Home > Thuiswerken
Info

Thuiswerken

 
Thuiswerken

Thuiswerk in Nederland

Telewerk en industrieel werk

Nederland kent verschillende soorten thuiswerk. Telethuiswerk is het meest bekend. Hierbij werkt iemand thuis en maakt gebruik van it- en telecommunicatievoorzieningen zoals een computer, telefoon, fax en internet. Dit is bijvoorbeeld het geval bij administratief werk, verkoop en projectmanagement. Naast telethuiswerk wordt ook eenvoudig industrieel werk thuis verricht. Voorbeelden zijn vouwwerk, inpakwerk, naaiwerk, montagewerk, enveloppen vullen en nietwerk. De afgelopen jaren is er een sterke toename van het telewerken en een afname van industrieel thuiswerk. Veel industrieel werk dat voorheen als thuiswerk werd uitgevoerd, vindt nu plaats in lage lonen landen. Slechts in een enkel geval wordt bij thuiswerk nog gewerkt met machines of gevaarlijke stoffen. Bepaald thuiswerk is de afgelopen jaren verboden, zoals het thuis pellen van garnalen (tenzij dat plaatsvindt in een door de overheid aangewezen ruimte).

Het volume thuiswerk

Zowel het aantal uren dat thuis gewerkt wordt als het aandeel dat thuiswerk uitmaakt van de arbeidstijd, kan verschillen. Zo kan er altijd thuis gewerkt worden of een vast deel van de arbeidstijd, bijvoorbeeld 2 dagen per week. Ook kan sprake zijn van incidenteel thuiswerk. In 2007 telewerkt bijna de helft van de werkenden soms of regelmatig thuis. Gemiddeld ging dit om circa 10 uur per week. Hoeveel mensen industrieel thuiswerk verrichten is niet duidelijk. Dat komt ondermeer doordat Nederland geen registratie kent van werkgevers die thuiswerk laten verrichten.

Een definitie van thuiswerk

De thuiswerkgever heeft een zorgplicht voor de thuiswerknemer, ook al kan hij geen direct toezicht houden tijdens het werk. Het is daarom belangrijk zo zuiver mogelijk te omschrijven wat de Arbowet en –regelgeving nu precies verstaat onder thuiswerk. Thuiswerk is werk dat een werkgever door een werknemer in een woning laat verrichten. Thuiswerk is ook werk dat wordt uitbesteed in het kader van een beroep of bedrijf aan iemand die in een woning werkt. Hierbij is alleen sprake van thuiswerk als degene die het werk aanneemt geen zelfstandige is. Een zelfstandige werkt (normaliter) ook voor anderen. Met thuiswerk wordt niet bedoeld arbeid áán een woning, zoals het werk van een schilder. Ook werk van verplegende, verzorgende of huishoudelijke aard is geen thuiswerk. De woning waar wordt gewerkt hoeft overigens niet de woning van de thuiswerknemer te zijn. Het begrip woning wordt ruim opgevat. Het kan ook gaan om een werkplaats die onderdeel is van een woning, caravan of garage.

Thuiswerk is afspraken maken

Thuiswerk kan plaatsvinden op basis van een arbeidsovereenkomst of publiekrechterlijke aanstelling. Ook kan thuiswerk worden uitgevoerd op basis van een overeenkomst voor aanneming van werk of opdracht. Van thuiswerk is ook sprake als iemand zonder dienstbetrekking thuis werkt onder het gezag van de werkgever, zoals bij een uitzendkracht of stagiair. De rode draad is dat thuiswerk moet worden afgesproken tussen de thuiswerkgever en de thuiswerknemer. Dit kan op drie niveaus: in een CAO, in een bedrijfsregeling en in een individueel contract. Bij een regeling over thuiswerk heeft de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging instemmingsrecht. Thuiswerken is geen opeisbaar recht, tenzij dit in een (collectieve) overeenkomst anders is afgesproken. Aan de andere kant kan een werkgever een werknemer niet dwingen thuis te werken, tenzij dit onderdeel was van een gesloten overeenkomst.

