Wat zegt de wet over beeldschermwerk?

De wet verplicht werkgevers om ervoor te zorgen dat beeldschermwerk geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van hun werknemers. Het Arbobesluit kent twee specifieke richtlijnen:

  • Beeldschermwerk moet na twee uur afgewisseld worden met ander werk of een pauze (Arbobesluit 5.0).
  • Werknemers moeten de gelegenheid krijgen om een oogonderzoek te ondergaan voordat zij met beeldschermwerk beginnen of wanneer zij oogklachten ontwikkelen.

Verder zijn er voorschriften te vinden in een ministeriële regeling met betrekking tot de werkplek en programmering, zoals:

  • Beeldscherm en toetsenbord mogen niet aan elkaar vast zitten (laptop moet dus voorzien zijn van of los beeldscherm of los toetsenbord).
  • De werkplek (stoel én tafel) moet in hoogte verstelbaar zijn en voldoen aan de NEN-normen.
  • Het beeldscherm is van goede kwaliteit, in hoogte verstelbaar en mag niet spiegelen.
  • De verlichting op de werkplek zorgt voor voldoende licht en een beheerst contrast tussen het beeldscherm en de omgeving.
  • Werknemers moeten gebruik kunnen maken van hulpmiddelen, zoals een documenthouder en gebruikersvriendelijke software.
  • Werknemers die een leesbril nodig hebben en beeldschermwerk verrichten, hebben recht op vergoeding van de aanschafkosten van een beeldschermbril.

Werkgevers mogen van deze normen afwijken, zolang de veiligheid en de gezondheid van de werknemers gewaarborgd blijft. In de risico-inventarisatie en -evaluatie moet expliciet aandacht worden besteed aan beeldschermwerk. Hierin wordt met name gelet op de gevaren voor de fysieke en psychische belasting en het gezichtsvermogen.

Meer informatie: