- Zwangerschap en Werk
- Wettelijke voorschriften
- Voorschriften
- Borstvoeding en werk
- Overleg en voorlichting
- Websites aanvullende informatie
- Relevante wet- en regelgeving
Zwangerschap en Werk
- Zwangerschap en Werk
-
In Nederland zijn jaarlijks meer dan 180.000 vrouwen zwanger. Een deel hiervan werkt. De meeste werkgevers krijgen dus op een gegeven moment te maken met zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven. Het aandeel vrouwen in betaald werk neemt toe. Momenteel werkt iets meer dan de helft van de vrouwen.
Ook het percentage vrouwen dat na het bevallingsverlof borstvoeding geeft, stijgt. Direct na de bevalling geeft 80% van de vrouwen borstvoeding. Als zij na het bevallingsverlof weer gaan werken, geeft nog 40% borstvoeding. Na zes maanden is dit nog 30%.Mogelijke schade…
Arborisico’s kunnen van invloed zijn op de zwangerschap, het ongeboren kind en de zuigeling. Zo kunnen bepaalde risico’s leiden tot een miskraam, vroeggeboorte, aangeboren afwijkingen of een laag geboortegewicht. Ook kunnen bepaalde gevaarlijke stoffen en infectierisico’s worden doorgegeven aan de zuigeling. Naast de risico’s in de zwangerschap en periode van borstvoeding is ook de periode die daaraan voorafgaat van belang. Vòòr de zwangerschap kunnen bepaalde risico’s de vruchtbaarheid van zowel de vrouw als de man beïnvloeden. Ook kan het erfelijke materiaal in de eicellen (bij vrouwen) en zaadcellen (bij mannen) beschadigd worden. Deze risico’s (preconceptierisico’s) worden in deze special niet verder besproken. Voor meer informatie lees het preconceptieadvies van de Gezondheidsraad.
Verzuim
De belastbaarheid van de werkneemster zelf verandert door de zwangerschap en het geven van borstvoeding. Zo zijn de lichamelijke veranderingen in de zwangerschap aanzienlijk en vinden de veranderingen plaats in een relatief korte periode, circa 9 maanden. Het verzuim van zwangere werkneemsters is hoger dan dat van niet-zwangeren. Het verzuim is in de zwangerschap vooral hoog bij lichamelijk zwaar werk, bij werkstress en bij ploegendienst en nachtarbeid. Ook de werkhervatting na de bevalling wordt beperkt door lichamelijk zwaar werk en werkstress.
Effectieve maatregelen beschikbaar
Maatregelen gericht op het wegnemen of verminderen van de arbeidsrisico’s dragen bij aan een gezondere zwangerschap en minder gezondheidsklachten. Het is van belang dat de werkgever en werkneemster overleggen over het werk en de eventuele aanpassingen hiervan in de zwangerschap. Bij inhoudelijke vragen kunnen zij zich wenden tot de arbodienst of deskundigen zoals de bedrijfsarts en de arbeidshygiënist. Voorlichting aan zwangere werkneemsters zorgt voor een aanzienlijke afname van het zwangerschapgerelateerde verzuim. Goede afspraken over borstvoeding kunnen er voor zorgen dat alle voorzieningen getroffen zijn als de medewerkster na de bevalling weer aan het werk gaat.
Meer aandacht van belang
In de praktijk krijgt slechts een kwart van de zwangere werkneemsters op het werk voorlichting over zwangerschap en werk. Ook is het voor werkgevers en leidinggevenden vaak onvoldoende helder wat ze moeten doen bij een melding van zwangerschap en borstvoeding. Hierbij speelt een gebrek aan kennis van de wet- en regelgeving een rol. Organisaties kunnen baat hebben bij een zwangerenbeleid. In dit beleid kan helder worden gemaakt welke maatregelen genomen moeten worden bij een melding van zwangerschap en borstvoeding.
- Wettelijke voorschriften
-
Voorschriften arbeidsomstandigheden
De meeste voorschriften voor zwangerschap, borstvoeding en werk staan in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arbeidstijdenwet. De bepalingen worden van kracht zodra de vrouw haar zwangerschap aan de werkgever heeft gemeld. Dat geldt ook voor het geven van borstvoeding. De werkgever mag vragen om een schriftelijke zwangerschapsverklaring van een arts of verloskundige.