Thuis werken is niet altijd thuiswerk

Werkgevers die een werknemer thuiswerk laten verrichten of thuiswerk uitbesteden aan iemand die geen zelfstandige is, zijn thuiswerkgever. Maar, ben je ook thuiswerkgever als een werknemer thuis overwerkt? De Arbowet is hier niet helder over. Het ILO-verdrag 177 over thuiswerk heeft hier wel een visie op. Het verdrag stelt dat personen met een status als werknemer geen thuiswerkers worden als zij af en toe hun werk thuis uitvoeren in plaats van op de gebruikelijke plaats, namelijk op de locatie van de werkgever.
Een thuiswerknemer is een werknemer die in een woning werkt voor een thuiswerkgever en die niet als zelfstandige ook voor anderen werkt. Is een projectmanager een thuiswerknemer als hij, binnen een dienstverband van veertig uur per week, volgens afspraak twee dagen per week thuis werkt? Ja, want de werkgever en werknemer hebben afspraken gemaakt over het thuiswerk, het gaat om een structurele activiteit van enige omvang en de projectmanager is werknemer en geen zelfstandige. Op de dagen dat hij thuis werkt is hij een thuiswerknemer en is zijn werkgever een thuiswerkgever.

Voor- en nadelen van thuiswerk

Thuiswerk heeft een aantal voordelen. Mensen kunnen thuis vaak rustig en efficiënt werken. Daarnaast worden reistijd en files vermeden. Verder maakt thuiswerken het afstemmen van werk en privé verplichtingen zoals zorg, makkelijker. Thuiswerken kan ook nadelen hebben. Thuiswerkers hebben minder sociale contacten met hun collega’s. Ook kan thuiswerken leiden tot een te grote vermenging van werk en privé. 
Naast voordelen voor de individuele werkgevers en de werknemers heeft thuiswerken ook maatschappelijke voordelen zoals minder files, een beter milieu en hogere arbeidsparticipatie. Telewerken kan ook een (tijdelijke) oplossing bieden bij re-integratie van zieke werknemers en participatie van mensen met een arbeidshandicap. Verder past thuiswerken in de trend van plaats- en tijdonafhankelijk werken.

Thuiswerk groeit maar langzaam

Ondanks alle voorspellingen van de afgelopen jaren heeft thuiswerken nog geen hoge vlucht genomen. Een aantal factoren lijken de potentiële groei te remmen zoals onduidelijkheid over de reikwijdte van de zorgplicht van thuiswerkgevers en het ontbreken van direct controle van de thuiswerker. Daarnaast is de beveiliging van de informatie een aandachtpunt, bijvoorbeeld als vanuit huis toegang nodig is tot de ICT-systemen van de werkgever. Ook de kosten van thuiswerken kunnen een rol spelen.

Thuiswerk en wetgeving

Hoe ver gaat de zorgplicht?

Een werkgever heeft een zorgplicht voor de werknemer. Dit is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek en de Arbowet. Ook de thuiswerkgever heeft een zorgplicht voor de thuiswerknemer. Hoe ver gaat deze zorgplicht in de praktijk? In 2006 diende bij het Gerechtshof Amsterdam een hoger beroep dat was aangespannen door een thuiswerknemer tegen een thuiswerkgever. De thuiswerknemer vroeg om schadevergoeding omdat gezondheidsschade zou zijn veroorzaakt door het thuiswerk. De thuiswerkgever had vervolgens de bewijsopdracht aan te tonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. In het hoger beroep is geoordeeld dat de thuiswerkgever niet is geslaagd in het aan hem opgedragen bewijs. Het Gerechtshof stelde de thuiswerkgever aansprakelijk voor de schade van zijn ex-werkneemster.

Toezicht op de thuiswerker

Hoewel de thuiswerkgever een zorgplicht heeft voor de thuiswerknemer en vanuit die plicht toezicht wil kunnen houden op de arbeidsomstandigheden, heeft hij geen wettelijk recht om de woning van de thuiswerker te betreden. De thuiswerkgever en thuiswerknemer zullen dus goede afspraken moeten maken over het bezoek aan de woning. Alleen de bewoner kan uiteindelijk beslissen om de werkgever in de woning toe te laten. De Arbeidsinspectie is wel bevoegd om een woning waar thuiswerk wordt verricht binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

