Wat zijn de risico’s van trillingen en schokken?

Mechanische trillingen en schokken worden in de arbowet onderscheiden in lichaamstrillingen en hand-armtrillingen. Van beide vormen is wetenschappelijk bewezen dat ze schade kunnen veroorzaken in het menselijk lichaam en dat de kans op schade toeneemt naarmate de intensiteit of de blootstellingsduur toeneemt. Een veilige dosis is niet bekend.

Lichaamstrillingen

Er is sprake van lichaamstrillingen als de mechanische trillingen of schokken via de voeten of het zitvlak overgedragen worden op de persoon. Meestal draagt de stoel op een voertuig de trillingen of schokken over, maar soms is er ook sprake van een trillend bordes waarop werknemers moeten staan. Bijvoorbeeld bij het rijden met vrachtwagens, heftrucks, elektropallettrucks, grondverzet- of asfalteermachines en tractoren.

Lichaamstrillingen en -schokken blijken vooral schade te kunnen veroorzaken aan de lage rug, de wervelkolom en bij zwangerschappen (vanwege schade aan de placenta). Ook duizeligheid kan optreden bij trillingen in een zeer lage frequentie, zoals op schepen (zeeziekte).

Hand-armtrillingen

Er is sprake van hand-armtrillingen bij gebruik van trillend of stotend handgereedschap, zoals een (haakse) slijpmachine, motorkettingzaag, motorheggenschaar, pneumatische bikhamer of veelvuldig toegepaste pneumatische hamer of zogeheten tacker.

Hand-armtrillingen blijken zowel neurologische schade te kunnen veroorzaken in de vingers en handen als verstoringen in de bloedsomloop. Het effect valt soms waar te nemen als het syndroom van Raynaud. Kenmerkend bij dit syndroom zijn de witte vingerkootjes, vandaar dat ook de term ‘het witte-vingersyndroom’ voorkomt. Door het plotseling samentrekken van de spiertjes in de bloedvatwand stroomt er tijdelijk minder bloed door de bloedvaten van de vingers, waardoor ze wit worden. Op de lange termijn kan de slechte doorbloeding resulteren in onherstelbare schade aan botten, gewrichten, bloedvaten of zenuwen in handen en armen.