In de eerste drie maanden van de zwangerschap is een ongeboren kind erg kwetsbaar. De kans op een aangeboren afwijking is dan het grootst. De schadelijke effecten van straling, gevaarlijke stoffen en infecties (virussen, bacteriën en parasieten) ontstaan vooral in die periode. Maar ook in de maanden daarna kan de gezondheid van de werkneemster en het kind gevaar lopen door situaties op het werk. Pas daarom tijdens de hele zwangerschap op voor risico’s op het werk.
Welke risico’s zijn er voor een zwangere werkneemster en het ongeboren kind? Een zwangere werkneemster moet rekening houden met de volgende zaken:
- gevaarlijke stoffen: oplosmiddelen, bestrijdingsmiddelen, cytostatica;
- biologische agentia: bacteriën, virussen en parasieten;
- fysieke belasting: tillen en dragen;
- psychosociale arbeidsbelasting (PSA): werkstress door een hoge werkdruk of ongewenste omgangsvormen;
- fysische factoren: lawaai, trillingen en straling;
- onregelmatige werktijden: nachtdienst, overwerk.
Risico's bij zwangerschap
Bij het werken met gevaarlijke stoffen is het altijd belangrijk om extra voorzichtig te zijn. Dit geldt in het bijzonder als de werkneemster zwanger wil worden, zwanger is of als zij borstvoeding geeft.
In verschillende beroepen wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen. Denk aan werken in de schoonmaak, metaal, chemie, metaalindustrie of in de agrarische sector. Maar ook aan beroepen als schilder, verpleegkundige, apothekersassistent of kapper. De werkgever moet zorgen voor een veilige en gezonde werkplek. Hij moet de veiligheid van de zwangere werkneemster en de baby garanderen.
De wet (Arbobesluit artikelen 4.108 en 4.109) kent drie expliciete verboden:
- Een werkneemster die zwanger is of borstvoeding geeft, mag niet worden blootgesteld aan lood en loodverbindingen.
- Een werkneemster die zwanger is of borstvoeding geeft, mag niet worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen die de gezondheid van het ongeboren kind of de baby schade kunnen toebrengen via een genotoxisch werkingsmechanisme, en die via de moeder het ongeboren kind of de baby kunnen bereiken.
- Een zwangere werkneemster mag niet worden blootgesteld aan Toxoplasma. Dit veroorzaakt namelijk toxoplasmose, ook wel de kattenziekte genoemd. Dat geldt ook voor het rubellavirus, wat rodehond veroorzaakt. Er geldt een uitzondering als is gebleken dat de werkneemster hier immuun voor is.
Biologische agentia zijn micro-organismen en andere dragers van plantaardige of dierlijke herkomst die bij blootstelling ernstige gezondheidsrisico's kunnen opleveren. Ze kunnen bijvoorbeeld een infectie, allergie, vergiftiging of virus veroorzaken.
Biologische agentia komen in veel beroepen en bedrijfstakken voor. Bijvoorbeeld in werk met dieren of dierlijke producten, de gezondheidszorg, de schoonmaak, de afvalverwerkende industrie, de voedingsindustrie en de glastuin- en akkerbouw.
Om welke biologische agentia gaat het?
In de notatie Zwangerschap en Biologische Agentia van het RIVM staat vermeld bij welke biologische agentia een substantieel risico bestaat voor werkneemsters die zwanger zijn of zwanger willen worden. Dit is een aanvulling op de Europese communautaire lijst (bijlage II van de Europese Richtlijn 2000/54).
Het is geen volledig overzicht, maar het rapport biedt een beeld van biologische agentia en mogelijke effecten op onder andere de vruchtbaarheid, de zwangerschap, de gezondheid van het kind en de borstvoeding. Het rapport verscheen in 2011 na een RIVM-project op basis van toen beschikbare informatie uit de LCI-richtlijnen, van het NCvB/KIZA en van de SBO.
Het is belangrijk om de fysieke belasting tijdens de zwangerschap en tot zes maanden na de bevalling zoveel mogelijk te beperken. Hiervoor gelden een aantal richtlijnen:
- Is tillen toch nodig, dan moet het minder dan 10 kilo per keer zijn.
- Vanaf de twintigste zwangerschapsweek mag een werkneemster maximaal 10 keer per dag maximaal vijf kilo tillen.
