Werknemers tegen kinkhoest vaccineren om jongste kinderen te beschermen

Iedereen die op het werk in direct contact komt met kinderen tot een half jaar oud zou van zijn of haar werkgever vaccinatie tegen kinkhoest aangeboden moeten krijgen. Voor de eigen gezondheid van de werknemers is zo’n vaccinatie niet nodig, maar wel om kwetsbare jonge kinderen te beschermen die aan hun professionele zorg zijn toevertrouwd. Dat schrijft de Gezondheidsraad in het advies Werknemers en kinkhoest: criteria voor vaccinatie dat vandaag aan de minister van SZW is aangeboden.

Werkgevers moeten zich houden aan de Arbeidsomstandighedenwet, waarin staat dat zij verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde werkplek voor werknemers. Daarbij dient ook oog te zijn voor de bescherming van derden, zoals bij infectieziekten.

De werknemers hebben zelf geen vaccinatie tegen kinkhoest nodig

Werknemers kunnen tijdens hun beroepsuitoefening door contact met andere mensen besmet raken met de voor kinkhoest verantwoordelijke bacterie Bordetella pertussis en daar ziek van worden. Bij gezonde volwassenen verloopt kinkhoest meestal zonder al te veel problemen of zelfs zonder symptomen en is behandeling niet nodig. Gezien dit milde verloop vindt de Gezondheidsraad het niet in het belang van werknemers dat werkgevers hen vaccinatie tegen kinkhoest aanbieden.

De allerjongsten zijn kwetsbaar voor kinkhoest en verdienen bescherming

Werknemers die besmet zijn met de kinkhoestbacterie kunnen al hoestend anderen besmetten. Vooral de jongste kinderen, tot een half jaar oud, kunnen daar erg ziek van worden en er in uitzonderlijke gevallen zelfs aan overlijden. Volgens het Rijksvaccinatieprogramma is een kind van zes maanden en ouder ten minste drie keer tegen kinkhoest gevaccineerd en zou dan gedurende een aantal jaar voldoende beschermd moeten zijn tegen kinkhoest. De Gezondheidsraad vindt dat onvolledig beschermde kinderen in bescherming genomen moeten worden.

Periodiek herhaalde vaccinatie voor hen die met jonge kinderen werken

Werknemers die in direct contact komen met jonge kinderen zouden door hun werkgever vaccinatie tegen kinkhoest aangeboden moeten krijgen. Dit geldt voor mensen die werken in het ziekenhuis (bijvoorbeeld op de afdelingen pediatrie, neonatologie of spoedeisende hulp), maar ook voor bijvoorbeeld werknemers in de kraamzorg, bij consultatiebureaus of in de kinderopvang. De beschikbare vaccins tegen kinkhoest bieden geen levenslange bescherming. Daarom moet vaccinatie tegen kinkhoest periodiek worden herhaald. De Gezondheidsraad adviseert om werknemers uit voorzorg eens in de vijf jaar vaccinatie tegen kinkhoest aan te bieden.

De publicatie Werknemers en kinkhoest: criteria voor vaccinatie (nr. 2017/07) is te downloaden op de website van de Gezondheidsraad.

Bron: Gezondheidsraad