Bouwinspectie op hakken: staatssecretaris wil giftige stoffen uitbannen

Ongelukken in de bouw liggen altijd op de loer. Vallen van hoogte, snijden, elektrocutie; het zijn bekende gevaren op de bouwplaats. Er zijn echter ook minder bekende gevaren: kwartsstof, isocyanaten en lasrook. Staatssecretaris Tamara van Ark ging op bezoek bij opleidingsbedrijf Rijnmond Bouw om het belang van veilig werken met deze sluipmoordenaars op de kaart te zetten.

Ze hebben áltijd een bouwhelm op, beschermende werkkleding aan en als ze met gevaarlijke stoffen werken een kapje op. Veilig werken wordt er bij de leerlingen van Rijnmond Bouw ingepeperd. Veeg je de vloer niet goed en nat aan? Of ga je zonder instructeur met een zaagmachine aan de slag? Dan moet je vijftig cent dokken.

Het is menens

Bouwvakkers zouden een voorbeeld moeten nemen aan de manier waarop deze bouwleerlingen werken, zei staatssecretaris Van Ark op de werkplaats van Rijnmond Bouw. Weliswaar stond ze zelf op hakken tussen de werkende leerlingen – geen goed voorbeeld gaf ze toe, maar ze had op bouwvakschoenen gerekend – toch maakte Van Ark duidelijk dat het voor haar menens is. “De bouw moet zich écht bewuster worden van hoe belangrijk veilig werken is. Ze moeten intrinsiek gemotiveerd worden en dat begint bij de opleiding”, stelde ze.

Nog veel te vaak wordt er ‘even snel’ een balk gezaagd, een steiger opgelopen zonder helm. En nog veel te veel bouwvakkers werken zonder kapjes met gevaarlijke stoffen. Werknemers hebben daardoor niet alleen een grote kans op een bouwongeval, maar ook een grote kans op enge ziektes als longkanker, astma en COPD. Per jaar sterven drieduizend mensen aan dit soort beroepsziekten. Daarvan moet de bouw zich bewuster worden, vindt de staatssecretaris.

Serie werkbezoeken

Van Ark trapte daarom bij Rijnmond Bouw een serie werkbezoeken af in het kader van haar eerder dit jaar gelanceerde campagne voor gezond en veilig werken. Tientallen afgevaardigden uit de bouw waren op de bijeenkomst afgekomen. Allemaal onderstreepten ze het belang van veilig werken, maar ook allemaal waren ze het erover eens hoe lastig de opgave is.

Zo zei een van de genodigden na de rondleiding door het opleidingsbedrijf: “Niemand vindt het prettig in het stof te werken, maar vaak heeft het werken zonder masker te maken met gemak. Laatst kwam ik nog een situatie tegen dat iemand ‘even’ snel, zonder masker een kleine besloten ruimte onder de vloer van een crematorium in kroop. Dat is natuurlijk niet goed, maar je merkt dat gezondheid een soort bijvangst is. Het heeft geen prioriteit.”

‘Extra reden om aan de slag te gaan’

Ook de staatssecretaris weet dat de opgave geen gemakkelijke is. Al jaren worden er pogingen gedaan het aantal bouwongevallen terug te dringen, maar tot nu toe met weinig resultaat. In 2017 is het aantal bouwongevallen weer met 12 procent toegenomen. “Ja, die cijfers zijn erg triest. Vooral als je ziet dat het aantal bouwongevallen in drukke tijden weer toeneemt. Ik wil dat die relatie verdwijnt. Er is daarom nu extra reden om aan de slag te gaan.”

Met 50 miljoen euro voor inspectie en een programma gericht op het voorkomen van beroepsziekten, wil de minister de aantallen terugdringen. Een belangrijk onderdeel daarvan is een bewustwordingscampagne. Want die bewustwording, dat is het állerbelangrijkste, stelt Van Ark. “Ik doe veel werkbezoeken en praat vaak met mensen in de bouw. Daardoor weet ik dat veilig werken niet altijd vanzelf gaat, je moet er continue op blijven hameren. Het is veel te gemakkelijk om weer te vervallen in het oude gedrag.”

