Een bijbaan biedt jongeren de gelegenheid om (werk)ervaring op te doen en geld te verdienen. In geen geval mogen hierbij de gezondheid en ontwikkeling van jongeren gevaar lopen, net zomin als de schoolprestaties. Daarom is arbeid door jongeren aan strenge regels gebonden.

Veel jongeren hebben een bijbaantje, bijvoorbeeld in het weekend of tijdens schoolvakanties. In de praktijk blijkt dat veel jongeren niet goed zijn geïnformeerd over hun rechten en plichten. Ook overtreden werkgevers nog wel eens de regels, soms bewust maar vaker onbewust. Het is voor de ontwikkeling en veiligheid van jongeren echter van groot belang dat zowel werkgever als de jongeren zelf alle regelgeving in acht te nemen.

Wet en regelgeving

Sinds het Kinderwetje van Van Houten uit 1874 is kinderarbeid voor kinderen tot en met 12 jaar in Nederland niet meer toegestaan. In de huidige wetten en regels is, op grond van Europese regelgeving, bepaald dat arbeid door kinderen van 13 t/m 15 jaar verboden is. Maar er zijn uitzonderingen mogelijk onder strikte voorwaarden. De uitwerking hiervan staat in de volgende wetten en regelingen:

Randvoorwaarden Arbeidstijdenwet

In de Arbeidstijdenwet zijn randvoorwaarden opgenomen voor uitzonderingen op kinderarbeid. Er geldt bijvoorbeeld dat:

  • bepaalde activiteiten niet tijdens de schooltijd mogen worden verricht (zie artikel 3.2, tweede lid, onderdelen a, b en d);
  • bepaalde activiteiten alleen naast of in samenhang met het onderwijs mogen worden verricht (zie artikel 3.2, tweede lid, onderdeel c);
  • te allen tijde in acht wordt genomen dat de veiligheid van het kind niet in gevaar komt en er geen arbeid wordt verricht die een nadelige invloed kan uitoefenen op de lichamelijke of geestelijke ontwikkeling van dat kind (zie artikel 3.4, eerste lid). 

Toegestane werkzaamheden: nadere Regeling Kinderarbeid

In de Nadere Regeling Kinderarbeid staat precies beschreven wat een kind op de werkvloer mag doen. Bij 13- en 14-jarigen mag het alleen gaan om incidentele werkzaamheden, dus niet om de reguliere arbeid. Zij mogen niet volledig deel uitmaken van het arbeidsproces.

Voor kinderen van 13 t/m 15 jaar is de vuistregel dat zij lichte, niet-industriële werkzaamheden mogen doen. Bijvoorbeeld schoonmaakwerkzaamheden, oppassen, vakken vullen, bollen pellen en meewerken in de bediening.

Voor jongeren van 16 en 17 geldt dat ze allerlei soorten werk mogen doen, zolang dit niet gevaarlijk is of schadelijk voor de gezondheid. Wel mogen ze bepaalde risicovolle werkzaamheden verrichten onder deskundig toezicht. Het gaat dan bijvoorbeeld om werken in een omgeving waar gevaar voor instorting bestaat of het besturen van een trekker en het aan- of afkoppelen van aanhangwagens of werktuigen.

Minimumjeugdloon

Alle werknemers vanaf 22 jaar hebben recht op het wettelijk minimumloon. Voor jongere werknemers geldt het minimumjeugdloon. Het minimumjeugdloon wordt in stappen afgeschaft. Sinds 1 juli 2017 geldt het minimumloon (WML) vanaf 22 jaar; dit wordt in 2019 21 jaar. Zie ook het onderwerp Minimumloon op Rijksoverheid.nl.

Tekenen arbeidsovereenkomst

Voor 13- t/m 15-jarigen geldt dat de ouders de arbeidsovereenkomst mede moeten ondertekenen. Ouders kunnen in de arbeidsovereenkomst vast laten leggen welke werkzaamheden hun kinderen zullen verrichten.