Gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

Een persoonlijk beschermingsmiddel moet worden gebruikt, bewaard en onderhouden volgens de gebruiksinstructies. Alleen dan geeft het de bescherming waar het voor bedoeld is.

Werkgever en medewerker zijn beiden verantwoordelijk voor correct gebruik

Als persoonlijke beschermingsmiddelen niet, of niet correct, worden gebruikt, dan kan behalve de werkgever ook de werknemer in overtreding zijn. De werkgever kan de verplichting om persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken vastleggen in de arbeidsovereenkomst of in de huisregels. Hij heeft de plicht naast het geven van voorlichting en instructies over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen ook voldoende toezicht te houden. Als een medewerker bij herhaling de persoonlijke beschermingsmiddelen niet of niet correct gebruikt, dan kan de werkgever hem een sanctie opleggen. Mogelijke sancties moeten wel vooraf gecommuniceerd  worden aan de werknemer.

Gebruiksaanwijzing persoonlijke beschermingsmiddelen

Een persoonlijk beschermingsmiddel mag alleen gebruikt worden voor het doel waar het voor gemaakt is. Dat geeft de fabrikant aan in de instructies die bij het persoonlijk beschermingsmiddel meegeleverd moeten worden. 

Een persoonlijk beschermingsmiddel moet volgens de gebruiksaanwijzing of instructies van de fabrikant gebruikt worden. Bij het persoonlijk beschermingsmiddel moet informatie zitten over:

  • Bewaren;
  • Gebruiken;
  • Reinigen;
  • Onderhoud;
  • Revisie;
  • Ontsmetting.

Veroudering

Als de beschermingsmiddelen kunnen verouderen, moet de fabrikant daar ook informatie over geven. Daarbij moet duidelijk aangegeven worden hoelang het product meegaat.

Veroudering kan op verschillende manieren:

  • Veroudering door de tijd bijvoorbeeld door het vergaan van het materiaal of uitharden van kuststof;
  • Veroudering door de wijze van opslag. Het klimaat is niet geschikt om verouderingsproces te vertragen of bespoedigt dit proces juist. Denk aan de invloed van bijvoorbeeld temperatuur, luchtvochtigheid, licht;
  • Veroudering door gebruik, bijvoorbeeld blootstelling van het persoonlijk beschermingsmiddel aan UV-licht;
  • Slijtage omdat het persoonlijk beschermingsmiddel wordt gebruikt.

Verkeerd gebruik

De fabrikant moet ook informatie geven over voorzienbaar verkeerd gebruik en misbruik. In de wettekst staat dat de fabrikant bij het ontwerpen en vervaardigen van het persoonlijk beschermingsmiddel en bij het opstellen van de instructies rekening moet houden met het beoogde gebruik, én met het redelijkerwijs te verwachten gebruik van de persoonlijk beschermingsmiddel. Verkeerd gebruik van een persoonlijk beschermingsmiddel moet voorkomen worden. 

Verschillend niveau van hetzelfde risico

Het persoonlijk beschermingsmiddel dat gebruikt wordt, moet passende bescherming bieden. Dus als in verschillende werksituaties verschillende niveaus van hetzelfde risico verwacht kunnen worden, kan het persoonlijk beschermingsmiddel dat gebruikt word per werksituatie verschillend zijn. Het is noodzakelijk dat de gebruiksinstructies van de fabrikant opgevolgd worden zodat het persoonlijk beschermingsmiddel niet onbedoeld verkeerd of in de verkeerde situatie gebruikt wordt, met gevolg is dat de werknemer niet beschermd wordt. 

Pasvorm en maatwerk

Als het persoonlijk beschermingsmiddel in verschillende pasvormen verkrijgbaar is, of als het voor iemand op maat is gemaakt, moet regelmatig gecontroleerd worden of het persoonlijk beschermingsmiddel nog past en of het nog de bescherming biedt waar het voor bedoeld is. Hoe vaak en hoe zo’n controle moet gebeuren, staat in de gebruiksaanwijzing of in de instructies van de fabrikant. Dat is een minimum: indien de intensiteit van het gebruik hoger ligt dan de fabrikant heeft voorzien, moet het persoonlijk beschermingsmiddel vaker gecontroleerd worden. 

Toezicht en handhaving 

De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en op de veiligheid en kwaliteit van deze middelen. Als het gebruik van de persoonlijk beschermingsmiddelen niet in orde is, kunnen de fabrikant, de werkgever en de medewerker in overtreding zijn. 

De fabrikant is in overtreding als het persoonlijk beschermingsmiddel niet voldoet aan de kwaliteits- en veiligheidseisen van het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen 2018

De werkgever is in overtreding als de risico’s en maatregelen niet goed in de RI&E zijn opgenomen, als de maatregelen niet goed worden uitgevoerd doordat niet de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking worden gesteld aan de werknemer. En als hij niet voor instructie zorgt over het risico waartegen een persoonlijk beschermingsmiddel moet beschermen, en het gebruik en onderhoud ervan. Dit is in de Arbeidsomstandighedenwet opgenomen.

De werknemer is in overtreding als het persoonlijk beschermingsmiddel niet of niet juist wordt gebruikt. Ook dit valt onder de Arbeidsomstandighedenwet.

In het geval dat er een overtreding geconstateerd wordt, en afhankelijk van de aard van de overtreding kan de Nederlandse Arbeidsinspectie een andere maatregel (bijvoorbeeld een boete) opleggen aan de fabrikant, de werkgever of de medewerker.