De wettelijke verplichtingen rond het aanstellen van de preventiemedewerker zijn vastgelegd in artikel 13 van de Arbowet. In de Arbowet is ook vastgelegd welke wettelijke taken de preventiemedewerker heeft. Natuurlijk kan hij of zij daarnaast extra taken oppakken, in overleg met de werkgever.
In de Arbowet staat het volgende over het aanstellen van een preventiemedewerker:
- Elk bedrijf moet ten minste één medewerker aanwijzen als preventiemedewerker. Het bedrijf mag pas iemand van buiten aanstellen als de werkzaamheden te complex worden voor de preventiemedewerker. Heeft een bedrijf maximaal 25 werknemers in dienst, dan mag de werkgever zelf de preventiemedewerker zijn.
- Heeft een bedrijf een ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT), dan moet die instemmen met de benoeming van de persoon en de positie van de preventiemedewerker.
- Het is van belang dat de preventiemedewerker genoeg kennis en ervaring heeft om de preventietaken goed uit te kunnen voeren. De werkgever moet ervoor zorgen dat de preventiemedewerker genoeg tijd krijgt om meer kennis op te doen en taken uit te voeren.
De drie wettelijke taken van de preventiemedewerker
Het is gebruikelijk dat de preventiemedewerker zelf in het bedrijf werkt. Zo is hij of zij vindbaar voor andere medewerkers. De medewerkers kunnen helpen bij het opsporen van risico’s op gezondheidsklachten en ongevallen. Voorbeelden van risico’s zijn blijvende gehoorschade, werken met gevaarlijke stoffen of rugklachten door tillen.
De preventiemedewerker helpt bij het opstellen van een overzicht met daarin alle risico’s rond veiligheid, gezondheid en welzijn binnen het bedrijf. Dit leidt tot de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). De werkgever krijgt door de RI&E snel inzicht in waar verbeteringen nodig of gewenst zijn.
De preventiemedewerker is betrokken bij het opstellen en uitvoeren van de RI&E en weet daarom veel over arbeidsrisico’s binnen het bedrijf. Hij of zij heeft veel kennis en moet de bedrijfsarts, andere arbodienstverleners en de OR/PVT adviseren en met ze samenwerken. In het basiscontract van de werkgever met een arbodienst of bedrijfsarts moet zijn vastgelegd dat de bedrijfsarts tijd moet reserveren voor overleg met de preventiemedewerker.
Daarnaast let de preventiemedewerker erop dat er aandacht wordt besteed aan het tegengaan van de risico’s die in de RI&E staan. Hij of zij helpt de werkgever bijvoorbeeld met voorlichting over duidelijke werkinstructies, het juiste gebruik van beschermingsmiddelen en handige tools bij langdurig beeldschermgebruik.
Takenpakket uitbreiden
Naast de drie wettelijke taken kan de werkgever het takenpakket van de preventiemedewerker uitbreiden. Denk hierbij aan het:
- bijhouden en registreren van bedrijfsongevallen;
- vervullen van de rol van vertrouwenspersoon binnen het bedrijf;
- organiseren van de samenwerking met de bedrijfshulpverlening.