Overige wettelijke voorschriften
Voor zwangerschap en werk is ook de Ziektewet van belang. Bij arbeidsongeschiktheid wegens zwangerschap of bevalling kan de werkgever een Ziektewetuitkering aanvragen bij het UWV. Dit geldt ook bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Daarnaast besteedt de Stralingswetgeving speciale aandacht aan zwangere werkneemsters. De Wet Arbeid en Zorg (WAZO) beschrijft vooral de verlofregelingen. Het Burgerlijk Wetboek regelt de ontslagbescherming tijdens de zwangerschap, het zwangerschaps- en bevallingsverlof en een korte periode aansluitend aan dit verlof, wanneer het werk weer is hervat.
Ook vrijwilligsters
De werkgever is verplicht de zwangerschap en borstvoeding van werkneemsters te beschermen. De wet verplicht hem ook maatregelen te treffen voor vrijwilligsters.
Arbobeleidsregels en arbocatalogi
Voor zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding gelden de arbobeleidsregels 8 en 1.42. In deze beleidsregels geeft de overheid een concrete invulling van de wettelijke doelvoorschriften. De beleidsregels bevatten voorschriften over voorlichting en over de blootstelling aan trillingen, geluid, klimaat, lichamelijke belasting en gevaarlijke stoffen.
Sinds 1 januari 2007 is de nieuwe Arbowet- en –regelgeving van kracht. Sindsdien kunnen branches en sectoren in een arbocatalogus beschrijven hoe werkgevers en werknemers in de branche kunnen voldoen aan de wettelijke doelvoorschriften. Als in een branchespecifieke arbocatalogus afspraken zijn gemaakt over zwangerschap en arbeid worden voor deze branche de arbobeleidsregels ingetrokken. Alle arbobeleidsregels zullen op 1 januari 2010 vervallen.
[ 8 en 1.42 Arbobeleidsregels]
- Voorschriften
-
Risico's in kaart brengen
De werkgever is verplicht de arborisico’s in kaart te brengen. In de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie(RI&E) moet worden vastgelegd welke risico’s aanwezig zijn voor de zwangerschap, het ongeboren kind en de zwangere werkneemsters zelf.
De volgende arborisico’s kunnen van invloed zijn op de zwangerschap en het ongeboren kind: zware lichamelijke belasting, blootstelling aan gevaarlijke stoffen, blootstelling aan biologische agentia (infectierisico’s), werkstress, ploegendienst en nachtwerk, extreme kou of hitte, lawaai, trillingen, ioniserende straling, niet- ioniserende straling, werken onder overdruk en ongevaltrauma’s (door ongevallen en agressie &geweld).
[artikel 1.42 Arbobesluit]Maatregelen ter bescherming
De werkgever is verplicht het werk voor de zwangere werkneemster zo te organiseren dat het werk geen schadelijke gevolgen heeft voor de zwangerschap, het ongeboren kind en de werkneemster zelf. De wet schrijft de beheersmaatregelen voor en de volgorde waarin deze genomen moeten worden. Deze zijn:
- de risico’s wegnemen binnen de eigen functie en de eigen werkplek
- aanpassing van het werk en/of aanpassing van de werk- en rusttijden
- ander werk
- het tijdelijk vrijstellen van het verrichten van arbeid
Een volgende maatregel mag pas genomen worden, als een eerdere maatregel redelijkerwijs niet mogelijk is.
[artikel 1.42 Arbobesluit]Recht op aanpassing werk- en rusttijden
De zwangere werkneemster heeft recht op aanpassing van de werk- en rusttijden. De aanpassing bestaat uit:
- beperking van onregelmatig werk in het algemeen en nachtarbeid in het bijzonder
- extra pauzes
- maximering van het aantal werkuren per dag, maand en kwartaal
- gelegenheid om zwangerschapsonderzoeken te ondergaan
[artikel 4:5 t/m 4:7 Arbeidstijdenwet]
Recht op een rustruimte
In de zwangerschap heeft de werkneemster recht op het gebruik van een rustruimte. De ruimte moet beschikbaar zijn of snel beschikbaar gemaakt kunnen worden. Ook moet de ruimte geschikt zijn. Dit betekent tenminste: de ruimte is af te sluiten, heeft een bed of rustbank, is rustig en biedt privacy (is besloten).
