‘Afspraak is afspraak: hoe bevorderen we de cao-naleving?

Verslag themamiddag over cao-naleving van 24 juni 2019

Het programma Eerlijk, Gezond en Veilig Werk zet in op het stimuleren van goed werkgeverschap en van eerlijk, gezond en veilig werk. Op maandag 24 juni organiseerde het programma een themamiddag over cao-naleving, waar sociale partners de gelegenheid kregen om goede en praktische ideeën over cao-naleving op te doen en ervaringen uit te wisselen. Het was een interessante en inspirerende middag waarbij de deelnemers tijdens plenaire- en deel-sessies verschillende ideeën hebben opgedaan over hoe cao-naleving kan worden bevorderd. Hieronder lees je de uitkomsten en de leerpunten van de verschillende deelsessies.  

Deelsessie 1: Belofte maakt schuld: naleving cao-afspraken

Om de naleving van cao-afspraken te bevorderen is het allereerst belangrijk dat een cao heldere afspraken bevat. Het kan nog een hele puzzel zijn om een cao begrijpelijk, inhoudelijk en juridisch correct op te stellen. Er zijn verschillende soorten afspraken binnen de cao zelf mogelijk met het oog op de naleving

Om te beginnen kunnen afspraken over voorlichting bijdragen aan de naleving van de cao. Dat geldt ook voor een geschillencommissie of klachtenregeling, bijvoorbeeld in de vorm van een uitleg/interpretatie commissie. De effectiviteit van het nalevingsinstrument is afhankelijk van de sector. Wat in de ene sector goed werkt is voor een ander sector wellicht niet het juiste instrument. Het is aan sociale partners om het juiste instrument te selecteren en hier goede afspraken over te maken.

Afspraken met betrekking tot de naleving zijn belangrijk, maar blijken in de praktijk niet altijd genoeg. Soms is ook een pressiemiddel nodig om niet-nalevers ertoe te bewegen zich alsnog aan de cao-afspraken te houden.

Deelsessie 2: Workshop cao in begrijpelijke taal

In de workshop heeft Wessel Visser van BureauTaal vijf regels van begrijpelijke taal toegelicht. Daarna hebben de deelnemers met Wilco Brinkman van HS Arbeidsvoorwaarden deze schrijfregels toegepast op cao-teksten.

  • Doelgroep: voor wie schrijf je de tekst. Voor je begint met schrijven moet je nadenken voor wie je de tekst schrijft. Een tekst schrijf je nooit voor jezelf, altijd voor een ander. Wie is de ander? Welke werkgevers zijn dat? En welke werknemers? Bijvoorbeeld, zijn ze hoger opgeleid, middelbaar opgeleid of lager opgeleid?
  • Doel van de tekst: wat wil je bereiken met je tekst? Het doel van een tekst is actie, gedrag: mensen moeten iets doen of juist iets niet doen. Vraag jezelf af: als de lezer de tekst heeft gelezen, wat moet die dan doen? Dat geldt vanzelfsprekend ook voor cao’s. Wat moet een werkgever doen en wat mag hij niet? En wat moet een werknemer doen en wat mag hij niet?
  • Titel: denk na over de titel van je tekst. Dit is belangrijk omdat mensen in 7 seconden of minder besluiten of ze de tekst wel of niet gaan lezen. In dat beslisproces speelt de titel een belangrijke rol.
  • Korte, actieve zinnen. In begrijpelijke taal zijn zinnen kort, gemiddeld 10-12 woorden. En in begrijpelijke taal schrijven we actieve zinnen. Vermijd passieve zinnen, zinnen met de werkwoorden worden of zijn. In passieve zinnen is niet bekend wie wat moet doen. Daarom vermijden we passieve zinnen in begrijpelijke taal.
  • Vaktaal. Het voordeel van vaktaal is dat vakgenoten effectief en snel met elkaar kunnen communiceren. Maar niet-vakgenoten snappen niets van vaktaal. Meestal communiceer je met niet-vakgenoten. Daarom gebruiken we in begrijpelijke taal geen vaktaal.

Deelsessie 3: Publiek-private samenwerking bij cao-naleving

De Inspectie SZW heeft toegelicht hoe zij werkt bij onderzoeken op verzoek van cao-partijen of anderen naar cao-naleving door een werkgever en naar naleving van artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi)[1]. De aanvraag om onderzoek te laten doen moet onderbouwd zijn, maar dit hoeft geen stuk van 4 pagina’s te zijn. Een kortere onderbouwing (‘2 alinea’s’) is ook voldoende.  De Inspectie spreekt zich niet uit over welke cao van toepassing is. De aanvrager kan dit het beste vooraf zelf doen.

Tijdens de sessie zijn er een drietal casussen besproken waar de Inspectie SZW een rapport heeft opgeleverd. Er ontstond er een gesprek over onder meer het vervolg op de Inspectie-onderzoeken. Het hoeft niet altijd tot een procedure te komen. Door in gesprek te gaan met de werkgever die het rapport krijgt aangeboden kan er al verbetering optreden. Wanneer dat niet lukt kan een werknemer of de werknemersorganisatie alsnog met het rapport naar de rechter stappen.

De Inspectie is wettelijk verplicht de gegevens van werknemers te anonimiseren in de rapporten. Anonimiseren van onderzoeken is tijdrovend voor de Inspectie en belemmert soms dat het onderzoek effect heeft. Een positief effect van onderzoek is dat het er soms toe leidt dat werknemers die dat eerst niet durfden, na het onderzoek toch een procedure durven te beginnen.

Deelsessie 4: Het opzetten van een eigen controleorgaan - voorbeelden uit de praktijk

In deze sessie vertelde Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) en Sociaal Fonds Taxi (SFT) over hun ervaring en opzet van een eigen cao-controleorgaan. Volgens SFPB en SFT zijn er 5 aspecten van een controleorgaan die je goed moet regelen:

  • Besluit van sociale partners. De SFPB en SFT zijn beide opgericht door een samenwerking tussen werkgevers en werknemers. Dit zorgt voor draagvlak in de uitvoering.
  • Borg dat je mag handhaven. Regel in de cao’s dat je controles mag uitvoeren en je bijvoorbeeld boetes kan opleggen.
  • Bepaal wat er moet worden gehandhaafd. Er moet keuze gemaakt worden op welke bepalingen er gecontroleerd gaat worden, bijvoorbeeld op alle financiële kernbepalingen. Leg dit vast in een controleprotocol.
  • Systematiek kiezen. Er zijn verschillende methodes om controles op een cao uit te voeren. Je kan bijvoorbeeld kiezen om alle werkgevers die onder de werkingssfeer van de cao-vallen jaarlijks te inspecteren, of meer op basis van meldingen en bij eerdere overtredingen vaker te controleren. SFPB en SFT hebben gekozen voor eigen inspecteurs, maar er kan ook voor worden gekozen om een externe partij in te zetten.
  • Maak onderscheid tussen een onderzoek naar de werkingssfeer en een cao-controle. Bepaal eerst of een werkgever onder de werkingssfeer van de cao valt, voordat je aan een cao-controle begint.

[1] Op verzoek van cao-partijen kan de Inspectie SZW een onderzoek naar cao-naleving instellen op grond van artikel 10 Wet avv. Ook kan de Inspectie een onderzoek instellen naar naleving van artikel 8 van de Waadi. Daarvoor kan iedereen een melding doen.