Vanaf 9 april 2026 verandert de regelgeving voor werken met lood en diisocyanaten. Deze stoffen brengen ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee bij blootstelling in het werk. Lood is in het bijzonder schadelijk voor het ongeboren kind. De nieuwe regels zijn vastgelegd in het Arbobesluit en de Arboregeling en volgen uit een Europese wijzigingsrichtlijn. Het doel: werkenden beter beschermen tegen deze gevaarlijke stoffen.
Voor werkgevers betekent dit dat zij hun arbobeleid moeten aanpassen. Denk aan het nemen van extra beschermende maatregelen, het aanbieden van medische controles en het bijstellen van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
Betere bescherming tegen schadelijke stoffen
Beeld: European Chemical Agency
Met de nieuwe regelgeving worden de grenswaarden voor lood verlaagd. Lood is een reprotoxische stof, oftewel: schadelijk voor de vruchtbaarheid van mannen en vrouwen en de ontwikkeling van het ongeboren kind. Voor diisocyanaten (die ernstige allergische reacties en beroepsastma kunnen veroorzaken) worden uniforme grenswaarden ingevoerd. Dit betekent dat er één vaste grenswaarde gaat gelden voor alle EU-landen. Wie met deze stoffen werkt wordt hierdoor in heel Europa op dezelfde manier beschermd.
Lood: geen veilige drempelwaarde
Er kan niet worden vastgesteld onder welk niveau blootstelling aan lood veilig is. Daarom wordt lood voortaan aangemerkt als ‘reprotoxisch agens zonder drempelwaarde’. Werkgevers moeten de blootstelling aan lood daarom zo laag mogelijk houden. Vooral voor vrouwelijke werknemers in de vruchtbare leeftijd brengt lood een groot risico met zich mee. Want blootstelling aan lood is in het bijzonder schadelijk voor het ongeboren kind.
De nieuwe grenswaarden voor lood (Pb) zijn:
- Biologische grenswaarde: 15 μg Pb/100 ml bloed.
- Grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling: 0,03 mg Pb/m3 lucht, als een tijdgewogen gemiddelde (TGG) over 8 uur.
Verplichte medische controles bij blootstelling
Medische controles zijn een belangrijke maatregel om werknemers te beschermen tegen blootstelling aan lood. Vanaf 9 april 2026 geldt dat werkgevers een arbeidsgezondheidskundig onderzoek moeten aanbieden vanaf:
- Een blootstelling hoger dan 0,015 mg Pb/m³
- Een loodgehalte in het bloed hoger dan 9 µg Pb/100 ml
Omdat lood zich in het lichaam kan ophopen, kunnen werknemers ook ná een periode van blootstelling nog verhoogde bloedwaarden hebben. Daarom moeten werkgevers ook medische controles aanbieden aan werkenden die vóór 9 april 2026 zijn blootgesteld en van wie de bloedwaarden nog boven de geldende biologische grenswaarde liggen. Als de waarden duidelijk dalen richting de grenswaarde, mogen zij hun werkzaamheden met lood blijven uitvoeren.
Extra onderzoek voor vrouwelijke werknemers
Vanwege het extra risico voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd, zijn werkgevers vanaf 9 april 2026 verplicht deze groep eerder een arbeidsgezondheidskundig onderzoek aan te bieden. Dat moet al vanaf 4,5 µg Pb/100 ml bloed, de helft van de grenswaarde voor blootstelling aan lood. In de voorlichting op de werkplek moet daarnaast specifieke aandacht worden besteed aan de risico’s voor vrouwen en het belang van het hygiënisch uitvoeren van werkzaamheden. Zoals bijvoorbeeld je handen wassen voordat je gaat eten.
Diisocyanaten: nieuwe grenswaarden
Diisocyanaten zijn chemische stoffen die via de huid en de longen allergieën kunnen veroorzaken. Werkenden kunnen hierdoor luchtwegklachten krijgen, zoals beroepsastma of overgevoeligheid voor isocyanaten. Ook huidklachten komen voor. Diisocyanaten en isocyanaten worden veel gebruikt in onder andere isolatieschuim, coatings, lijmen en kitten. Er is geen veilig niveau van blootstelling bekend: ook lage hoeveelheden kunnen al schadelijk zijn.
De nieuwe grenswaarden voor diisocyanaten (NCO) zijn:
- Grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling: 6 µg NCO/m³
- Grenswaarde voor kortdurende blootstelling: 12 µg NCO/m³
Overgangsperiode voor grenswaarden
Om werkgevers de tijd te geven voor het nemen van maatregelen, geldt tot en met 31 december 2028 een overgangsregeling. De nieuwe grenswaarden worden in deze periode stapsgewijs ingevoerd. In de tabel hieronder staan de grenswaarden per fase:
Overgangsperiode voor lood | |
|
Periode |
Biologische grenswaarde |
|
9 april 2026 – 31 december 2028 |
30 μg Pb/100 ml bloed |
|
Vanaf 1 januari 2029 |
15 μg Pb/100 ml bloed |
Overgangsperiode voor diisocyanaten | ||
|
Periode |
Grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling |
Grenswaarde voor kortstondige blootstelling |
|
9 april 2026 – 31 december 2028 |
10 μg NCO/m3 |
20 μg NCO/m3 |
|
Vanaf 1 januari 2029 |
6 μg NCO/m3 |
12 μg NCO/m3 |
* Dezelfde tabel is ook terug te vinden in de wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Door tijdig passende maatregelen te nemen, kunnen werkgevers gezondheidsrisico’s beperken en voldoen aan de wetgeving. Denk aan:
- De risico’s van blootstelling aan lood en diisocyanaten opnemen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E);
- Passende maatregelen opnemen in het plan van aanpak van de RI&E, gebaseerd op de arbeidshygiënische strategie (STOP-strategie);
- Medische controles aanbieden bij (dreigende) overschrijding van de grenswaarden;
- Specifieke voorlichting geven aan werkenden. En bij het werken met lood extra aandacht voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd.