Casus 5: Diabetes speelt op door pesten op de werkvloer

Een 50-jarige plaatwerker in de vliegtuigindustrie leed al enkele jaren aan diabetes toen hij spanningsklachten kreeg. Naast de lichamelijke klachten van diabetes bleek pesten op de werkvloer een belangrijke reden om zich ziek te melden. Dankzij intensieve samenwerking lukte het de bedrijfsarts en internist-endocrinoloog om de man succesvol te begeleiden en samen met de leidinggevende het pestgedrag aan te pakken.

Uit de bocht

Bedrijfsarts Ernst Jurgens volgde de man al vijf jaar vanwege zijn diabetes. ‘Werkfactoren spelen een belangrijke rol bij diabetes. De man had zich ziekgemeld met spanningsklachten en was daarmee naar de praktijkondersteuner geweest. Zijn suikerspiegel ging flink uit de bocht. Toen ik dat hoorde heb ik hem meteen uitgenodigd om na te gaan of het werk daar iets mee te maken had.’ Uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: de man voelde zich al jaren gepest door collega’s. In combinatie met de 24-uur ploegendiensten zorgde dat voor veel stress. Jurgens stelde voor om de man door te verwijzen naar het Amsterdam UMC om zijn diabetes en de mogelijkheid van insuline te onderzoeken.

Denken in hokjes

Op het Amsterdam UMC kwam de man onder de hoede van internist-endocrinoloog Marelise Eekhoff, gespecialiseerd in botziekten, bijnier en diabetes. ‘Ernst en ik hebben ons samen ingezet om deze patiënt te helpen’, vertelt ze. ‘Vaak denken artsen en patiënten nog in hokjes: de bedrijfsarts is er voor het bedrijf, de specialist voor de patiënt. Maar bedrijfsartsen kunnen juist een belangrijke rol spelen om te bepalen of een therapie voldoende werkt. Hun kennis kan essentieel zijn om een compleet beeld van de situatie te krijgen en de juiste oplossing te vinden.’ Ze beschouwt de nauwe samenwerking met Jurgens als een nieuwe manier van werken, waarbij er (met toestemming van de patiënt) geregeld telefonisch contact was. ‘Normaal gesproken heeft een bedrijfsarts aan het begin van een traject eenmalig contact met een specialist. In dit geval zijn we blijven afstemmen. Daar zijn alle partijen bij gebaat, werkgever en patiënt.’

Thuissituatie

Jurgens legt uit dat ook de samenwerking met de huisarts van groot belang was. ‘Wat er in de thuissituatie gebeurt, heeft invloed op de werksituatie en andersom.’ Daarom streeft hij altijd naar een integraal behandelplan, met aandacht voor werk en privé. Soms is werk niet aan de orde, voegt hij daaraan toe, bijvoorbeeld als een kankerpatiënt een chemokuur krijgt. ‘Op dat moment is de oncoloog hoofdbehandelaar. Maar zodra er sprake is van herstel, verschuift de regierol en word ik de hoofdbehandelaar. Zo zie ik de arbocuratieve zorg van morgen.’ Jurgens heeft ook contact gezocht met de leidinggevende. ‘Er bleken meer pestgevallen te zijn. Dat hebben we meteen kunnen aanpakken.’

Geen tijd

Een goede afstemming met de bedrijfsarts kost tijd, stelt Eekhoff vast. ‘Maar die tijd is er vaak niet, en er bestaat geen gerichte DBC-aanvulling.’ Je kunt die extra tijd ook niet altijd van specialisten en bedrijfsartsen verwachten, vult Carel Hulshof aan. Hij is bijzonder hoogleraar arbeids- en bedrijfsgeneeskunde aan de UvA en coördineert de ontwikkeling van richtlijnen voor de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). ‘Inhoudelijke afstemming kun je deels ook in richtlijnen vastleggen. Nauwe samenwerking is vooral belangrijk in situaties die om extra aandacht vragen, vanwege langdurig verzuim of stagnatie. In de NVAB-richtlijnen leggen we onder andere vast wanneer overleg nodig is.’ Daarnaast raadt hij iedere bedrijfsarts en specialist aan om met de ander mee te kijken, bijvoorbeeld in korte stages tijdens de opleiding. ‘Bezoek elkaar eens op de werkvloer. Dat helpt enorm om ieders rol beter te begrijpen.’