Als werknemers tijdens het werk blootgesteld (kunnen) worden aan gevaarlijke stoffen, dan is de werkgever verplicht de mate (hoeveelheid) van blootstelling te beoordelen.

Methoden voor vaststelling

Het blootstellingsniveau kan worden bepaald door onder meer:

  • metingen door een deskundige;
  • onderbouwde schattingen (bijvoorbeeld met gevalideerde computermodellen zoals de Stoffenmanager die biedt);
  • vergelijkingen met meetresultaten van vergelijkbare situaties door een deskundige.

Werkgevers mogen zelf een methode kiezen. Advies over de toe te passen methode is te verkrijgen bij gespecialiseerde arbo-adviesbureaus of bij arbodiensten.

De uitkomst van de blootstellingsbeoordeling moet worden vergeleken met één van de volgende waardes:

  • een wettelijke grenswaarde;
  • een zelf afgeleide gezondheidskundige waarde.

Of de eigen situatie moet worden vergeleken met een overeenkomstige bedrijfssituatie, waarvoor een veilige werkwijze is vastgesteld.

Als de blootstelling na deze vergelijking hoger blijkt te zijn dan de grenswaarde, is er sprake van een onvoldoende beheerste situatie en moeten direct maatregelen worden genomen.

Blootstellingsroute

Een gevaarlijke stof kan op verschillende manieren in het lichaam komen. Dit kan door het inademen van verontreinigde lucht, maar ook door opname van de stof door de huid of door het inslikken van de stof. Dit laatste kan ook onbewust gebeuren, door eten, roken en drinken met vieze handen. Daarom moet bij het bepalen van het blootstellingsniveau niet alleen uitgegaan worden van inademing, maar ook rekening gehouden worden met andere blootstellingsroutes.