Hoe werkt het SZW-stelsel van verplichte certificatie?

Er zijn meerdere partijen betrokken bij verplichte certificatie. Iedere partij heeft zijn eigen rol.

  • Bij wettelijk verplichte certificatie verklaart een certificerende instelling (CI) schriftelijk dat een persoon, bedrijf of systeem voldoet aan bepaalde eisen. Een certificaat wordt afgegeven met een bepaalde geldigheidsduur, meestal drie of vier jaar. Tijdens deze periode onderzoekt de CI periodiek of de certificaathouder nog steeds voldoet aan de certificatie-eisen.
  • De certificatie-eisen worden vastgelegd in een certificatieschema. Certificatie-eisen worden opgesteld door (deskundigen van) belanghebbende partijen die zijn verenigd in een (Centraal) College van Deskundigen (CCvD), ook wel schemabeheerder genoemd. Belanghebbende partijen zijn onder andere klanten, gebruikers, bedrijven en CI’s. Een schemabeheerder kan een reeds bestaande beheerstichting zijn, maar het schemabeheer kan ook bij een andere organisatie zijn ondergebracht.
  • De CI’s worden beoordeeld door de Raad voor Accreditatie (RvA).  Accreditaties door de RvA vormen de basis voor de aanwijzing van de CI.
  • De CI’s worden aangewezen door de Inspectie SZW namens de minister van SZW, mits zij voldoen aan de wettelijke criteria, waaronder (in principe) het beschikken over een accreditatie. De procedure voor het aanvragen van een aanwijzing vindt u op de website van Inspectie SZW
  • De Inspectie SZW houdt ook toezicht op de aangewezen CI’s. Daarnaast heeft de Inspectie SZW een algemene verantwoordelijkheid voor de handhaving en het toezicht op de wettelijke verplichtingen van werkgevers en werknemers, zoals de verplichting te beschikken over een certificaat. Tot slot houdt de Inspectie toezicht of het gezond en veilig werken op het werkveld effectief bevorderd wordt door het wettelijk stelsel (stelseltoezicht).