Algemene voorschriften uit de Arbowet

De Arbowet geldt voor thuiswerk. Dit betekent dat de voorschriften uit deze wet van toepassing zijn op thuiswerkgevers en thuiswerknemers. Zo moet de thuiswerkgever een zo goed mogelijk arbobeleid voeren. Ook moet de werkgever beschikken over een Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E). Deze RI&E moet aandacht besteden aan de risico’s van het thuiswerk. Ook moet de thuiswerkgever de thuiswerknemers (laten) voorlichten over de aard van het werk, de daaraan verbonden gevaren en de maatregelen die deze gevaren kunnen voorkomen of beperken. De Arbowet kent natuurlijk veel meer voorschriften dan die hiervoor genoemd zijn. De algemene regel is dat een werkgever thuiswerknemers dezelfde bescherming moet bieden als andere werknemers.

Algemene voorschriften uit het Arbobesluit

Het Arbobesluit is niet van toepassing op thuiswerk tenzij het Arbobesluit specifiek regels stelt voor thuiswerk. Het besluit stelt tientallen voorschriften voor thuiswerk, waaronder twee algemene voorschriften. Ten eerste is de thuiswerkgever verplicht gegevens over de thuiswerkers beschikbaar te hebben. Hierbij moeten tenminste van de thuiswerkers hun naam, het adres, de woonplaats, de werkzaamheden en de daarbij gebruikte stoffen, hulpmiddelen en werktuigen, geregistreerd worden. De andere algemene verplichting geldt voor de thuiswerknemer. Deze is verplicht een arbeidsongeval direct te melden aan de thuiswerkgever, zodat hij het ongeval kan melden aan de arbeidsinspectie.
[artikel 1.44 en 1.46 Arbobesluit].

Telewerken; specifieke voorschriften en voorbeelden

Specifieke voorschriften voor telewerken

Voor telewerken gelden naast de algemene bepalingen uit de Arbowet ook voorschriften voor fysieke belasting, beeldschermwerk en kunstverlichting. De fysieke belasting tijdens het telewerken moet zo veel als mogelijke worden voorkomen en de werkplek moet ergonomische worden ingericht. Voor beeldschermwerk is het van belang hoeveel tijd de thuiswerker gewoonlijk gebruik maakt van een beeldscherm. Als dit gewoonlijk tenminste twee uur per dag is dan ziet het Arbobesluit de thuiswerker als beeldschermwerker en gelden de artikelen 5.7 t/m 5.12 van het Arbobesluit. In dit geval moeten de organisatie van het beeldschermwerk, de inrichting van de beeldschermwerkplek en de bescherming van de ogen aan dezelfde eisen voldoen als op kantoor. link naar informatie over beeldschermwerk op het Arboportaal. Verder moet de werkplek voldoende voorzieningen voor kunstverlichting hebben.
Als de thuiswerknemer zelf al beschikt over een ergonomisch ingerichte werkplek waaronder een werktafel, een werkstoel, beeldschermapparatuur, programmatuur en voldoende voorzieningen voor kunstverlichting, dan hoeft de werkgever deze niet alsnog ter beschikking te stellen.
[artikelen 5.1 t/m 5.12, 5.15 en 6.30 Arbobesluit en artikelen 5.1 t/m 5.3 Arboregeling]

Voorbeeld brancheaanpak telewerken

De zorgverzekeraars hebben in de CAO 2007 – 2009 de randvoorwaarden voor telewerken vastgelegd. De tekst luidt:
“Indien een onderneming telewerken structureel als werkmethode inzet, gelden de volgende randvoorwaarden:

  1. Telewerken is in principe mogelijk voor alle functies, waarbij telewerken kan worden ingezet als werkmethode.
  2. Werknemers nemen vrijwillig deel aan de telewerkregeling, tenzij men als "telewerker" is aangenomen. Werkgever kan per werknemer een individuele afweging maken of telewerken tot de mogelijkheden behoort.
  3. De telewerkregeling wordt regelmatig geëvalueerd.
  4. Er moet voldoende aandacht worden besteed aan de organisatie van het werk en de balans tussen werk en privé.
  5. Bij het invoeren van telewerken zal er aandacht zijn voor de fiscale aspecten rond telewerken.
  6. Een met de ondernemingsraad overeengekomen telewerkregeling voldoet in ieder geval aan de volgende voorwaarden:
  • Regeling inrichting werkplek op basis van ARBO-normen inclusief werkinstructie.
  • Aantal dagen waarop thuis maximaal gewerkt gaat worden.
  • Communicatievoorzieningen die werknemer van werkgever verstrekt krijgt.
  • Eventuele vergoedingen die werknemer zal ontvangen.
  • Bepalingen omtrent evaluatie en bijstelling van de regeling.

