Goede gelaatsbescherming beschermt het gehele gezicht, inclusief de ogen, zonder dat dit ten koste gaat van het zicht op het werk en de omgeving.

Gelaatsbescherming

Een veiligheidsbril is een goed middel om de ogen te beschermen, maar beschermt niet in alle gevallen het gelaat. Gelaatsbescherming moet bescherming bieden tegen:

  • vaste deeltjes of spaanders zoals stof en splinters;
  • vloeistofspetters, bijvoorbeeld tijdens het werken met gevaarlijke vloeistoffen;
  • infraroodstraling en vlammen; en
  • gevaren van het werken laser of uv.

Een voorbeeld van gelaatsbescherming is een gelaatsscherm. Zo'n scherm beschermt zowel de ogen als het gezicht. Een gelaatsscherm wordt gedragen met een hoofdband die instelbaar is.

Een goede gelaatsbescherming is maatwerk, waarbij ook de risico’s op andere lichaamsonderdelen en de daarbij behorende persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden betrokken. Bijvoorbeeld een veiligheidshelm of gehoorbescherming. Het soort werk en de werkomstandigheden bepalen welk materiaal voor de gelaatsbescherming de voorkeur heeft. Zo wordt bij elektrisch lassen vaak een kunststof gelaatsscherm met een klein ruitje gebruikt. Bij gebruik van een motorkettingzaag of bosmaaier is het gelaatsscherm van gaas. En bij het werken met een hogedrukspuit is het scherm vaak van doorzichtig kunststof.

Laswerkzaamheden

Voor laswerkzaamheden gelden specifieke eisen voor gelaatsbescherming. Elektrisch lassers kunnen kiezen uit een lashelm en een lasschild. Met een lashelm blijven beide handen vrij voor het werk. Een lasschild moet door de werknemer zelf worden vastgehouden. Beide vormen van gelaatsbescherming zijn bestand tegen infraroodstraling (warmte), vonken (metaalspetters) en ultraviolette straling.  

De donkere lasruiten en de spatruiten, die de relatief duurdere lasruiten beschermen, kunnen stukgaan. Het is dan ook van belang dat de ruiten eenvoudig vervangbaar zijn. Bij sommige typen lashelmen is de kans op het breken van de las- en spatruit verkleind door een verende borging.

De kleur van de lasruit is meestal groen. Deze kleur biedt door de absorptie van licht in het rood- en infrarood-spectrum een goed contrast tussen smeltbad en omgeving. De lasruit moet daarnaast het juiste ‘scale’-nummer hebben om de ogen te beschermen. Voor autogeen lassen is een ruit met een scale-nummer 4-8 nodig. Het gewenste scale-nummer loopt op met het debiet voor acetyleen of zuurstof dat bij het lassen wordt gebruikt. Voor elektrisch lassen dient een ruit met een scale-nummer 4-14 te worden gebruikt. Het gewenste scale-nummer loopt op met de stroom in ampères die bij het lassen wordt gebruikt. Voor lassen met een sterke hitte-ontwikkeling is een ruit van goud gecoat polycarbonaat nodig. Deze ruit absorbeert rood en infrarood zeer goed. Heel praktisch zijn de automatische laskappen. Hierbij wordt de lasruit automatisch gedimd.

De automatische laskappen (speedglass) worden vaak als zeer praktisch ervaren. Bij deze kappen dimt de lasruit automatisch zodra de vlamboog tot stand komt.

Aandachtspunt gelaatsbescherming

De ervaring leert dat een gelaatsbescherming die prettig zit – die niet knelt, schuurt of het zicht belemmert - beter wordt gebruikt.