven. Ook mag de zwangerschap of de borstvoeding niet nadelig worden beïnvloed door het werk. Als blijkt dat het niet mogelijk is het werk aan te passen, moet de werkgever zorgen voor (tijdelijk) vervangend werk. En als het echt niet anders kan, moet de werkneemster tijdelijk worden vrijgesteld van werk.