Alle vaste en niet-vaste werkenden hebben recht op een goed arbobeleid. De werkgever is verantwoordelijk voor het zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de werkenden. Hij moet hierbij voldoen aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet. Maar naast de werkgever hebben ook werkenden plichten rondom gezond en veilig werken.

Als werknemer wil je gezond en veilig kunnen werken.

En of je nu een voltijd-, deeltijd, of nulurencontract hebt...een oproepkracht óf flexwerker bent... als werknemer heb je bepaalde rechten en plichten.

Maar waar heb je dan precies recht op?

En waartoe ben je verplicht?

Je hebt recht op voorlichting over de risico’s van je werk... en op jouw beurt is het je plicht om een gevaarlijke situatie te melden bij je werkgever.

Heb je te maken met een onveilige of ongezonde werkplek, dan is het je recht om daartegen beschermd te worden.

Maar, dan moet je er wel gebruik van maken!

Ook kan je altijd een bedrijfsarts om raad vragen.

Dit kan zonder toestemming van je werkgever.

Jij beslist of het handig is om dit advies in je organisatie te bespreken.

Als werknemer heb je dus een eigen verantwoordelijkheid om je rechten te kennen... en aan je plichten te voldoen.

Zodat jij en je collega’s gezond en veilig kunnen werken!

Kijk op www.arboportaal.nl voor meer informatie.

Vaste en niet-vaste medewerkers hebben recht op arbozorg

De wijze waarop Arbozorg wordt georganiseerd, is de keuze van de werkgever, in overleg met de werkende. Arbozorg wordt geleverd door een arbodienst of door ten minste een van de kerndeskundigen (bedrijfsarts, arbeidshygiënist, veiligheidskundige, arbeids- en organisatie deskundige). Niet alleen vaste werkenden hebben recht op arbozorg. Dit geldt ook voor deeltijd- en flexwerkers, oproepkrachten en personen met een nulurencontract. Arbozorg valt onder de Arbowet en deze wet geldt altijd als een persoon een arbeidsovereenkomst heeft of onder gezag werkt van een werkgever en tegen betaling werk verricht.


Recht op informatie, voorlichting en bescherming

Vaste en niet-vaste werkenden moeten er vanuit kunnen gaan dat hun werkgever hen goed informeert en beschermt. Het gaat dan bijvoorbeeld om:

  • Informatie over de werkzaamheden, risico’s en maatregelen.
  • Informatie over de professionele ondersteuning bij gezond en veilig werken (arbozorg) binnen het bedrijf.
  • Bescherming tegen onveilige of ongezonde werksituaties. Denk aan de inrichting van de werkplek en de uitvoering van het werk. Ook heeft de werkende recht op informatie over doel en juist gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en gereedschap. Denk hierbij aan bijvoorbeeld persoonlijke beschermingsmiddelen tegen gehoorbeschadiging.
  • Kennis van de RI&E: De werkgever zorgt ervoor dat de werkende de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E) kent.
  • Bij acuut gevaar voor de eigen veiligheid of die van anderen, moet de werkende maatregelen kunnen nemen om dat gevaar weg te nemen. De werkende mag zijn werk bijvoorbeeld onderbreken als hij vindt dat hij of anderen ernstig gevaar lopen.
  • De werkende mag van zijn werkgever verwachten dat oorzaken voor psychosociale arbeidsbelasting als stress, pesten, agressie, intimidatie en discriminatie zoveel als mogelijk worden voorkomen.
  • Werkenden hebben recht op een gezondheidskundig onderzoek om de risico’s van het werk voor de gezondheid te beperken of te voorkomen.
  • Werkenden hebben recht op een goede, onafhankelijke begeleiding van hun klachten of ziekte door een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is ook bereikbaar bij vragen over de gezondheid of veiligheid op de werkplek.
  • Werkenden hebben recht om – zonder toestemming van de werkgever - de bedrijfsarts te bezoeken als zij vragen hebben over hun gezondheid in relatie tot het werk, ook als de werkende nog niet verzuimt of klachten heeft. Dit kan bijvoorbeeld via een open spreekuur.

  • Ook hebben werkenden recht op toegang tot een preventiemedewerker.

Werkenden: verplichtingen, betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid

Om gezond en veilig werken mogelijk te maken, hebben werkenden ook verplichtingen. Een aantal voorbeelden:

  • De werkende moet zorgen voor de eigen veiligheid en gezondheid, en voor die van de anderen. Hij past kennis uit zijn opleiding en instructies van de werkgever toe in zijn gedrag.
  • De werkende gebruikt hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste manier. Hij volgt de voorschriften als hij werkt met gevaarlijke stoffen, bergt beschermingsmiddelen op de aangewezen plaats op en haalt beveiligingen niet weg.
  • De werkende moet meewerken aan een goede uitvoering van het arbobeleid.
  • De werkende meldt gevaren voor de veiligheid of gezondheid bij de werkgever of leidinggevende.
  • De werkende volgt instructies en cursussen op het gebied van gezond en veilig werken.

Zie ook het thema Rechten en plichten van werkenden. Daar is meer informatie te vinden over de plichten van werkenden (waaronder ook studenten, stagiaires en uitzendkrachten) rondom gezond en veilig werken.

Uitzendkrachten en werkenden in re-integratietrajecten

Een uitzendkracht heeft geen dienstverband bij de werkgever die hem inhuurt. Daarom hoeft de inlenende werkgever de uitzendkracht bij ziekte niet te begeleiden of door te betalen. Daar zijn het uitzendbureau en het UWV verantwoordelijk voor. Dit is dus anders dan bij de hierboven genoemde niet-vaste werkende. De inlenende werkgever moet wel zorgen voor gezondheid en veiligheid op de werkvloer. Ook moet de inlenende werkgever de uitzendkracht vooraf informeren over risico’s van het werk en eventuele noodzakelijke instructies geven. Het uitzendbureau en de inlenende werkgever die de persoon inhuren zijn dus samen verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van de uitzendkracht.

Ook voor werkenden in een re-integratietraject geldt een soortgelijke situatie. Deze werkende heeft ook geen dienstverband bij de inlenende werkgever. Daarom is ook hier sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor gezondheid en veiligheid tussen de partij die opdracht geeft tot het re-integratietraject en het re-integrerende bedrijf als de inlenende werkgever.

Vrijwilligers

De Arbowet is in beginsel niet van toepassing op vrijwilligers, omdat deze niet als werkende worden gezien onder de Arbowet. De vrijwilliger heeft namelijk geen arbeidsovereenkomst of publieke aanstelling. Toch gelden voor het werk door vrijwilligers wel enkele verplichtingen. Deze staan in het Arbobesluit, artikel 9.5a.  

Bij ernstige risico’s of bijzondere gevaren voor de veiligheid of gezondheid van de vrijwilliger, moeten de aangegeven voorschriften verplicht worden nageleefd. Denk hierbij aan goede voorlichting aan vrijwilligers over het veilig werken met hulp- en beschermingsmiddelen. Dit staat omschreven in artikel 16 lid 7 van de Arbowet.