[artikel 3.48 Arbobesluit]Expliciete verboden
De wet kent vier expliciete verboden voor een zwangere werkneemster. Zij mag in het werk niet:
- worden blootgesteld aan lood en zijn verbindingen
- worden blootgesteld aan Toxoplasma (Kattenziekte) en het Rubellavirus (Rodehond)
- werken onder overdruk zoals duiken en caissonarbeid
- werken in de ondergrondse winningindustrie
[artikelen 4.108, 4.109, 6.29 en 6.29a Arbobesluit]
Een voorbeeld op brancheniveau
De ziekenhuisbranche heeft in 2004 de Richtlijn Cytostatica gepubliceerd. Deze richtlijn besteedt expliciet aandacht aan medewerksters die zwanger zijn of borstvoeding geven. Hierbij worden de beheersmaatregelen voor zwangeren besproken in relatie tot de beheersmaatregelen voor álle medewerkers. Ook de Richtlijn Narcosegassen besteedt aandacht aan medewerksters die zwanger zijn of borstvoeding geven. Meer informatie kunt u vinden op de website van de Stichting Arbeidsmarkt Ziekenhuizen.
Een voorbeeld op bedrijfsniveau
In een fabriek werken vrouwen in de functie van productiemedewerkster, laborante, vertegenwoordigster en administratief medewerkster. Per functie is vastgesteld welke arborisico’s van belang zijn voor de zwangerschap. Vervolgens is afgesproken welke maatregelen genomen worden na een melding van zwangerschap. Zo krijgen vrouwen in de productie tijdelijk ander werk buiten de productiehal en in dagdienst. Voor de andere functies is benoemd welke arborisico’s een probleem kunnen vormen in de zwangerschap. Voor de leidinggevende en de medewerkster is voorlichtingsmateriaal ontwikkeld over deze risico’s. Zij kunnen nu in onderling overleg de maatregelen afspreken die schade in de zwangerschap moeten voorkomen. Desgewenst kunnen zij de arbodienst om advies vragen.
- Borstvoeding en werk
-
Na het bevallingsverlof kan de vrouw op het werk borstvoeding willen kolven om het later thuis aan haar kind te kunnen geven. Het komt ook voor dat de medewerkster haar kind in werktijd direct borstvoeding geeft. De wettelijke voorschriften gelden voor zowel het kolven als het direct geven van borstvoeding.
Rust/voedingsruimte en beschikbare tijd
In de periode van borstvoeding heeft de werkneemster recht op de beschikbaarheid van een rust- en voedingsruimte voor het nemen van rust, het geven van borstvoeding of om te kolven. Dit recht geldt voor de eerste 9 maanden na de bevalling. Bovendien mag de werkneemster in deze 9 maanden het werk zo vaak en zo lang als nodig onderbreken voor het geven van borstvoeding of om te kolven. Voor de duur van de onderbreking geldt wel een maximum, namelijk een kwart van de arbeidstijd.
[artikel 3.48 Arbobesluit en 4:8 Arbeidstijdenwet]Risico’s in kaart brengen
De werkgever is verplicht de arborisico’s in kaart te brengen. In de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E) moet worden vastgelegd welke risico’s aanwezig zijn voor de borstvoeding, de zuigeling en de werkneemster zelf die borstvoeding geeft. De volgende arborisico’s kunnen van invloed zijn op de borstvoeding of de zuigeling: blootstelling aan gevaarlijke stoffen, blootstelling aan biologische agentia (infectierisico’s) en werkstress.
[artikel 1.42 Arbobesluit]Maatregelen ter bescherming
De werkgever is verplicht het werk voor de werkneemster die borstvoeding geeft zo te organiseren dat het werk geen schadelijke gevolgen heeft voor de borstvoeding, de zuigeling of de werkneemster zelf. De wet schrijft de maatregelen voor en de volgorde waarin deze genomen moeten worden. Dit is al beschreven onder ‘Zwangerschap en werk’.
[artikel 1.42 Arbobesluit]Verboden in de periode van borstvoeding
De wet kent twee expliciete verboden voor een werkneemster die borstvoeding geeft. Zij mag in het werk niet:
- worden blootgesteld aan lood en zijn verbindingen
- werken in de ondergrondse winningindustrie
- Overleg en voorlichting
-
Overleg over maatregelen
Het is van belang dat de maatregelen voldoende bescherming bieden, uitvoerbaar zijn en niet leiden tot overbelasting van de directe collega’s. Overleg over de maatregelen tussen de werkgever, de leidinggevende en de zwangere werkneemster is daarom van belang.