‘Jongeren bewust maken is de sleutel tot succes’

Onderdeel van de aanpak is een intensieve samenwerking met brancheorganisaties en met opleidingsbedrijven. Van Ark: “Als je voor de lange termijn succes wilt boeken, moet je beginnen bij de opleiding. Jongeren die zich bewust worden van hun eigen veiligheid, dat is de sleutel tot succes.”

Het doet haar dan ook goed om te zien dat de jeugd bij Rijnmond Bouw zo serieus met veiligheid bezig is. Toch wordt er ook bij de leerlingen in alle drukte wel eens wat over het hoofd gezien. Zo zijn de kuipen met betonmortel maandag niet afgedekt, waardoor er gevaarlijke stoffen vrij kunnen komen. Ook liggen er op de buitenwerkplaats nog losse planken en spijkers, die eigenlijk opgeruimd hadden moeten worden.

Het gaat nooit helemaal perfect

Directeur Frank Knotter schaamt zich er niet voor en geeft eerlijk toe dat er altijd dingen verbeterd kunnen worden. “Ik zal nooit zeggen dat het bij ons helemaal perfect gaat. Als je dat zegt, gaan ze namelijk achterover leunen. En bij veilig werken moet je dag in dag uit bewust blijven.”

De directeur werkt nu 2,5 jaar bij Rijnmond Bouw en sinds zijn komst is er een ‘cultuuromslag’ geweest. Veilig werken was altijd al belangrijk, maar Knotter heeft naar eigen zeggen wel de puntjes op de i gezet. “Dag in dag uit zeggen we tegen de leerlingen hoe belangrijk het is veilig te werken. Vandaag hebben jullie een nieuwe groep met leerlingen hier zien werken – vandaar dat ze nog geen kleding van ons droegen – en zelfs op hun eerste dag nemen we ze eerst mee naar boven voor een les over veiligheid. Als ze wat langer bij ons zitten laten we ze ook filmpjes zien over wat er met je kan gebeuren als je niet oplet.”

‘Nog steeds piep in mijn oren’

Zelf heeft Knotter meer dan genoeg meegemaakt in de bouw. Ooit is hij getuige geweest van een ongeluk en nog altijd staat het op zijn netvlies. “Vroeger was er veel minder aandacht voor veilig werken. Ook ik heb me er schuldig aan gemaakt. Ik heb nog steeds een piep in mijn oren, omdat ik nooit met oorbescherming heb gewerkt.” Ter illustratie wijst hij naar zijn duim. “Zie je dat ik deze niet goed kan bewegen? Dat komt omdat ik ‘m er ooit heb afgezaagd.”

Nog steeds moet hij zichzelf er elke keer weer toe zetten om beschermd aan de slag te gaan. “Het is zo gemakkelijk om het klusje ‘even snel te doen’. Maar dan gebeuren juist de ongelukken.”

Tijdsdruk

De jongeren van Rijnmond Bouw doen volgens de directeur flink hun best dat soort situaties te voorkomen. Toch komen ook zij, als ze aan de slag gaan bij een bouwbedrijf, wel eens in situaties terecht dat de druk om hard, maar minder veilig, te werken groot is. “Soms krijgen wij van leerlingen te horen dat ze onder tijdsdruk bij een bouwbedrijf toch dingen moesten doen die ze niet willen. Wij zeggen dan tegen de leerlingen: doe het niet. Maar ze willen daarop niet afgerekend worden. We proberen dan met bedrijven in gesprek te gaan om dit soort situaties te voorkomen.”

‘Jeugd leert oud belang van veilig werken’

Volgens Knotter zijn de jongeren die nu klaargestoomd worden voor de bouw zich veel bewuster van veilig werken dan ouderen. “Wat wij zien is dat de jeugd ouderen het belang van veilig te werken bijbrengt. Dat vind ik mooi om te zien. Want als ze hier niet leren, dan gaat het als ze echt aan de slag gaan, ook niet goed.”

Het potje met muntjes, waar de jongeren die in de fout gaan geld in moeten gooien, is op dit moment zo goed als leeg. “We hebben al een tijd geen taart meer gegeten”, zegt Knotter trots.

Bron: Cobouw.nl