Werkgevers moeten persoonlijke beschermingsmiddelen gratis beschikbaar stellen en zorgen voor goede voorlichting over het gebruik en onderhoud ervan. Dit geldt ook in de gevallen waarbij het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen niet wettelijk verplicht is.

Algemene inleiding PBM

In de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) dienen de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen beschreven te zijn. De werkgever draagt de kosten voor de persoonlijke beschermingsmiddelen, maar de keuze ervan maken werknemer en werkgever samen. Medewerkers kunnen met hun kennis en ervaring uit de praktijk een belangrijke bijdrage leveren aan de aanschaf van de juiste middelen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen zullen altijd een aanvulling zijn op maatregelen die de risico's aan de basis aanpakken. Zulke maatregelen zijn bijvoorbeeld:

  • goed onderhoud aan machines;
  • tijdig vervangen van verouderde machines;
  • veiliger alternatieven voor gebruik van grondstoffen;
  • aanbrengen van geluidsisolatie;
  • technische voorzieningen treffen; en
  • werkwijze aanpassen.

Drie categorieën

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn er in drie categorieën:

  • Categorie I: persoonlijke beschermingsmiddelen tegen lage risico's. Dit zijn middelen die zonder enige deskundigheid en zonder hulpmiddelen bescherming bieden. Bij falen van de bescherming door deze middelen kan een gering en oppervlakkig letsel optreden. De fabrikant stelt van elk product een technisch dossier samen en bewaart deze ten minste 10 jaar na productiedatum. Voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen uit risicoklasse I zijn een zonnebril, regenkleding en eenvoudige tuinhandschoenen.
  • Categorie 2: persoonlijke beschermingsmiddelen tegen middelhoge risico's. Dit zijn middelen die niet onder risicoklasse I vallen en waarbij de fabrikant ervoor moet zorgen dat de middelen voldoen aan bepalingen volgens de EG-richtlijn 89/686/EEG. De fabrikant zorgt behalve voor het technisch dossier (zie categorie I) ook voor een typekeur van elk product. De meeste persoonlijke beschermingsmiddelen vallen onder deze categorie. Voorbeelden zijn een veiligheidsbril en veiligheidshelm.
  • Categorie 3: persoonlijke beschermingsmiddelen tegen hoge risico's. Dit zijn complexe middelen waaraan naast de gestelde voorwaarden uit klasse II extra eisen worden gesteld, zoals het geproduceerd moeten zijn onder een door de EG erkend kwaliteitsborgingssysteem. Een voorbeeld is een harnasgordel: een uitrustingsstuk dat bescherming biedt tegen vallen van grote hoogten.

Baten en kosten

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn niet alleen een kostenpost. Een veilige werkplek met voldoende persoonlijke veiligheid voor medewerkers voorkomt verzuim door ongevallen en ziekte. Persoonlijke beschermingsmiddelen beschermen juist die kwetsbare en vitale lichaamsdelen, zoals hoofd, ogen, oren, handen en voeten. En ze beperken zowel de persoonlijke als financiële schade.

Onderhoud bespaart kosten

Gedegen onderhoud en goed gebruik bevorderen de levensduur en effectiviteit van persoonlijke beschermingsmiddelen. De werkgever treft hiertoe maatregelen door:

  • voorlichting en duidelijke instructies te geven;
  • werknemers te trainen;
  • toezicht te houden op het gebruik; en
  • te zorgen voor regelmatig onderhoud. Van de werknemer mag verlangd worden dat deze het onderhoud (deels) zelf uitvoert.

Inspectie SZW

Als de Inspectie SZW constateert dat persoonlijke beschermingsmiddelen niet worden gebruikt, dan kan behalve de werkgever ook de werknemer in overtreding zijn. De werkgever kan de verplichting om persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken vastleggen in de arbeidsovereenkomst of in de huisregels. De werkgever heeft de plicht naast het geven van voorlichting en instructies over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen ook afdoende toezicht te houden. Als een werknemer bij herhaling niet gebruikmaakt van persoonlijke beschermingsmiddelen, dan kan de werkgever hem schorsen en zelfs (op staande voet) ontslaan. Dergelijke sancties dienen wel vooraf gecommuniceerd te worden.