Arbocuratieve samenwerking: Q-koorts

Op 23 november 2017 vond het symposium ‘Arbocuratieve samenwerking’ plaats, georganiseerd door de ministeries van SZW en VWS. Het symposium is georganiseerd rondom vier deelthema's waarop arbocuratieve samenwerking plaatsvindt; kanker en werk, infectieziekten, psychische klachten/ aanpassingsstoornissen en longziekten. Voor het symposium zijn vijf video’s gemaakt waarin goede voorbeelden op het gebied van samenwerking worden vertoond. Dit is de inspiratievideo voor het thema infectieziekten.

Arbocuratieve samenwerking: Q-koorts

We zijn hier op een geitenhouderij,
waarvan ik ook bedrijfsarts ben.

Er zijn hier 900 melkgeiten en ze zijn allemaal gevaccineerd.

Wat zo leuk is aan dit bedrijf, aan deze sector,
dat het mensen zijn die echt hart hebben voor hun werk.

Vaak zijn het familiebedrijven.
Die dat mee hebben gekregen van huis uit.

Het zijn over het algemeen mensen die ontzettend hard werken,
die zich niet snel ziek melden.

En eigenlijk pas ziek melden als het echt niet meer gaat.

Q-koorts is een enorm probleem.
Meer dan 50.000 mensen zijn besmet geraakt.

Dus minstens 20.000 mensen zijn ernstig ziek geweest.

1 op de 5 heeft daarvan restklachten,
die kunnen jarenlang in de problemen zijn.

Dus echt 8 tot 10 jaar lang, dat is een ongelofelijke kostenpost.

De bedrijfsarts had eigenlijk te weinig informatie daarover,
de huisarts eigenlijk helemaal geen informatie..

Hij zei nog net niet, het zit tussen uw oren.

Ik vind dat de artsen veel beter naar mij hadden moeten luisteren,
in principe.

Even voorlopig niet werken, maar dat even,
dat werd een jaar en dan langzaam opbouwen.

Ik had al gezegd, jij gaat me niet verplichten om thuis te blijven zitten,
want daar ben ik het type niet voor.

Dus uiteindelijk mocht ik wel naar mijn werk toe gaan,
maar eigenlijk 1 uur in de week.

Wat we ook geleerd hebben van de Q-koorts is dat de behandelende
sector meer oog heeft gekregen voor het werk wat iemand doet.

Ik denk dat dat heel essentieel is om dat ook mee te nemen
in het contact dat een behandelaar met een patiënt heeft.

Je hebt echt je collega’s nodig en bovendien werkt het
ook veel sterker als je met een bedrijfsarts.

Zelfs ook een UWV arts gewoon eens af en toe contact hebt.

Van hoe pakken we dit aan, als je samen sterk staat,
ben je veel verder.

Van epidemieën en lelijke uitbraken kun je een hoop leren.
Je ziet pas onder stress hoe houdbaar jouw systeem is.

Meer met elkaar in overleg gaan, meer contact met elkaar zoeken.

Meer informatie misschien ook van het Radboud ziekenhuis
naar de huisartsen, de bedrijfsartsen.

Ik denk dat we van de Q-koorts in die zin veel geleerd hebben
dat de samenwerking tussen de verschillende disciplines..

Rondom een werknemer of een patiënt, meer op gang is gekomen.

De samenwerking die goed was, was tussen mijn collega en mij.

De samenwerking die ook goed was,
was tussen andere huisartsen in de omgeving.

De samenwerking die ook goed was,
was met een longarts in het ziekenhuis, met de microbioloog.

Maar met bijvoorbeeld de GGD, waar ik later wel goede maatjes
mee ben geworden, was op dat moment niet aanwezig.

De grote makke in ons gezondheidssysteem, dat zijn de schotten.
Je moet oefenen tijdens de opleiding in samenwerken.