Niet iedereen wordt even snel ziek bij blootstelling aan biologische agentia. Dat kan met aangeboren eigenschappen te maken hebben of met eigenschappen die zich later in het leven openbaren.

Iedereen is anders

Er zijn even zovele mogelijke effecten en maten van belastbaarheid als er mensen zijn. Vandaar dat nooit van een absolute blootstellingsnorm mag worden uitgegaan. Het uitgangspunt van de Arbowet is dan ook dat de belasting moet worden aangepast aan de mate waarin iemand belastbaar is.

Er bestaan bij andere arborisico's wettelijke normen die een algemener toegestane belasting aangeven, bijvoorbeeld maximaal aanvaarde waarden wat betreft blootstelling aan lawaai of straling. Deze zijn zo vastgesteld dat ze een grens aangeven waarbij de meerderheid van alle mensen geen gezondheidsschade ondervindt. Zulke grenswaarden bestaan niet bij het risico biologische agentia.

Zwangeren

Zwangere werknemers zijn van de gevoelige groepen de meest bijzondere als het om biologische agentia gaat. Niet alleen de moeder maar ook het toekomstige kind kan blijvende gezondheidsschade oplopen als de moeder op het werk een infectieziekte opdoet. Voor een aantal beroepen is bekend welke agentia een risico vormen.   

Gezien de ernst van de aandoeningen -variërend van vroeg-foetale dood tot ernstige aangeboren afwijkingen- hebben zowel ouders als kind zelf hier het hele leven lang mee te maken. Dit heeft ook gevolgen voor de werkgever en de samenleving als geheel.

Problemen kunnen worden voorkomen door een goede preventie op basis van een systematische aanpak van het arbobeleid. De uitgangspunten van de arbeidshygiënische strategie en het vermijden van contact met zieke werknemers zijn de basis. Verder verkleint tijdige vaccinatie het risico van gezondheidsschade.

De Arbowet verplicht werkgevers aandacht te besteden aan de risico’s die zwangeren en andere werknemers ondervinden door blootstelling aan biologische agentia. Het uitgangspunt hierbij is de Risico Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E).   

De kennis over de gevolgen van infectieziekten voor de zwangerschap is nog steeds in ontwikkeling.

Bedrijfsartsen kunnen letten op welke preventieve maatregelen er mogelijk zijn en weten wat er te doen is wanneer er infectieziekten ontstaan in het bedrijf.

Belangrijk is steeds:

  • Om welke biologische agentia gaat het?
  • Wat zijn de effecten op het ongeboren kind?
  • Welke beroepsgroepen in het bedrijf lopen het risico? 

Zodra zwangeren op het werk aanwezig zijn of zouden kunnen zijn, moet er preventief opgetreden worden. De volgende vragen zijn dan relevant:

  • Wat te doen bij aanname?
  • Welke hygiënemaatregelen moeten worden genomen?
  • Aanwezigheid zieke collega’s?
  • Wanneer vaccinatie aanbieden?
  • Is er effectieve verzuimbegeleiding?

Het is een zwangere werknemer verboden arbeid te verrichten waarbij zij kan worden blootgesteld aan de biologische agentia Toxoplasma en Rubellavirus, tenzij is gebleken dat zij hiervoor immuun is. Zie Arbobesluit artikel 4.109.

Het KIZA heeft een overzicht gemaakt van biologische agentia welke schadelijke effecten veroorzaken voor de vruchtbaarheid, voor de ongeboren vrucht en voor het kind tijdens de perinatale en vroege postnatale levensfase.

Jeugdige werknemer

Jongere werknemers zijn in meerdere opzichten nog onvolgroeid. Zo is hun immuunsysteem nog niet volledig op peil en missen zij vaak nog de specifieke afweer tegen bepaalde organismen. Soms komt een extra gevoeligheid voor ontstekingen en infecties pas op de puberleeftijd tot uiting.

Daarnaast hebben jongeren meer kans op het oplopen van kleine verwondingen, omdat de coördinatie van de spieren nog niet optimaal is en ze veel werkzaamheden nog goed in de vingers moeten krijgen.

Als jongeren nog in de groei zijn, kan een ontsteking extra nadelige effecten hebben, omdat er groeiafwijkingen kunnen ontstaan.

Jeugdige werknemers mogen niet werken met of niet worden blootgesteld aan biologische agentia van categorie 3 of 4. Zie Arbobesluit artikel 4.105.

Oudere werknemer

Bij de oudere werknemer is er weliswaar vaak sprake van een specifieke afweer tegen vele organismen, maar is de algemene afweer op een lager pitje komen te staan.

Sommige ziekten, zoals rode hond en de bof, zijn als kinderziekte vrij ongevaarlijk, maar als ze op volwassen of oudere leeftijd worden opgelopen, kunnen de gevolgen wel degelijk ernstig zijn.

Immuungecompromitteerden

Personen met een verzwakt afweersysteem kunnen geheel anders reageren op een blootstelling aan biologische agentia. Zeer vergaande maatregelen kunnen bij deze personen nodig zijn, afhankelijk van de staat van het afweersysteem.

Mensen met luchtweg- of allergische klachten

Medewerkers kunnen een aanleg hebben voor overgevoeligheden en/of allergieën. Dit kan voorkomen bij personen met een atopische aanleg. Personen met een dergelijke aanleg kunnen anders, lees heftiger, reageren op biologische agentia. Voorbeelden zijn kattenkrabziekte, papegaaienziekte.