- Vanaf de dertigste zwangerschapsweek mag een werkneemster maximaal vijf keer per dag maximaal vijf kilo tillen.
- Tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap mag een werkneemster maximaal één keer per uur bukken, hurken, knielen of staande voetpedalen bedienen.
- Tot zes maanden na de bevalling moet de werkneemster de belasting (langzaam) opbouwen. Het gaat met name om tillen, dragen, duwen en trekken.
In de wet staan geen specifieke artikelen over psychosociale arbeidsomstandigheden voor vrouwen die bevallen zijn. Toch zijn PSA (zoals stress, hoge werkdruk, agressie en ongewenste omgangsvormen) een extra risico voor vrouwen die bevallen zijn. De wet schrijft bijvoorbeeld niet voor niets de mogelijkheid voor om extra rust te nemen tijdens het werken in de periode na de bevalling.
De werkgever moet erop toezien dat de zwangere werkneemster:
- geen duikarbeid, caissonarbeid en overige arbeid onder druk verricht;
- en geen arbeid verricht in de ondergrondse winningsindustrie.
- niet wordt blootgesteld aan lichaamstrillingen of schokken met een versnelling van meer dan 0.25 m/s2;
- en niet in direct contact komt met een ultrasonore trillingsbron met een frequentie boven de 20 kHz waarbij de blootstelling hoger is dan 110 dB per tertsband;
- en niet wordt blootgesteld aan equivalente geluidsniveaus boven de 80 dB(A) en piekgeluiden boven de 112 Pa.
Dit is vastgelegd in Arbobesluit artikelen 6.29 tot en met 6.29c.
(Onregelmatige) werktijden en zwangerschap
Om werknemers te beschermen tegen het maken van te lange dagen, is de Arbeidstijdenwet ingesteld. Voor zwangere werkneemsters gelden een aantal speciale regels als het gaat om werk- en rusttijden (Arbeidstijdenwet artikel 4.5). Hierin staat dat zij recht heeft op:
- stabiele en regelmatige arbeids- en rusttijden;
- maximaal 10 uur arbeid per dienst en maximaal 45 uren per 16 weken (of maximaal 50 uur per vier weken);
- extra pauzes: een achtste van de arbeidstijd, de werkgever moet het loon doorbetalen;
- geen nachtdiensten;
- zwangerschapsonderzoek tijdens werktijd, de werkgever moet het loon doorbetalen;
- zwangerschaps- en bevallingsverlof: 28 dagen voor en 42 dagen na de vermoedelijke bevallingsdatum mag de werkneemster niet werken.
Verplichtingen werkgever
De werkgever moet er volgens de wet voor zorgen dat werkneemsters in alle fasen van de zwangerschap veilig en gezond kunnen werken. Wat betekent dat precies in deze fase?
- Er mag geen risico zijn voor aantasting van de vruchtbaarheid van vrouw.
- De zwangerschap mag geen risico lopen.
- De baby mag geen risico lopen tijdens de zwangerschap.
De werkgever is verplicht de arbeidsrisico's in de risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) te vermelden. In het bijbehorende plan van aanpak noteert hij de aanvullende maatregelen die nodig zijn om het risico te beheersen. Hij moet de zwangere werkneemster tijdig voorlichten, zodat ze op de hoogte is van de risico’s.
Voor zwangere werkneemsters moet de werkgever in het bijzonder aandacht besteden aan de lijst van gevaarlijke stoffen, processen en arbeidsomstandigheden die zijn opgenomen in bijlage I bij de richtlijn 92/85/EEG (Arbobesluit artikel 1.41). Het is belangrijk dat de zwangere werkneemster een kopie ontvangt van dit onderdeel van de RI&E. Zo kan ze dit zelf nalezen en zien waar zij (en haar ongeboren kind) welk risico loopt. Maar: het blijft de plicht van de werkgever om haar afdoende te beschermen.
Om risico’s na de zwangerschap te vermijden schrijft de wet (Arbobesluit artikel 1.42) maatregelen voor en de volgorde waarin de werkgever deze maatregelen moet nemen. Hij mag pas een volgende maatregel nemen als een eerdere maatregel niet uitgevoerd kan worden. Het gaat dan om:
-
het wegnemen van de risico’s binnen de eigen functie en de eigen werkplek. Hierin moet de werkgever de arbeidshygiënische strategie volgen;
-
aanpassing van het werk en/of aanpassing van de werk- en rusttijden;
-
ander werk;
-
het tijdelijk vrijstellen van het verrichten van arbeid.
