Of werknemers daadwerkelijk een risico lopen bij contact met biologische agentia hangt af van een aantal zaken, waaronder natuurlijk het agens zelf en de hoeveelheid biologisch materiaal waaraan men blootgesteld kan worden. Maar vooral ook van de vraag onder welke omstandigheden een eventuele blootstelling mogelijk zou kunnen zijn.

Risicobeoordeling biologische agentia

Aard van het biologische agens

Het is belangrijk om een volledig overzicht te hebben van alle biologische agentia die mogelijk aanwezig kunnen zijn op de werkplek. In Arbo-Informatieblad AI-9 ‘Biologische Agentia’ staat een vrij uitgebreid overzicht van de agentia die in verschillende werksituaties relevant kunnen zijn. Let hierbij ook op de categorie van biologische agentia.

Zodra bekend is aan welke biologische agentia de werknemers worden blootgesteld, kan ook een inschatting worden gemaakt van de aard en ernst van de eventuele ziekten die werknemers kunnen oplopen. De ernst van de potentiële ziekten bepaalt met welke prioriteit en intensiteit maatregelen moeten worden genomen binnen een bedrijf.

Besmetting en opnamewegen

De omstandigheden bij de bron moeten voor het micro-organisme gunstig zijn om zich te kunnen ontwikkelen en verspreiden. Besmetting vindt plaats door het in contact komen met een micro-organisme, bijvoorbeeld via de lucht, aanraken, eten en drinken.

De mogelijke bronnen in de werkomgeving, de mogelijke overdracht, de handeling die de werknemer moet verrichten en de gezondheidstoestand van de werknemer (normale afweer) bepalen uiteindelijk het risico.

Een gezond persoon heeft normaal gesproken afweer tegen infectie. Het lichaam verdedigt zich tegen binnendringen via de huid, slijmvliezen en maagdarmkanaal. Wordt deze eerste verdediging doorbroken dan probeert het lichaam de indringers via het immuunsysteem onschadelijk te maken.

Pas als het micro-organisme zich vermenigvuldigt en de mens er ook ziek van wordt is er sprake van een infectie.

Risicobeoordeling

Bij de risicobeoordeling moeten in elk geval de volgende stappen worden doorlopen:

  • Aan welke biologische agentia kunnen werknemers worden blootgesteld?
  • Welke gezondheidseffecten of ziekten kunnen werknemers oplopen bij deze biologische agentia?
  • Hoe komen de werknemers precies met deze biologische agentia in contact en hoe intensief is dit contact?
  • Een deskundig oordeel over de gezondheidsrisico’s voor de werknemers als gevolg van blootstelling aan biologische agentia in de werksituatie.

In de gezondheidszorg en diergeneeskunde hoort het bij het werk dat niet zeker is of er biologische agentia aanwezig zijn. Dit onzekere risico en de maatregelen die daarvoor genomen moeten worden, moeten in de RI&E opgenomen. (Arbobesluit 4.97).

Bovendien moeten persoonlijke factoren van de werknemers meegewogen worden. Zijn er kwetsbare werknemers? Is er kans op besmetting en infectie, vanwege leeftijd, weerstand, specifieke medische of functionele beperkingen? 

Welk contact?

In sommige gevallen is blootstelling aan biologische agentia bijna continu aanwezig. In andere gevallen is blootstelling incidenteel. Niet alleen de gewone, dagelijkse werkprocessen zijn van belang. Ook werk dat incidenteel wordt verricht (schoonmaken, onderhoud) kan blootstelling aan biologische agentia veroorzaken.

Hoe contact?

De manier waarop de blootstelling plaatsvindt, is essentieel om de risicovraag te kunnen beantwoorden. Zo kan het griepvirus na inademing griep veroorzaken, maar als iemand het inslikt dan hoeft dat geen effect op de gezondheid te hebben. Voor sommige ziekten, zoals Hepatitis A., cholera of voedselvergiftiging door Salmonella komt de infectie juist na het inslikken van grote hoeveelheden van deze bacteriën. Informatie over de manier van opname van een micro-organisme is dus essentieel.

Gezondheidsrisico's

Er kan dus pas een oordeel over de gezondheidsrisico’s op een werkplek worden gegeven als:

  • de biologische agentia bekend zijn of de aard van de agentia die mogelijk aanwezig zijn;
  • men weet welke ziektes kunnen voorkomen;
  • de blootstellingsroutes in kaart zijn gebracht;
  • bekend is met welke frequentie en in welke mate blootstelling kan plaatsvinden;
  • als ze niet bekend zijn maar wel vermoed worden (mogelijke bron aanwezig) dan worden deze ook betrokken in de beoordeling;
  • kwetsbaarheid van werknemers bekend is.

Ook het feit dat micro-organismen zich kunnen vermenigvuldigen (of juist afsterven) is van grote invloed op de schatting van het gezondheidsrisico. Vaak is de risicoweging maatwerk, waarbij grote deskundigheid noodzakelijk is.

Er zijn zeer vele verschillende micro-organismen en zij komen zeer verspreid voor. Ook worden er steeds weer nieuwe micro-organismen ontdekt. Denk daarbij aan de nieuwe varianten van de vogelgriep of aan het Schmallenbergvirus. Of oude bekende organismen komen in een ‘’hogere risicovariant’’ voor zoals de drugresistente variant van de TB bacterie.

In de gezondheidszorg, binnen bedrijven en organisaties moet dan ook consequent worden samengewerkt door bedrijfsarts, arbeidshygiënisten en veiligheidskundige.

Mocht er sprake zijn van volksgezondheidsrisico met mogelijke verspreiding van het micro-organisme, dan is samenwerking met de GGD van belang. Bij ruim 40 infectieziekten geldt voor (huis)artsen de verplichting deze te melden aan de GGD. Deze dienst weet de voor volksgezondheid nodige actie te organiseren.