Lessen uit de gedragsveranderingspilot Brandweer Nederland

‘Pas toen realiseerde ik mij dat ik ’s avonds nog wel eens hoofdpijn had na een dag op het oefencentrum en nu niet meer’. Veilig werken met gevaarlijke stoffen, iedereen weet het maar niet iedereen doet het. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bezig met het ontwikkelen van gerichte gedragsinterventies samen met een aantal betrokken beroepsgroepen. Voor deze gedragsveranderingspilot is samengewerkt met Brandweer Nederland en het programma Preventie Beroepsziekten. Samen hebben zij een onderzoek laten uitvoeren naar gedragsverandering bij het dragen van persoonlijke bescherming.

Brandweer NL (415x217)

‘Pas toen realiseerde ik mij dat ik ’s avonds nog wel eens hoofdpijn had na een dag op het oefencentrum en nu niet meer’. Veilig werken met gevaarlijke stoffen, iedereen weet het maar niet iedereen doet het. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bezig met het ontwikkelen van gerichte gedragsinterventies samen met een aantal betrokken beroepsgroepen. Voor deze gedragsveranderingspilot is samengewerkt met Brandweer Nederland en het programma Preventie Beroepsziekten. Samen hebben zij een onderzoek laten uitvoeren naar gedragsverandering bij het dragen van persoonlijke bescherming.

‘Wat stimuleert of weerhoudt een persoon ervan zich veilig te gedragen?’

In de pilot was de wens van de brandweer om medewerkers te stimuleren om vaker en beter persoonlijke (adem)beschermingsmiddelen te gebruiken. Ondanks dat wij ons vaak bewust zijn van onveilig gedrag en kennis hebben over de gevolgen ervan, gedragen we ons er vaak niet naar. Dit lijkt irrationeel, maar is heel goed te verklaren als je goed gaat kijken naar de fundamentele drijfveren die ons gedrag sturen. Wat stimuleert of weerhoudt een persoon ervan zich veilig te gedragen? Voor langdurige gedragsverandering wil je graag het doelgedrag koppelen aan iets wat de doelgroep al belangrijk vindt (een haakje dat betekenis geeft aan het gedrag), waardoor de kans groter is dat de doelgroep dit gedrag ook over langere tijd blijft vertonen. Uit de analyse van Dijksterhuis & van Baaren blijkt dat brandweerlieden een grote verantwoordelijk voelen voor elkaar en veel waarde hechten aan ‘het helpen van anderen’. Een prachtige eigenschap, maar hierdoor komt eigen veiligheid niet altijd op de eerste plaats te staan.

In een gedragsveranderingstraject is het toverwoord ‘concretiseren’: het concreet maken van gedrag’. In het eindrapport lees je bijvoorbeeld hoe er in de pilot is gekomen tot de formulering van een concreet doelgedrag: op trainingscentra moet het ademluchtmasker drie minuten worden opgehouden na een oefening in het trainingscentrum. Deze uitdamptijd van drie minuten is nodig om inademing van schadelijke stoffen uit de brandweerpakken te voorkomen. Een tip die het eindrapport geeft bij het opstellen van doelgedrag is: kun je een foto maken van je doelgedrag? Zo niet, dan is je doelgedrag niet concreet genoeg.

Brandweer (415x277)

‘Hoe langer je zelf uitdampt, hoe langer je buddy uitdampt.’

Om te zorgen dat de brandweerlieden in de pilot drie minuten uitdamptijd aanhouden, is de briefing aangepast en de buddycheck aangevuld met het doel om urgentie te wekken en het gedrag makkelijker te maken. In de briefing is bijvoorbeeld de techniek van self-persuasion toegepast en wordt de vraag gesteld: bedenk één reden waarom het belangrijk is dat je collega’s na een oefening uitdampen? Gedragspsycholoog Bob van Dam licht toe: ‘We zien in ons onderzoek dat je eigen gedrag van invloed is op het gedrag van je collega’s en dus indirect op hun gezondheid. Wil je de ander helpen? Hoe langer je zelf uitdampt hoe langer je buddy uitdampt.’

Daarbij is ook een fysieke hub met een timer gecreëerd, waar brandweerlieden na het blussen met hun buddy drie minuten met de timer kunnen uitdampen. Zo wordt nieuw en veilig gedrag daadwerkelijk mogelijk en makkelijk gemaakt, en door herhaling ingesleten in de routines van de brandweerlieden. Een brandweerman vertelt in het rapport: ‘Door de metingen bij het oefencentrum kwam ik tot de conclusie om als oefenleider consequenter mijn ademlucht langer op te houden en gebruik te maken van het FFP3-masker. Pas toen realiseerde ik mij dat ik ’s avonds nog wel eens hoofdpijn had na een dag op het oefencentrum en nu niet meer.’

Het eindrapport

De pilot resulteerde in een verdrievoudiging van de uitdamptijden en kan een kapstok bieden voor andere doelgedragingen binnen de brandweer. Lees het volledige rapport en de geleerde lessen in het eindrapport.