Toezicht op de gecertificeerde instellingen

Op certificerende instellingen (CI’s) wordt toezicht gehouden. De instellingen worden gecontroleerd door zowel de Inspectie SZW als de Raad voor Accreditatie (RvA).

Rol van de RvA: toetsen instellingen

Voorafgaand aan de aanwijzing, beoordeelt de RvA of de CI’s aan de eisen voldoen. Na de aanwijzing van de CI’s door de Inspectie SZW, beoordeelt de RvA doorgaans jaarlijks of de CI’s nog steeds aan de eisen voldoen.

N.B. vanaf uiterlijk 2020 zullen aanwijzingen van CI’s niet meer worden gebaseerd op een positief beoordelingsadvies van de RvA, maar op een accreditatie van deze CI’s door de RvA aan de hand van de toepasselijke geharmoniseerde accreditatienorm en de wettelijke eisen voor aanwijzing. Een aangewezen CI zal dan ook onderworpen zijn aan periodieke accreditatiebeoordelingen op basis van de toepasselijke geharmoniseerde accreditatie-norm.

Rol van de Inspectie SZW: stelseltoezicht

Nadat de Inspectie SZW de CI’s heeft aangewezen namens de minister, houdt zij ook toezicht op de manier waarop de instellingen hun werk doen. De focus van de Inspectie SZW ligt op het functioneren van het certificatiestelsel (stelseltoezicht). Daarbij zijn de CI’s en certificaathouders belangrijke actoren. De Inspectie SZW werkt samen met de RvA op basis van een gezamenlijk informatieprotocol. Daarin zijn onderlinge afspraken over het uitwisselen van informatie opgenomen. Als de Inspectie SZW het vermoeden heeft dat er sprake is van ernstige tekortkomingen bij een CI dan zal zij onderzoek doen en, indien dat noodzakelijk is, kan zij de CI’s maatregelen opleggen. Ook is het mogelijk dat de Inspectie SZW een aanwijzing van een CI schorst of intrekt.