Vluchtige organische stoffen (VOS) komen vrij bij verdamping van aardolieproducten en andere organische stoffen en bij onvolledige verbranding. Voorbeelden zijn benzine, verf, inkten, lijmen, oplos- en schoonmaakmiddelen (reinigingsmiddelen), boenwas, cosmetica en nagellakremover.

Vluchtige organische stoffen

Wat zijn vluchtige organische stoffen?

Vluchtige organische stoffen zijn in grote lijnen organische verbindingen en mengsels hiervan, die bij een kamertemperatuur van 20 °C een dampspanning hebben van ten minste 0,01 kPa.

Wat is het risico?

VOS-houdende producten kunnen brandbaar zijn. Afhankelijk van de mate van brandbaarheid zijn ze ingedeeld in K0-, K1-, K2- en K3-vloeistoffen. De K0-vloeistoffen zijn vanwege hun hoge vluchtigheid het gevaarlijkst (een hoge kans op brand en explosie).

Daarnaast kunnen vluchtige organische stoffen ook gezondheidsklachten veroorzaken. Bij kortdurende blootstelling aan een hoge concentratie oplosmiddel kunnen een verdovend effect, misselijkheid, hoofdpijn, duizeligheid en hartkloppingen ontstaan. De klachten verdwijnen vaak snel na beëindiging van de werkzaamheden.

Bij langdurige blootstelling kan permanente gezondheidsschade ontstaan. Het kan leiden tot versnelde veroudering van de hersenfuncties. De laatste aandoening staat bekend als de ‘schildersziekte’, organisch psychosyndroom (OPS) of chronische toxische encefalopathie (CTE). Sommige oplosmiddelen zijn schadelijk voor de voortplanting.

Waar komt een werknemer het tegen?

Vrijwel iedereen in Nederland wordt al dan niet beroepsmatig blootgesteld aan VOS. Hierbij gaat het om dampen afkomstig van verven, lijmen, drukinkt, schoonmaakmiddelen, bestrijdingsmiddelen en brandstoffen, en om stoffen die vrijkomen bij het bereiden (koken, bakken), branden (uitlaatgassen) en rotten van organisch materiaal. Geschat wordt dat voor 2% van de beroepsbevolking de blootstelling in het werk tot gezondheidsschade leidt als er geen maatregelen worden genomen.

Wettelijke verplichtingen

Voor de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet de werkgever de blootstelling aan vluchtige organische oplosmiddelen beoordelen. Voor de meeste stoffen zijn grenswaarden vastgesteld. Dit is de maximale dosis waaraan medewerkers mogen worden blootgesteld tijdens een achturige werkdag. Als de overheid geen grenswaarde heeft vastgesteld, dan moet de werkgever dit zelf doen.

In het kader van de arbeidsomstandighedenregeling zijn de afgelopen jaren voor een aantal branches of activiteiten vervangingsregelingen opgesteld, bijvoorbeeld verven en lijmen in binnensituaties. Meerdere arbocatologi hebben maatregelen om blootstelling aan VOS te verminderen of te voorkomen opgenomen.

Hoe is het risico te bepalen?

De grootte van het risico is te bepalen met metingen. Ook kunnen met de Stoffenmanager schattingen van blootstellingen gemaakt worden. Verder kan de blootstelling worden bepaald door de vergelijking met meetresultaten van vergelijkbare situaties. Hier is wel specifieke deskundigheid bij vereist. Voor advies kunnen werkgevers terecht bij gespecialiseerde arbo-adviesbureaus of bij een arbodienst.

Maatregelen

De grafische industrie en de metaalindustrie (Verbetercheck Oplosmiddelen metalektro) hebben instrumenten ontwikkeld voor het doeltreffend beheersen van VOS-blootstelling. De maatregelen zijn doeltreffend als de blootstelling onder de grenswaarden blijft.

Bij het treffen van beheersmaatregelen kan worden uitgegaan van de stof met het hoogst potentiële risico. Wanneer deze voldoende beheerst wordt, zal dit ook gelden voor de overige stoffen die gebruikt worden op een bepaalde plek.

Beheersmaatregelen moeten worden opgenomen in een Plan van Aanpak en worden uitgevoerd volgens de arbeidshygiënische strategie. Dit kunnen zijn:

  • Bronmaatregelen:

- vervanging van de stof door minder schadelijke stof;

- reductie van blootstelling door bijvoorbeeld verbranding;

- isolatie van bronnen of gesloten systemen maken.

  • Maatregelen in de overdrachtsweg:

- ventilatie, dampretour;

- vermijden van blootstelling door bijvoorbeeld gebruik van robots, afstandsbediening, werken in overdrukcabines door bijvoorbeeld kraanmachinisten.

  • Maatregelen bij de ontvanger:

- Persoonlijke beschermingsmaatregelen (PBM). Hierbij moet worden gedacht aan ademhalingsbescherming en beschermende kleding inclusief handschoenen. Op deze manier wordt de inhalatie van VOS en huidcontact zo veel mogelijk voorkomen. Het is van belang de juiste PBM te kiezen, deze op de juiste manier te gebruiken en tijdig te vervangen door nieuwe middelen.

- Belangrijk aspect bij het treffen van beheersmaatregelen is ook de perceptie van het gevaar, de blootstelling aan vluchtige stoffen en de gevolgen daarvan, bij de doelgroep.