Maatregelen dieselmotoremissie

Allereerst moet bekeken worden of de dieselmotor vervangen kan worden door een ander type aandrijving zoals een elektrische aandrijving. Dit is in elk geval verplicht voor heftrucks die binnen gebruikt worden en die minder dan 4 ton kunnen heffen.

Bij arbeidsmiddelen die door een dieselmotor worden aangedreven en waarvoor vervanging technisch nog niet mogelijk is, moeten voorzieningen zijn getroffen. Deze voorzieningen moeten de blootstelling aan DME voorkomen of beperken tot een zo laag mogelijke grenswaarde. De werkgever kan aan deze verplichting voldoen door:

  • directe afvoer van DME via een directe aansluiting op de uitlaat naar een veilige plek buiten de omsloten ruimte;
  • het aanbrengen van een adequaat roetfilter voor de mate van reductie via een roetfilter;
  • roetfilters met een gravimetrisch afvangrendement van ten minste 70%;
  • de inzet/aanschaf van vrachtwagens met Euronorm-4- of -5-dieselmotoren.

Als het om technische redenen niet mogelijk blijkt te zijn om te voldoen aan bovenstaande maatregelen, dan moeten (aanvullende) maatregelen worden getroffen die in lijn zijn met de arbeidshygiƫnische strategie, zoals:

  • mechanisch gedwongen plaatselijke afzuiging, zo nodig aangevuld door algemene ventilatie;
  • compartimentering;
  • aangepaste routing.

Informatie per branche

Een aantal branches hebben arbocatalogi voor het risico van blootstelling aan DME opgesteld. Wie in een van die branches werkt, dient ten minste te voldoen aan het beschermingsniveau dat volgt uit de maatregelen die in die arbocatalogi zijn beschreven.

DME bevat fijnstof en ruimtes kunnen daarom met fijnstofsensoren gemonitord worden. Ook kan via persoonlijke monitoring (sensor op beschermende kleding of helm) potentiƫle blootstelling worden geschat. Bij deze laatste optie is het belangrijk om op een juridisch juiste wijze met individuele gegevens om te gaan. Voor DME kunnen ook stikstofoxide-sensoren gebruikt worden voor ruimte- en persoonlijke monitoring.