De Arbowet verplicht werkgevers om de arbeidsrisico’s, zoals de blootstelling aan bepaalde stoffen, vast te leggen. Huidblootstelling of blootstelling via de ogen zijn mogelijke ‘routes’ die daarbij een rol kunnen spelen. Andere routes zijn via de neus of mond, via inademing of door te slikken. 

Naast de Nederlandse wetgeving geldt de Europese REACH-verordening. Zowel de Nederlandse wetgeving als de REACH-verordening bevatten voorschriften waaraan werkgevers zich moeten houden. Of er ook andere wetgeving van toepassing is, hangt af van het potentiele gevaar en soms van het gebruik van de stof.

Arbeidsrisico’s vastleggen in RI&E

Blootstelling aan potentieel schadelijke stoffen is een arbeidsrisico. De werkgever is daarom verplicht de blootstelling te (laten) beoordelen en vast te leggen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). De beoordeling van huidblootstelling wordt vaak gedaan door een deskundige, zoals een arbeidshygiënist. 

De werkgever moet ook passende maatregelen nemen om het risico op gezondheidsklachten te verkleinen en werknemers moeten uitgelegd krijgen hoe zij veilig kunnen werken en zich aan deze werkwijzen houden. Hierover lees je meer op de pagina Maatregelen en instrumenten voor huidblootstelling [interne link]. 

Grenswaarden: DNEL en REACH-verordening

Voor huidblootstelling bestaan geen publieke grenswaarden. Dat zijn grenswaarden die door de overheid zijn vastgesteld. Voor sommige stoffen hebben de fabrikanten van de stof wel bepaald welke mate van huidblootstelling (nog) veilig is. Dit wordt een DNEL (derived no-effect level) genoemd. De DNEL is de concentratie waarbij geen schadelijk effect wordt gemeten. 

Onder de grenswaarde blijven

Het is verplicht om bij blootstelling aan een bepaalde stof onder de grenswaarde van die stof te blijven. Zo ontstaan er geen nadelige gezondheidseffecten of wordt de kans op deze gezondheidseffecten verkleind. De werkgever moet van alle potentiële gevaren het risico (laten) beoordelen en maatregelen nemen om de werknemer en het milieu te beschermen. Het VIB is daarbij een belangrijke informatiebron om te achterhalen welke ingekochte producten mogelijk een gevaar vormen. De RI&E moet laten zien of en hoe deze risico’s worden beheerst. 

De werknemer is verplicht de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken en de getroffen maatregelen te volgen.  

Het stappenplan om huidblootstelling aan gevaarlijke stoffen te beoordelen en te beheersen helpt werkgevers, preventiemedewerkers en arbeidshygiënisten bij het beoordelen van de blootstelling aan stoffen met toxicologische (giftige) eigenschappen.

Europese chemicaliën agentschap (ECHA)

Voordat een stof op de Europese markt gebracht mag worden, moet deze stof worden beoordeeld. Europese fabrikanten en importeurs van chemische stoffen zijn verplicht deze stof te beoordelen en registeren bij het Europese chemicaliën agentschap (ECHA). Zij moeten informatie aanleveren over de gevaareigenschappen van de stof, zoals classificaties, beheersmaatregelen en grenswaarden. 

Deze informatie neemt het ECHA op in haar databank. ECHA publiceert ook beknopte overzichten met informatie over chemische stoffen op zijn website. De fabrikanten en importeurs geven de informatie door via het Veiligheidsinformatieblad (VIB).

Sommige stoffen hoeven niet geregistreerd te worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor natuurlijke stoffen, stoffen die tijdens een proces ontstaan (zoals houtstof of dieseldamp) en afvalstoffen. Deze kunnen wel gevaarlijk zijn. Als er geen informatie beschikbaar is, moet de werkgever zelf de analyse doen en soms voorzorgmaatregelen nemen.

Gevaareigenschappen

Gevaareigenschappen geven aan welke schade een bepaalde stof mogelijk kan aanrichten bij huidblootstelling. Er zijn verschillende categorieën waarnaar gekeken kan worden. Binnen deze categorieën leggen gevaarzinnen (H-zinnen en EUH-zinnen) uit welk gevaar een stof kan veroorzaken. De categorieën zijn: 

  1. Dodelijk (H310), giftig (H311) of schadelijk (H312) bij contact met de huid
  2. Huidirritatie (H315) of allergische huidreactie (H317)
  3. Droge of gebarsten huid als gevolg van herhaalde blootstelling (EUH066)
  4. Ernstige brandwonden en oogletsel (H314)
  5. Ernstig oogletsel (H318) of oogirritatie (H319)
  6. Giftig bij oogcontact (EUH070)

Bij stoffen die kankerverwekkend (H350) of giftig voor de voortplanting (H360) zijn, is niet altijd duidelijk of ook huidblootstelling daaraan kan bijdragen. Als dit wel bekend is, staat dit vermeld in de grenswaardenlijst van de Arboregeling met een H-notatie. Dit betekent dat minimaal 10% van de totale blootstelling via de huid plaatsvindt en dat de huid dus een belangrijke blootstellingsroute is. 

Bij andere stoffen kan niet altijd worden uitgesloten dat huidblootstelling bijdraagt aan de totale blootstelling. Het is dan het beste om voorzorgsmaatregelen te nemen. Voor advies over deze maatregelen kun je een arbeidshygiënist inschakelen. 

  1. Een gevarendriehoek met rode omlijning en in het midden bijtende chemicaliën op handen, zie betekenis in het bijschrift
    Dit symbool betekent dat een product ernstige schade kan veroorzaken aan de huid en ogen, zoals brandwonden. Het kan ook schadelijk zijn bij inslikken en materialen zoals textiel, hout en metaal aantasten. Voorbeelden zijn gootsteenontstopper, verdund zoutzuur (30%) en sterke ontkalkingsmiddelen.
  2. Een gevarendriehoek met rode omlijning en in het midden een zwart uitroepteken, zie betekenis in het bijschrift
    Dit symbool betekent dat een product schadelijk kan zijn voor de gezondheid of irritatie kan veroorzaken. Bijvoorbeeld bij contact met de huid, bij inslikken of bij inademen. Voorbeelden zijn geconcentreerde reinigingsmiddelen, vaatwasmachinetabletten en chloorbleekmiddel.