Vrijwilligers hebben net als werknemers in loondienst recht op veilige en gezonde werkomstandigheden. Hoewel de Arbowet sinds 1 januari 2007 niet meer volledig van toepassing is op vrijwilligers, gelden nog steeds voorschriften als het werk ernstige risico’s met zich meebrengt.

RI&E

De Arbowet maakt geen onderscheid tussen werknemers in loondienst en vrijwilligers als er binnen een organisatie of bedrijf gewerkt wordt met biologische agentia of gevaarlijke stoffen als asbest, springstoffen, vluchtige stoffen en micro-organismen. In zo’n geval is een RI&E altijd verplicht, net als wanneer er binnen een organisatie wordt verbouwd.

Arbovoorschriften

In andere situaties is een RI&E voor de vrijwilliger niet nodig, maar er zijn wel een aantal arbovoorschriften van toepassing. Bijvoorbeeld bij:

  • werken op hoogte;
  • grote fysieke belasting;
  • risico op gehoorbeschadiging;
  • werken in een zeer koude of hete omgeving.

In deze gevallen moeten werkgevers beschermings- of hulpmiddelen uitdelen of aanbrengen. Bijvoorbeeld leuningen of vangnetten, een steekwagentje of oordoppen of oorkappen.

Aanvullende voorschriften zwangeren en jeugdigen

Voor zwangere en jeugdige (jonger dan 18) vrijwilligers bestaat een aantal aanvullende voorschriften, die gelden boven de algemene bepalingen voor vrijwilligers. Zij mogen niet worden blootgesteld aan een aantal gevaarlijke stoffen. Jongeren moeten in risicovolle werkomstandigheden altijd begeleiding krijgen. Zwangere vrouwen en jonge moeders die hun baby borstvoeding geven, moeten voldoende gelegenheid hebben om te kolven.

Voorlichting over veiligheid

Bij het creëren van een veilige werkomgeving speelt voorlichting een grote rol. Vrijwilligers moeten goed op de hoogte zijn van eventuele risico’s en weten hoe zij moeten omgaan met de beschikbare hulp- en beschermingsmiddelen.