Prikaccidenten

‘Prikaccidenten’ zijn prik-, snij-, bijt- en spatongelukken. Hierbij kunnen er door bloed-bloedcontact ziekteverwekkers zoals virussen worden overgedragen. Veel mensen onderschatten de risico’s hiervan.

Prikaccidenten

Omdat de meeste prikaccidenten in de zorgsector voorkomen, wordt er gewerkt met een Europese richtlijn die werkgevers van alle lidstaten verplicht om hun medewerkers te beschermen tegen prikaccidenten. In Nederland is dat vertaald in het Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.97. Daarin staat dat:

  • veilige naaldsystemen beschikbaar moeten zijn met ingebouwd veiligheids- en beschermingsmechanisme;
  • recappen verboden is.

Veilige naaldsystemen zijn naalden, chirurgische messen en andere (scherpe) medische hulpmiddelen met ingebouwde beveiliging, zodat de uitvoerende zorgmedewerker na gebruik zichzelf of een ander er niet mee kan besmetten. Dit betekent dat het gebruik van naaldenbekers of –containers alleen niet voldoende is. Dit artikel 4.97 is ook van toepassing op vrijwilligers.

Risico

Er bestaat altijd een risico voor mensen die kans hebben gebruikte naalden op hun werk tegen te komen, zoals dat het geval is bij huisartsen, thuiszorgmedewerkers, ouderenverzorgers en schoonmakers.

Acties voor werkgevers

Een werkgever kan verschillende maatregelen nemen om prikaccidenten te voorkomen:

  • Beschikbaar stellen van veilige naaldsystemen. Van vrijwel alle naalden is een veilige variant leverbaar.
  • Aanbieden van informatie en training over juist naaldgebruik, bijvoorbeeld met instructiefilmpjes van de leverancier.
  • Verzorgen van intern toezicht op toepassing van de maatregelen.
  • Beperken van het aantal werknemers dat tijdens het werk met naaldsystemen in aanraking komt.
  • Beschikbaar stellen van veiligheidsbrillen en handschoenen om spatincidenten te voorkómen.
  • De grootst mogelijke orde en netheid op de werkplaats realiseren.
  • Beschikbaar stellen van voldoende naaldcontainers om te voorkómen dat medewerkers met naalden moeten lopen.
  • Een noodplan opstellen zoals voorgeschreven in het Arbobesluit en dit schriftelijk beschikbaar stellen op de werkplek.
  • Faciliteren dat een deskundige, zoals een bedrijfsarts, binnen twee uur na een prikaccident een professionele risico inschatting kan uitvoeren en indien nodig de medewerker een behandeling kan laten ondergaan. Als er een kans bestaat op een hiv-besmetting, moet de medewerker PEP (post-expositie profylaxe) aangeboden krijgen.
  • Opnemen van het risico van prikaccidenten in de risico-inventarisatie en –evaluatie.
  • Aanbieden van een hepatitis B-vaccinatie aan al het personeel dat enig risico loopt op een prikaccident.

Deze maatregelen gelden voor al het personeel dat in aanraking komt met scherpe hulpmiddelen, ook bijvoorbeeld schoonmaakpersoneel, tijdelijke krachten, coassistenten, leerlingen en stagiaires.

Acties voor werknemers

Een werknemer kan veel doen om de eigen gezondheid en veiligheid te vergroten. De verantwoordelijkheid voor een juist gebruik van veilige naaldsystemen ligt mede bij diegene zelf. Wat kan een werknemer in de zorg doen?

  • Veilige naaldsystemen en naaldbekers gebruiken volgens de instructie.
  • Trainingen en instructie volgen.
  • Collega’s wijzen op het risico.
  • De werkgever vragen om veilige naaldsystemen.
  • In gesprek blijven met de leidinggevende over veiligheid en gezondheid.

Risico’s en gevolgen

Prikaccidenten vormen een risico voor overdracht van virussen zoals hiv, het hepatitis B- en C-virus, maar leiden ook zonder een besmetting tot hoge persoonlijke, maatschappelijke en bedrijfsmatige kosten.

De gevolgen van een prikaccident zijn dus groot: 

  • Iemand die zich prikt moet handelen volgens het noodplan zodat er snel een inschatting gemaakt kan worden of er mogelijk hiv, het hepatitis B- of C-virus is overgedragen. Binnen twee uur moet een deskundige, zoals een bedrijfsarts, een risico inschatting uitvoeren om dit vast te stellen. Als bekend is welke patiënt de bron is, kan het voldoende zijn om het dossier te controleren, maar soms moet de patiënt zelf worden onderzocht.
  • In geval van prikken tijdens opruimwerkzaamheden is de bron vaak onbekend. Dat maakt het complexer, omdat de deskundige dan geen inschatting kan maken van het risico.
  • Als er een kans bestaat op een hiv-besmetting, moet de medewerker PEP (post-expositie profylaxe) toegediend krijgen. De geprikte medewerker blijft lang in onzekerheid over een eventuele infectie; pas na zes maanden is er een definitieve uitslag.
  • Zelfs als er uiteindelijk niets aan de hand blijkt te zijn, is er persoonlijke schade in de vorm van stress, onzekerheid en te nemen veiligheidsmaatregelen privé en op het werk. De medicijnen kunnen heftige bijwerkingen geven. De werkgever maakt kosten als gevolg van tijdelijke uitval, inzet van de bedrijfsarts en mogelijk beperkte inzet van de medewerker.

Zie ook