Biologische agentia en kwetsbare groepen

Niet iedereen wordt even snel ziek bij blootstelling aan biologische agentia. Dat kan met aangeboren eigenschappen te maken hebben of met eigenschappen die op latere leeftijd naar voren komen.

Iedereen is anders

Het uitgangspunt van de Arbowet is dat de belasting moet worden aangepast aan de mate waarin iemand vatbaar is. Bij andere arborisico's bestaan wettelijke normen die een algemene toegestane belasting aangeven, bijvoorbeeld maximaal aanvaarde waarden wat betreft blootstelling aan lawaai of straling. Deze zijn zo vastgesteld dat ze een grens aangeven waarbij de meerderheid van alle mensen geen gezondheidsschade ondervindt. Zulke grenswaarden bestaan niet bij het risico biologische agentia.

Voorbeelden van kwetsbare groepen

  • Zwangeren - Zwangere werknemers zijn zeer gevoelig als het gaat om biologische agentia (zie ook ‘Biologische agentia en zwangerschap’). Niet alleen de moeder maar ook het toekomstige kind kan blijvende gezondheidsschade oplopen als de moeder op het werk een infectieziekte oploopt. Het is bijvoorbeeld verboden voor een zwangere werknemer om werkzaamheden te verrichten waarbij zij kan worden blootgesteld aan de biologische agentia Toxoplasma en Rubellavirus, tenzij is gebleken dat zij hiervoor immuun is. Zie Arbobesluit artikel 4.109.
  • Jongeren - Jongere werknemers zijn nog niet volgroeid. Zo is hun immuunsysteem nog niet volledig op peil, missen zij vaak nog de specifieke afweer tegen bepaalde organismen. Een ontsteking kan extra nadelige effecten hebben, omdat er groeiafwijkingen kunnen ontstaan. Daarnaast hebben jongeren meer kans op het oplopen van kleine verwondingen, omdat de coördinatie van de spieren nog niet optimaal is en ze veel werkzaamheden nog goed in de vingers moeten krijgen. Jeugdige werknemers mogen niet werken met of niet worden blootgesteld aan biologische agentia van categorie 3 of 4. Zie Arbobesluit artikel 4.105.
  • Oudere werknemer - Bij de oudere werknemer is er weliswaar vaak sprake van een specifieke afweer tegen vele organismen, maar is de algemene afweer vaak lager. Sommige ziekten, zoals rodehond en de bof, zijn als kinderziekte vrij ongevaarlijk, maar als ze op volwassen of oudere leeftijd worden opgelopen, kunnen de gevolgen wel degelijk ernstig zijn.
  • Werknemers met een zwak immuunsysteem - Personen met een verzwakt afweersysteem kunnen geheel anders reageren op een blootstelling aan biologische agentia. Zeer vergaande maatregelen kunnen bij deze personen nodig zijn, afhankelijk van de staat van het afweersysteem.

  • Mensen met luchtweg- of allergische klachten - Medewerkers kunnen een aanleg hebben voor overgevoeligheden en/of allergieën. Personen met een dergelijke aanleg kunnen heftiger, reageren op biologische agentia. Voorbeelden zijn kattenkrabziekte en papegaaienziekte.

Preventie

De Arbowet verplicht werkgevers aandacht te besteden aan de risico’s die kwetsbare werknemers ondervinden door blootstelling aan biologische agentia. Problemen kunnen worden voorkomen door een goede preventie:

  • de uitgangspunten van de arbeidshygiënische strategie;
  • de uitgangspunten van de Risico Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E);
  • het vermijden van contact met zieke werknemers;
  • een tijdige vaccinatie.

Lees hier meer over de te nemen maatregelen bij het werken met biologische agentia.

Zie ook