“Met deze lastoorts pak je het gevaar direct bij de bron aan” - door Translas & TNO

Ruim één miljoen Nederlanders heeft te maken met gevaarlijke stoffen op het werk. Een van die stoffen is lasrook. Commercieel directeur van Translas, Jelmer Wolleswinkel, weet daar met 35 jaar ervaring bij lasbedrijven alles van. In samenwerking met onderzoeksorganisatie TNO ontwikkelde zijn bedrijf Translas een innovatieve lastoorts met geïntegreerde lasrookafzuiging, om zo de gevaren van lassen direct bij de bron aan te pakken. We gingen met hem in gesprek over zijn innovatie en de implementatie hiervan in Nederland.

Translas richtte zich voorheen vooral op de verkoop van laspistolen en persoonlijke beschermingsmiddelen. Daar kwam verandering in toen het bedrijf zes jaar geleden werd benaderd door onderzoeksorganisatie TNO. “TNO werkte aan een innovatie waarmee lasrook zou moeten worden verminderd. Ze wilden lasrook bij de bron aanpakken en zochten een partner om hun product verder te ontwikkelen”, vertelt Wolleswinkel.

De ontwikkeling van een innovatieve lastoorts

Translas besloot de uitdaging aan te gaan, al stuitten ze in het begin op veel weerstand in de sector. “Het heeft ons veel tijd en energie gekost om het product te introduceren. We moesten een storm van negativiteit trotseren. Verandering is immers lastig voor mensen. ‘Het werkt toch niet’, hoorden we vaak. Maar we hebben doorgezet. Inmiddels weten we dat de innovatieve lastoorts wél werkt. Uit onderzoek van TNO blijkt dat onze innovatie effectief is: het vermindert de lasrook met minstens negentig procent. Natuurlijk is nog niet iedereen overtuigd van de innovatie: de iets dikkere afzuigslang kan de bewegingsvrijheid van de lasser beperken. ‘Maar we hebben er alles aan gedaan om de slang zo beweeglijk mogelijk te maken, en dezelfde ervaring te geven als bij een toorts zonder afzuigslang’, aldus Wolleswinkel.

Probleem bij de bron aanpakken

En het inzetten van innovaties is hard nodig, want lasrook is een gevaarlijke, kankerverwekkende stof. “Voorheen waren er een aantal mogelijkheden om lasrook af te zuigen. Zo heb je mobiele afzuigarmen, die je boven je werk moet hangen. De armen moeten echter precies boven het deel waar je aan werkt hangen, wat in de praktijk heel onhandig blijkt. Verder heb je centrale afzuigsystemen, maar die blijken vaak niet goed genoeg te werken. Lashelmen met een frisse lucht systeem werken wél goed, maar alleen voor de lasser zelf. Werknemers die zich in dezelfde ruimte als de lasser bevinden komen dan alsnog in aanraking met de lasrook. Je kan het probleem dus beter bij de bron aanpakken: met een geïntegreerde lastoorts blijf je onder de grenswaarde van 1μmg/m3 [gemeten over een 8-urige werkdag]”, aldus Wolleswinkel.

Samen werken aan de implementatie van de innovatie

Nederland loopt, volgens, Wolleswinkel, nog achter met betrekking tot het gebruik van de lastoortsen met geïntegreerde lasrookafzuiging. In landen als Canada, Duitsland, Frankrijk en Engeland wordt de innovatie, die inmiddels ook door andere bedrijven op de markt is gebracht, al veel meer ingezet. Er zou in Nederland meer aandacht moeten komen voor de gevaren van lasrook, vindt Wolleswinkel. “Nederland moet echt snel meer stappen gaan maken. Het gaat om de gezondheid van mensen, daar moet je in investeren.” Meer concurrentie ziet Wolleswinkel dan ook als een uitdaging, niet als een probleem: “Hoe meer mensen het product promoten, hoe sneller het onder de aandacht komt en geaccepteerd wordt. Het belangrijkste is dat je er mensenlevens mee redt.” Benieuwd naar de lastoorts van Translas en TNO? Lees meer over de ontwikkelingen bij Translas.