Zowel het in gang brengen als het in gang houden van het rollende voorwerp is belastend voor het lichaam van de werknemer, vooral als dit met een schok plaatsvindt. Bij duwen of trekken van zware lasten wordt het lichaamsgewicht gebruikt om de last in beweging te krijgen en soms ook te houden.
Deze vorm van fysieke overbelasting kan leiden tot met name schouderklachten, maar er zijn ook indicaties dat duwen of trekken de kans op rugpijn verhoogt. Net als bij de andere vormen van fysieke belasting hangt het risico af van een combinatie van factoren:
- de werkhouding;
- de kracht die er bij de inspanning aan te pas komt;
- de duur van de belasting;
- de frequentie van de belasting.
De kracht wordt onder andere bepaald door het gewicht van de last, de ondergrond waarover deze moet worden geduwd of getrokken, de grootte en het materiaal en de staat van onderhoud van de wielen. De route bepaalt in sterke mate of er vaak moet worden afgeremd en weer opgestart.
Wat zijn de risico's?
Op basis van de literatuur is het niet mogelijk om een grens aan te geven voor het duwen en trekken van lasten of karren, waaronder geen nadelige gezondheidseffecten te verwachten zijn. In 2012 concludeerde de Gezondheidsraad dat de best beschikbare methode de Mital-tabellen waren (Mital 1997). Deze tabellen geven maximale krachten onder verschillende omstandigheden aan. Echter, voor toepassing van deze tabellen zijn krachtmetingen nodig.
Om zonder krachtmetingen toch inzicht te krijgen in de belastende factoren bij het duwen en trekken van rollend materieel (karren en containers) heeft TNO op basis van literatuur en expertoordelen een instrument ontwikkeld: de Duw en Trek Check (DUTCH). Deze methode wordt ook door de Nederlandse Arbeidsinspectie gehanteerd en bevat ook adviezen om het risico te verminderen. Voor de beoordeling zijn geen metingen nodig.
Een andere veelgebruikte methode om gezondheidsrisico’s te beoordelen van taken waarbij sprake is van duwen en trekken is de Duitse KIM-methode.
Wat zijn de Europese normen?
De risicofactoren worden ook benoemd in de Europese norm NEN-EN 1005-3 en de internationale norm NEN-ISO 11228-2. Deze documenten bevatten richtlijnen voor het duwen en trekken met het hele lichaam voor ontwerpers, werkgevers, werknemers en anderen die betrokken zijn bij ontwerp of herontwerp van werkzaamheden, taken, producten en arbeidsorganisatie. Aan de hand van de norm kunnen belangrijke risicofactoren worden vastgesteld, die zich voordoen bij handmatig trekken en duwen. Hiermee kunnen de gezondheidsrisico's voor werkenden worden geëvalueerd.