Informeren over zwangerschap en werk
De werkgever moet werkneemsters voor aanvang van het werk informeren over:
- de mogelijke gevaren dat het werk kan vormen voor zwangere werkneemsters en het (ongeboren) kind tijdens zwangerschap en borstvoeding;
- de maatregelen om deze gevaren te voorkomen of te beperken;
- welk recht zwangere werkneemsters hebben over de aanpassing van de werktijden, rusttijden bij zwangerschap (en daarna) en het recht op ander (veilig) werk;
- het bestaan en gebruik van de afsluitbare rustruimte in het bedrijf voor werkneemsters die zwanger zijn, die borstvoeding geven of die bevallen zijn.
Daarnaast moet de werkgever de werkneemster opnieuw voorlichting geven, direct nadat zij haar zwangerschap heeft gemeld. De werkgever moet opnieuw voorlichting geven als de werkneemster meldt dat zij borstvoeding wil gaan geven of geeft.
Onderzoek laat zien dat werkneemsters die zijn voorgelicht over zwangerschap en werk, minder verzuimen tijdens de zwangerschap. Een interne deskundige kan de werknemer voorlichten. Als binnen de organisatie niet voldoende kennis aanwezig is, kan de arbodienst of bedrijfsarts de voorlichting verzorgen.
Ziekte tijdens de zwangerschap
De Ziektewet kan in beeld komen als de zwangere werkneemster ziek wordt voor, tijdens of na de zwangerschap of bevalling.
- Als de zwangere werkneemster ziek wordt tijdens de zwangerschap, vraagt de werkgever een Ziektewetuitkering voor haar aan bij het UWV. Dit geldt ook bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
- Wordt de zwangere werkneemster ziek binnen zes weken voor de uitgerekende bevallingsdatum en heeft zij nog geen verlof, dan krijgt zij ook een Ziektewetuitkering.
- Als de werkneemster tijdens het verlof ziek wordt, houdt zij gewoon de zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Het maakt hiervoor niet uit of de ziekte komt door de zwangerschap of bevalling, of ergens anders door.
- ls de zwanger ziek wordt en de ZEZ-uitkering is nog niet ingegaan, dan heeft zij alleen recht op een Ziektewet-uitkering als zij hiervoor vrijwillig verzekerd is bij het UWV.
- Als de zwangere ziek wordt en de ZEZ-uitkering is al ingegaan, dan houdt de zwanger deze uitkering tijdens ziekte. Het maakt niet uit of de ziekte door de zwangerschap of bevalling komt of door een andere oorzaak.
Als de werkneemster ziek wordt voor, tijdens of na de bevalling en geen werkgever heeft, moet zij dat melden bij het UWV. Welke uitkering zij krijgt, hangt af van de situatie en het moment waarop zij ziek wordt. Het UWV helpt hierbij.
Aandacht aan zwangere werkneemsters in wetgeving
Ook in andere wetgeving wordt aandacht besteed aan zwangere werkneemsters:
- Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (Bbs) beschrijft het inschatten van risico’s, de advisering over maatregelen en kundigheid om om te gaan met zwangeren vanuit verschillende relevante functies.
- De Wet Arbeid en Zorg (WAZO) beschrijft met name de verlofregelingen, zoals zwangerschapsverlof, bevallingsverlof en geboorteverlof.
- Het Burgerlijk Wetboek (BW) regelt de ontslagbescherming tijdens de zwangerschap, het zwangerschapsverlof en bevallingsverlof en een korte periode aansluitend aan dit verlof, wanneer het werk weer is hervat.
Persoonlijke situatie: bespreek het met je bedrijfsarts, arbodienst of een arbodeskundige
Heb je vragen over jouw specifieke situatie, bespreek deze dan met je bedrijfsarts, arbodeskundige of arbodienst. Zij zijn op de hoogte van de geldende wetgeving. Voor algemene informatie over wet- en regelgeving kun je terecht op de website van de Rijksoverheid.