Voor het in dienst nemen van buitenlandse werknemers gelden regels. Deze staan in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Wet op de identificatieplicht. De werkgever moet daarnaast ook rekening houden met de Arbowet. Daarin staat onder andere dat werkgevers werknemers moeten informeren over hun werkzaamheden en de bijbehorende risico’s.

In dienst nemen van buitenlandse werknemer

Een bedrijf mag niet zomaar elke buitenlandse werknemer aannemen. Het bedrijf heeft meestal een vergunning nodig. Dit is een tewerkstellingsvergunning (TWV) of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). Om een vergunning te krijgen moet een werkgever eerst proberen om werknemers te werven uit Nederland of uit de Europese Economische Ruimte (EER). Ook moet de vacature in ieder geval 5 weken openstaan. 

3 aandachtspunten bij het in dienst nemen van een buitenlandse werknemer: 

Werknemers informeren over risico’s werk

Werkgevers hebben een zorgplicht en moeten zorgen dat werknemers geïnformeerd zijn over hun werkzaamheden en de bijbehorende risico’s. Werkgevers moeten werknemers ook inlichten over de maatregelen om de risico’s te voorkomen of beperken. Dit is vastgelegd in artikel 8 van de Arbowet.

Veel buitenlandse werknemers spreken geen Nederlands. Het is natuurlijk wel belangrijk dat zij goed op de hoogte zijn van de veiligheidsrisico’s én de maatregelen die de werkgever heeft genomen. Werkgevers moeten zorgen voor goede communicatie met en tussen werknemers, zodat er geen misverstanden ontstaan die tot onveilige situaties kunnen leiden. Dit valt onder de zorgplicht van de werkgever, die is vastgelegd in artikel 4.1b van de Arbowet.

Vormen de verschillende gesproken talen op de werkvloer een arbeidsrisico, dan moet de werkgever dit risico opnemen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Op die manier kunnen maatregelen worden genomen om de risico’s te beperken. Op de pagina Nuttige tips en instrumenten bij buitenlandse werknemers vind je een handige handreiking over taal en veiligheidsrisico’s.