Ontplofbare stoffen zijn stoffen of preparaten die door slag, stoot, wrijving of vonk of open vlam tot ontploffing (zeer vlugge verbranding) kunnen komen of die in bepaalde mengsels, bij bepaalde temperaturen en concentraties, explosief kunnen reageren. Een stof is ontplofbaar als deze ook zonder aanwezigheid van zuurstof tot ontploffing kan komen.

Ontplofbare stoffen

Voorbeelden van ontplofbare stoffen zijn buskruit, niet gestabiliseerde kunstmest, picrinezuur, benzoylperoxide en kwikfulminaat. Brandbare materies die niet ingedeeld zijn als ‘ontplofbaar’, maar die ook kunnen leiden tot een explosie zijn:

  • vaste brandbare producten in een fijne verdeelde toestand, zoals stof in graansilo’s;
  • dampen van brandbare vloeistoffen, zoals oplosmiddelen;
  • brandbare gassen o.a. in spuitbussen boven 50 °C.

Waar komt een werknemer het tegen?

Ontplofbare stoffen kunnen bijvoorbeeld voorkomen in de vuurwerkindustrie, de wapenindustrie, de bouwnijverheid en laboratoria. De EOD, de Explosieven Opruimingsdienst, heeft er veel mee te maken.

Wetgeving omtrent explosieve stoffen

Voor de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet de werkgever de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, waaronder ontplofbare stoffen, beoordelen.

Sloop- en onderhoudswerkzaamheden met ontplofbare stoffen, het gebruik van professioneel vuurwerk en het hanteren van conventionele explosieven mogen alleen uitgevoerd worden door gecertificeerde personen, de springmeesters en de schietmeesters. Voor deze activiteiten zijn speciale regels opgesteld.

Hoe te herkennen?

Op de verpakking van producten is aangegeven of het gaat om een ontplofbare stof. De R-zinnen (gevaarszinnen) op het etiket geven meer informatie over de gevaren die kunnen ontstaan bij blootstelling aan de betreffende stof.

Alle stoffen en mengsels van stoffen (preparaten) zullen op deze nieuwe manier worden geëtiketteerd, ingedeeld en verpakt. Zie ook GHS.