Werknemers die vaak of lang achter elkaar in ongezonde werkhoudingen werken, hebben meer kans op (blijvende) klachten aan spieren, pezen, banden of gewrichten.

Bij ongezonde werkhoudingen (denk aan gebukt, met geheven armen of geknield werken) worden spieren en pezen lang of sterk aangespannen. Ook kunnen extreme houdingen (waarbij de uiterste gewrichtsstand wordt ingenomen) zorgen voor spanning op pezen, banden en spieren. Dat kan leiden tot vermoeidheid of zelfs tot schade. Het is daarom belangrijk om deze vorm van lichamelijke belasting zo veel mogelijk te beperken. Werkgevers zijn verplicht om maatregelen te nemen zodat werknemers zoveel mogelijk in een goede werkhouding kunnen werken.

Klachten aan spieren, pezen, banden en gewrichten

Als er lang moet worden gewerkt in een ongezonde werkhouding dan kan dit leiden tot statische belasting van de spieren. Het gevolg is een minder goede doorbloeding. Dit kan na verloop van tijd leiden tot klachten aan spieren en pezen. Ook kunnen extreme houdingen (waarbij de uiterste gewrichtsstand wordt ingenomen) zorgen voor spanning op pezen, banden en spieren.  Zo kan het werken met gebogen of gedraaide rug leiden tot rugklachten. Het werken met een gebogen of gedraaide nek of met geheven armen kan leiden tot nek- en schouderklachten. Extreme polshoudingen kunnen leiden tot klachten in pols en hand en geknield of gehurkt werken kan leiden tot knieklachten.

Ook staand en zittend werken brengen risico’s met zich mee.

Regels over werkhoudingen

De Arbowet kent geen specifieke bepalingen over werkhoudingen. Wel is elke werkgever verplicht ervoor te zorgen dat de fysieke belasting geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemer. Dit staat in het Arbobesluit hoofdstuk 5.2 en 5.3. De werkgever moet daarom de organisatie van werk en werkmethoden zo organiseren en de werkplek zo inrichten dat deze voldoen aan regels in het Arbobesluit.

Ook moeten werkhoudingen in de risico-inventarisatie en -evaluatie opgenomen zijn. Bij een te hoog risico moeten maatregelen in het Plan van Aanpak worden opgenomen. Hierin moet ook vermeld staan wie er verantwoordelijk is voor de maatregelen en vanaf wanneer de maatregelen gelden.

In de normen NEN-EN 1005-4 en de NEN-ISO 11226 staan richtlijnen voor zit- en stahoudingen, houdingen van de nek en het hoofd, romphoudingen, de schouders en bovenarmen, ellebogen en onderarmen, polsen en handen. De richtlijnen geven aan hoe lang iemand maximaal in een bepaalde houding kan zitten of staan.

Aandachtspunten bij werkhoudingen

In het algemeen geldt voor alle gewrichten dat de normale houding (dichtbij de ‘ middenstand’) de gezondste werkhouding is. Op die manier worden spieren en pezen niet teveel aangespannen. Lukt het werken in een normale houding niet dan is het risico dat optreedt afhankelijk van hoe lang en hoe vaak deze houdingen voorkomen en van de tussenpozen (pauzes of andere, minder belastende, taken).

Inzicht in de risico’s

Om inzicht te krijgen in de risico’s van werkhoudingen voor de gezondheid is het Werkhoudingeninstrument (WHI) ontwikkeld. Deze methode wordt ook door de Inspectie SZW gehanteerd.

Maatregelen op het gebied van techniek, organisatie van werk en gedrag

Als er sprake is van een risico dan moet de werkgever maatregelen nemen om het risico kleiner te maken. De Arbowet schrijft daarbij als eerste de bronaanpak voor, oftewel het wegnemen van de oorzaak van het probleem. Wanneer aanpak bij de bron niet mogelijk is, kunnen technische maatregelen worden genomen of kan het werk anders worden georganiseerd. Daarnaast is het van belang maatregelen te nemen gericht op het gedrag van de werknemer.

Voorbeelden van maatregelen

Voorbeelden van technische maatregelen om de werkhouding te verbeteren zijn het gebruik van heftafels of – plateaus of het optimaliseren van de werkhoogte en reikafstanden door ergonomische werkplekinrichting.

Organisatorische maatregelen richten zich op afwisseling tussen taken met belastende werkhoudingen en andere minder belastende taken, bijvoorbeeld door het aanpassen van werkschema’s of de belastende taken te wisselen met die van collega’s.

Daarnaast moeten werknemers er zelf op letten dat zij in de juiste houding werken en voldoende afwisselen van houding. Adviezen zijn bijvoorbeeld:

  • zorg ervoor dat beide voeten op de vloer staan;
  • zit of sta recht voor het werk – voorkom dat de rug moet draaien;
  • zit of sta dicht bij het werk – voorkom dat de armen ver moeten reiken;
  • vraag om aanpassing van de werkhoogte zodanig dat in een neutrale houding gewerkt kan worden zonder bukken, geheven bovenarmen, knielen of hurken;  
  • neem genoeg pauze om vermoeidheid te voorkomen; en 
  • luister naar het eigen lichaam - forceer niets bij klachten.

Naast deze algemene aanbevelingen, zijn er passende oplossingen per sector te vinden in de arbocatalogi die voor diverse branches zijn opgesteld.

Voorbeelden van beroepen en sectoren met ongezonde werkhoudingen

Ongezonde werkhoudingen komen in allerlei sectoren voor en het meeste in de bouwnijverheid, de gezondheidszorg, de agrarische sector en de industrie. Voorbeelden van beroepen met ongezonde werkhoudingen zijn: verpleegkundigen, tandartsen en mondhygiënisten, kappers, (onderhouds)monteurs,  schoonmaakpersoneel, telers, hoveniers en chauffeurs.

Voorbeelden van ongezonde werkhoudingen

Een aantal voorbeelden van mogelijke risicohoudingen zijn:

  • >25° gebogen / gedraaid / zijwaarts gebogen hoofd (nekbelasting)
  • >30° voorover gebogen romp (rugbelasting)
  • >30° voorwaarts / zijwaarts geheven bovenarmen (schouderbelasting)
  • Hurken of knielen

Of een houding belastend is voor spieren, pezen en gewrichten is afhankelijk van hoe vaak en hoe lang de houding wordt aangenomen.  In de Europese Norm EN1005-4 staan richtlijnen voor houdingen die kunnen leiden tot gezondheidsklachten als deze vaak en lang worden aangenomen. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen statische en dynamische houdingen. Er is sprake van een statische werkhouding als een lichaamsdeel langere tijd achter elkaar dezelfde houding aanneemt. Bij frequente dynamische houdingen kan sprake zijn van herhalende bewegingen.