"Veilig werken door persoonlijke stofsensoring" - in gesprek met Eelco Kuijpers, TNO

Het meten van fijnstof is lastig. De Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) doet daarom onderzoek naar stofsensoren en hoe deze het beste kunnen worden ingezet op de werkvloer om gezondheidsrisico’s te beperken. Eelco Kuijpers werkt als Scientist Innovator bij TNO en draagt bij aan het onderzoek naar deze innovatie.

Eelco

TNO is een non-profit onderzoeksinstelling die kennis ontwikkelt voor bedrijven en de overheid. Kuijpers houdt zich bezig met de risico’s op de werkvloer. “Bij TNO denk ik vooral na over chronische blootstelling aan stof en de lange termijn risico’s daarvan. Denk bijvoorbeeld aan langdurige blootstelling aan houtstof, die op de lange termijn ernstige gezondheidsschade kan veroorzaken.”

TNO ontwierp een stofsensor, die het aantal stofdeeltjes in de lucht kan meten. Het onderzoek richtte zich vooral op de juiste interpretatie van een bepaald blootstellingsniveau en hoe dit kan worden teruggekoppeld. Zo onderzoekt Kuijpers onder andere hoe het afgeven van een waarschuwing bij een hoge blootstelling aan stof het beste plaats kan vinden. “We ontwikkelen stofsensoren maar gebruiken ook stofsensoren van commerciële partijen om data te generen over de blootstelling aan stof. Wij proberen meer context aan die data te geven. Is de stofsensor en de data die deze genereert bijvoorbeeld wel accuraat? Wat betekent de data die de sensoren generen? Op welk moment zou er een waarschuwing moeten worden gegeven? En bij wie kan die data het beste terecht komen? Op een moment van blootstelling aan een hoge concentratie stof, kun je daar bijvoorbeeld als werknemer een melding van krijgen, via een app. Maar je kan als werkgever de data ook verzamelen en aan de arbeidshygiënist terugkoppelen.”

Grotere bedrijven zijn de nieuwe technologie aan het verkennen en bedenken hoe ze deze kunnen toepassen op de werkvloer. “Bij kleinere bedrijven gaat het nog wel even duren voordat deze technologie wordt omarmd, aldus Kuijpers. “Uiteindelijk doen we toegepast onderzoek. We willen geen kant-en-klaar systeem creëren die je op elke werkplaats kunt installeren, maar kijken per bedrijf wat wel of niet werkt. Het kan dat kleine bedrijven nu de kennis en middelen niet hebben voor een uitgebreid sensorsysteem. Het verschilt echt per situatie en bedrijf wat het beste werkt.”

De technologie zal, volgens Kuijpers, nog veel verder worden ontwikkeld in de toekomst. “Ik denk niet dat iedereen over een paar jaar met een persoonlijke sensor rondloopt. Het gaat waarschijnlijk toe naar een systeem waarin je modelleert hoe mensen worden blootgesteld aan stof. Aan de muren heb je dan een aantal sensoren hangen, waarmee een kaart van de bedrijfsruimte kan worden getoond, met de verschillende niveaus van blootstelling aan stof. Je kan dan bijhouden waar mensen zich bevinden en of zij te lang worden blootgesteld aan deze stoffen. Daarnaast willen we in de toekomst niet alleen stofdeeltjes meten, maar ook de samenstelling van deze deeltjes bepalen. Zo is meteen inzichtelijk of iets gevaarlijk is of niet. In de nabije toekomst lijkt het me goed als er een internationaal keurmerk komt voor stofsensoren. Op dit moment bestaat dat nog niet, en met een keurmerk kan de kwaliteit van de sensoren worden gegarandeerd. TNO werkt daarom samen met internationale partners om te komen tot geharmoniseerde methoden voor de evaluatie en toepassing van deze sensoren’’

Op het Gevaarlijke Stoffen Innovatiefestival op 14 maart zal Kuijpers de stofsensor demonstreren en met werknemers en werkgevers in gesprek gaan over hoe de sensorsystemen het beste kunnen worden ingezet op de werkvloer.