Voorlichting werkneemster
De werkgever moet de werkneemster voorlichting geven, direct nadat zij haar zwangerschap heeft gemeld. De werkgever moet opnieuw voorlichting geven als de werkneemster meldt dat zij borstvoeding wil gaan geven of geeft. De voorlichting moet aandacht besteden aan de arborisico’s en de maatregelen. Ook moet het recht op aanpassing van werk- en rusttijden en de beschikbaarheid van een rustruimte of voedingsruimte aan de orde komen. Daarnaast moet duidelijk worden waar de werkneemster met vragen terecht kan. Dit kan de leidinggevende zijn of een onafhankelijke derde, zoals een arbodienst of bedrijfsarts.
Onderzoek laat zien dat werkneemsters die zijn voorgelicht over zwangerschap en werk, minder verzuimen in de zwangerschap. De voorlichting kan verzorgd worden door een interne deskundige. Als binnen het bedrijf de deskundigheid ontbreekt, kan de voorlichting verzorgd worden door de arbodienst of de bedrijfsarts.Voorlichting leidinggevende
In de praktijk speelt een leidinggevende een belangrijke rol bij de bescherming van zwangere werkneemsters. Hij is door de werkgever veelal belast met het op tijd nemen van de juiste maatregelen. Het is daarom belangrijk dat de leidinggevende op de hoogte is van de wet- en regelgeving, de arborisico’s en de maatregelen. Ook leidinggevenden moeten dus worden voorgelicht.
Voorlichting directe collega’s
Sociale steun van collega’s is belangrijk voor zwangere werkneemsters. Sociale steun draagt namelijk bij aan een positief verloop van de zwangerschap en minder verzuim. Het is daarom belangrijk dat de directe collega’s weten dat een collega zwanger is en dat daarom bepaalde maatregelen worden genomen. Een toelichting op de achtergronden van deze maatregelen kan bijdragen aan het begrip.
Kennis in branches
Vrouwen werken in alle beroepen en branches. Volgens de statistieken werken de meeste vrouwen in de gezondheids- en welzijnszorg, de financiële en zakelijke dienstverlening, de detailhandel, het onderwijs, de overheid en de horeca. In deze branches ontstaat steeds meer kennis en ervaring over zwangerschap en werk. Vrouwen kunnen echter ook werken in beroepen waar overwegend mannen werken, bijvoorbeeld als timmerman. In dit werk kan het soms wat extra moeite kosten om de aanpak in de zwangerschap en periode van borstvoeding vast te stellen. Hierbij kan het nuttig zijn een arbodienst of deskundige (zoals een bedrijfsarts of arbeidshygiënist) te raadplegen.
Beschikbare kennis
Over de arborisico’s en maatregelen in de zwangerschap is veel bekend, maar zeker niet alles. Dit betekent dat in de praktijk het effect van een bepaald arborisico voor de zwangerschap of borstvoeding onvoldoende bekend kan zijn. Bij onvoldoende kennis kan het voorzorgbeginsel toegepast worden. Dit betekent dat zolang de risico’s niet bekend zijn, een medewerkster in de zwangerschap en periode van borstvoeding niet aan dit risico wordt blootgesteld. Het voorzorgbeginsel moet worden toegepast in evenwicht met andere beginselen, zoals het evenredigheidsbeginsel. De maatregelen die worden genomen op basis van het voorzorgbeginsel moeten in redelijke verhouding staan tot de dreigende gevaren en risico’s.
- Websites aanvullende informatie
-
Algemene informatie
- Relevante wet- en regelgeving
-
- Arbowet artikel 3 lid 1, artikel 5 lid 1 en artikel 8 lid 1
- Arbobesluit, artikel 1.1 leden 5b en 5c, artikel 1.41, artikel 1.42, artikel 3.48, artikel 4.108, artikel 4.109, artikel 6.29, artikel 6.29a, artikel 9.5a
- Arbobeleidsregels 8 en 1.42
- Arbeidstijdenwet, artikelen 4:5 t/m 4:8
- Besluit stralingsbescherming, artikel 16, artikel 80, artikel 81
- Ziektewet, artikel 29 en 29a
- Burgerlijk Wetboek, artikel 7:629, artikel 7:667, lid 8 en artikel 7:670, lid 2 en 7
- Wet arbeid en zorg, hoofdstuk 3 en hoofdstuk 6

