Verplichtingen werkgever

Wat moet de werkgever doen?

De werkgever moet er volgens de wet voor zorgen dat de werknemer en werkneemster in alle fasen van de zwangerschap veilig en gezond kunnen werken. Dit betekent specifiek het volgende:

  • Er mag geen risico zijn voor aantasting vruchtbaarheid man en vrouw.
  • De zwangerschap mag geen risico lopen.
  • De baby mag geen risico lopen tijdens zwangerschap en tijdens de borstvoeding.
  • Na de bevalling mag de vrouw geen risico lopen (als zij nog kwetsbaar is).

Concrete verplichtingen

De werkgever moet in een RI&E een overzicht opstellen van alle risico's die in het bedrijf of de instelling kunnen voorkomen. Daarnaast moet hij alle noodzakelijke maatregelen nemen om de risico’s (zie hierboven) weg te nemen. Voor zwangere werkneemsters moet de werkgever in het bijzonder aandacht besteden aan de lijst van gevaarlijke stoffen, processen en arbeidsomstandigheden die zijn opgenomen in bijlage I bij de richtlijn 92/85/EEG (zie Arbobesluit artikel 1.41). De werkgever moet aan de slag met het volgende:

  1. Adequate voorlichting geven over de risico’s.
  2. Registratie van stoffen die voor de voortplanting vergiftig zijn (arbobesluit artikel 4.2a).
  3. Registratie van stoffen die kankerverwekkend en mutageen zijn (arbobesluit artikel 4.13 en 4.15).
  4. Inzage recht aan werknemers van RI&E (zie 1), en de registers (zie 3 en 4).
  5. Inrichten van een van binnen afsluitbare ruimte (inclusief een bed of rustbank)voor het kolven en voor het nemen van rust door een zwangere werkneemster  

In de Arbowet is opgenomen dat de werkgever werknemers moet informeren over een aantal zaken. Het gaat onder andere om:

  • de mogelijke gevaren dat het werk kan vormen voor de zwangere werkneemsters en het (ongeboren) kind tijdens zwangerschap en borstvoeding;
  • de maatregelen om deze gevaren voor haar en het ongeboren kind te voorkomen/te beperken;
  • de aanpassing van de werktijden en rusttijden bij zwangerschap (en daarna);
  • de arbeidsvoorwaardelijke consequenties;
  • de afsluitbare rustruimte in het bedrijf voor werkneemsters die zwanger zijn of die borstvoeding geven.

Voorlichting bij zwangerschap en borstvoeding

De werkgever moet alle werknemers voorlichting geven over risico’s die het werk mee kan brengen in de fase van de kinderwens, tijdens de zwangerschap en daarna. De werkgever moet opnieuw voorlichting geven als de werknemer meldt dat zij borstvoeding wil gaan geven of geeft. De voorlichting moet naast de arbeidsrisico’s ook informatie bevatten over de maatregelen. Ook moet het recht op aanpassing van werk- en rusttijden en de beschikbaarheid van een rustruimte of voedingsruimte aan de orde komen. Daarnaast moet duidelijk worden waar werknemers met vragen terecht kunnen.

Onderzoek laat zien dat werkneemsters die zijn voorgelicht over zwangerschap en werk, minder verzuimen tijdens de zwangerschap. De voorlichting kan verzorgd worden door een interne deskundige. Als binnen het bedrijf de deskundigheid ontbreekt, kan de voorlichting verzorgd worden door de arbodienst of de bedrijfsarts.

Arbeidsrisico’s in RI&E

De werkgever is verplicht de arbeidsrisico's in de risico-inventarisatie & - evaluatie (RI&E) te vermelden. In de RI&E moet o.a. worden vastgelegd welke risico’s aanwezig zijn voor de zwangere werkneemster en de baby, voor de vrouw die bevallen is en voor de vrouw die borstvoeding geeft. De zwangere werkneemster ontvangt een kopie van dit onderdeel van de RI&E zodat zij dit zelf kan nalezen. Zo kan zij de gezondheid van haar ongeboren kindje ook zelf beschermen.

Persoonlijke situatie: bespreek het met uw arbodienst of een arbodeskundige

Heeft u vragen over uw specifieke situatie, dan bespreekt u dit het beste met een arbodeskundige of uw arbodienst. Zij zijn op de hoogte van de geldende wetgeving.

Voor algemene informatie over wet- en regelgeving kunt u terecht op www.rijksoverheid.nl