We werken steeds meer met machines om zwaar werk te voorkomen. Maar sommige machines zorgen weer voor nieuwe klachten. De trillingen van veel apparaten werken door op het lichaam, waardoor gezondheidsklachten kunnen ontstaan aan rug, gewrichten en spieren. Naar schatting ondervindt één op de zes werknemers mechanische trillingen op het werk. Met name in de sectoren bouw, transport, industrie, landbouw, bosbouw en lucht- en zeevaart.

Twee soorten trillingen

Mechanische trillingen en schokken worden in de arbowetgeving onderscheiden in lichaamstrillingen en hand-armtrillingen. Van beide vormen is wetenschappelijk bewezen dat ze schade kunnen veroorzaken in het menselijk lichaam en dat de kans op schade toeneemt naarmate de intensiteit of de blootstellingsduur toeneemt. Een veilige dosis is niet bekend.

Lichaamstrillingen

Er is sprake van lichaamstrillingen als de mechanische trillingen of schokken via de voeten of het zitvlak overgedragen worden op de persoon. Meestal draagt de stoel op een voertuig de trillingen of schokken over, maar soms is er ook sprake van een trillend bordes waarop werknemers moeten staan. Bijvoorbeeld bij het rijden met vrachtwagens, heftrucks, elektropallettrucks, grondverzet- of asfalteermachines en tractoren. 

Lichaamstrillingen en -schokken blijken vooral schade te kunnen veroorzaken aan de lage rug, de wervelkolom en bij zwangerschappen (vanwege schade aan de placenta). Ook duizeligheid kan optreden bij trillingen in een zeer lage frequentie, zoals op schepen (zeeziekte). 

Schade door trillingen en schokken kan ook optreden als de visuele waarneming gestoord wordt of als de hand-oogcoördinatie wordt belemmerd. Van het eerste geval kan sprake zijn als men bepaalde meters bij een kritische procesbesturing niet meer kan aflezen. In het tweede geval valt te denken aan het misgrijpen van bepaalde bedieningshandels. Er zijn ook onderzoeken die een relatie leggen tussen de blootstelling aan trillingen en maag- en darmklachten en uro-genitale gezondheidsklachten. 

Hand-armtrillingen

Er is sprake van hand-armtrillingen bij gebruik van trillend of stotend handgereedschap, zoals een (haakse) slijpmachine, motorkettingzaag, motorheggenschaar, pneumatische bikhamer of veelvuldig toegepaste pneumatische hamer of zogeheten tacker. 

Hand-armtrillingen blijken zowel neurologische schade te kunnen veroorzaken in de vingers en handen als verstoringen in de bloedsomloop. Het effect valt soms waar te nemen als het syndroom van Raynaud. Kenmerkend bij dit syndroom zijn de witte vingerkootjes, vandaar dat ook de term ‘het witte-vingersyndroom’ voorkomt. Door het plotseling samentrekken van de spiertjes in de bloedvatwand stroomt er tijdelijk minder bloed door de bloedvaten van de vingers, waardoor ze wit worden. Op de lange termijn kan de slechte doorbloeding resulteren in onherstelbare schade aan botten, gewrichten, bloedvaten of zenuwen in handen en armen. 

Grenswaarden en actiewaarden

De Arbowet bevat waarden voor mechanische trillingen en schokken die moeten aanzetten tot maatregelen. Deze waarden zijn te onderscheiden in een actiewaarde en een grenswaarde. Overschrijding van de grenswaarde betekent dat er sprake is van een verboden situatie en dat acuut maatregelen noodzakelijk zijn om de blootstelling te verminderen. Overschrijding van de actiewaarde impliceert dat maatregelen met enige spoed getroffen moeten worden. Als de waarde onder de actiewaarde ligt, kan de overheid geen maatregelen afdwingen.

De waarden worden berekend als de totale dosis aan trillingen en schokken op een werkdag van 8 uur en worden uitgedrukt in de eenheid ‘meters per seconde-kwadraat’. Voor lichaamstrillingen is de actiewaarde 0,5 m/s² en de grenswaarde 1,15 m/s². Voor hand-armtrillingen is de actiewaarde 2,5 m/s² en de grenswaarde 5,0 m/s². Voor zwangeren en andere werknemers die behoren tot een 'bijzondere categorie werknemers' (zoals werknemers met rugklachten) wordt in de wetgeving een grenswaarde voor lichaamstrillingen gegeven van 0,25 m/s².  

In de Warenwet staat dat een leverancier van arbeidsmiddelen aan moet geven wat het niveau is van de trillingen en de schokken, net zoals dit is voorgeschreven bij het geluidsproductieniveau. Het ligt voor de hand dat de leverancier of producent dit opneemt in de handleiding van het apparaat. Deze waarde zal bij gebruik van handgereedschap in de praktijk een factor 2 à 3 hoger uitkomen als dit wordt nagemeten. Dit omdat die informatie van de leverancier in het algemeen gebaseerd is op meting onder laboratoriumomstandigheden.

Aandachtspunten bij trillingen en schokken

Er bestaat geen, voor de gezondheid, veilige dosis trillingen en schokken. De waarden die in de Arbowet worden gehanteerd zijn expliciet het minimale niveau van gezondheidsbescherming dat in de EU haalbaar bleek om in de wetgeving op te nemen. Een werkgever die de grootst mogelijk zorg voor veiligheid en gezondheid wil nastreven zal in zijn beleid dus aanzienlijk lagere waarden moeten opnemen.

Werkgevers en werknemers kunnen verschillende maatregelen treffen, geordend volgens de arbeidshygiënische strategie, om het risico van trillingen te verkleinen.

Maatregelen bij lichaamstrillingen:

  • Ga na of het noodzakelijk is dat de werknemer met trillingen en schokken wordt belast.
  • Kies bij aanschaf altijd het arbeidsmiddel (voertuig) dat het minst trilt.
  • Zorg voor andere transportmiddelen zoals een transportband.
  • Onderhoud regelmatig de bestuurdersstoel, vervang deze zo nodig.
  • Stel de vering van de stoel goed in.
  • Maak en houd het wegdek van het voertuig zo egaal mogelijk.
  • Houd de rijsnelheid zo laag mogelijk.
  • Las regelmatig pauzes in.
  • Wissel het werk af met minder belastende taken.

Maatregelen bij hand-armtrillingen:

  • Ga na of het noodzakelijk is dat de werknemer wordt belast met trillingen en schokken. Laat hem zo mogelijk het werk doen met andere, niet-trillende arbeidsmiddelen.
  • Gebruik handschoenen omdat deze de trillingen soms deels absorberen maar vooral om de handen warm te houden, wat minder letsel blijkt op te leveren.
  • Gebruik hydraulische, in plaats van pneumatisch aangedreven arbeidsmiddelen.
  • Rook niet (roken versterkt het vaatvernauwende effect.).
  • Las regelmatig pauzes in.
  • Wissel het werk af met minder belastende taken.

Zie ook