Voorbeeld raamregeling Telewerken

In de raamregeling Telewerken van de Rijksoverheid zijn richtlijnen rondom telewerken opgenomen. De regeling gaat in op de volgende elementen:

  • Begripsafbakening.
  • De wijze waarop afspraken tussen telewerker en werkgever worden gemaakt en vastgelegd. Het gaat daarbij onder andere om afspraken over de inrichting van de werkplek, de computerapparatuur, de data (telefoon, modem), de wijze van terugkoppeling met de organisatie (werkoverleg, werkafspraken, functioneringsgesprek, aantal telewerkdagen).
  • De vergoeding van de kosten die met de voorgaande punten samenhangen (inrichtingskosten, apparatuurkosten, dataverbindindingskosten, kosten gebruik privé-ruimte).
  • De wijze waarop telewerken rijksdienstbreed kan worden ingevoerd en de wijze waarop daarover met de vertegenwoordigers van het personeel overleg gevoerd kan worden.
Overig thuiswerk; specifieke voorschriften

Thuiswerk anders dan telewerk is vaak licht industrieel werk. Dit werk kan leiden tot fysieke belasting door tillen of langdurig staan. Ook kan gewerkt worden met gevaarlijke stoffen of arbeidsmiddelen. De specifieke voorschriften hebben betrekking op deze aspecten.

Voorraad

De thuiswerkgever mag niet te veel voorraad, zoals grondstoffen of producten, stallen bij de thuiswerkers. De woning van de thuiswerker mag niet gebruikt worden als magazijn. Het in voorraad hebben van grote hoeveelheden grondstoffen of producten vergroot namelijk de kans op ongelukken of ongewilde gebeurtenissen.
[artikel 1.45 Arbobesluit]

Fysieke belasting en verlichting

De fysieke belasting door het thuiswerk moet zo veel als mogelijk worden voorkomen. De kracht voor tillen, dragen, duwen en trekken moet zo laag mogelijk worden gehouden. Verder moet de thuiswerknemer zo veel als mogelijk zittend kunnen werken. Ook moet aandacht bestaan voor repeterend werk. Verder moet de werkplek ergonomisch worden ingericht. De fysieke belasting en de inrichting van de werkplek moeten aan dezelfde eisen voldoen als op de locatie van de werkgever. link naar informatie over fysieke belasting en werkplekinrichting op het Arboportaal. Verder moet de werkplek voldoende voorzieningen voor kunstverlichting hebben. Als de thuiswerknemer zelf al beschikt over een ergonomisch ingerichte werkplek waaronder een werktafel en werkstoel en voldoende voorzieningen voor kunstverlichting, dan hoeft de werkgever deze niet alsnog ter beschikking te stellen.
[artikelen 5.1 t/m 5.12 en 5.15  en 6.30 Arbobesluit]

Werken met gevaarlijke stoffen

Thuiswerkers mogen slechts met een beperkt aantal gevaarlijke stoffen werken. In een woning is het namelijk niet goed mogelijk om voorzieningen te treffen voor het werken met alle soorten gevaarlijke stoffen. Zo is een bronafzuiging en speciale opslag thuis lastig te realiseren. Bij thuiswerk mag gewerkt worden met stoffen uit de volgende vier categorieën: schadelijk, irriterend, ontvlambaar en milieugevaarlijk. Als stoffen naast deze eigenschappen nog andere gevaarlijke eigenschappen hebben dan is het alsnog verboden om met deze stoffen te werken. De precieze verboden staan in artikel 4.110 van het Arbobesluit.
Als met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt moet de thuiswerkgever zorgen voor goede verpakking en etikettering. Ook moet hij blusmiddelen voor brand ter beschikking stellen die passen bij de stoffen waarmee gewerkt wordt. Overigens moet de thuiswerkgever de thuiswerknemer er op wijzen dat deze bij brand altijd de brandweer moet bellen. Verder moet de thuiswerkgever waar nodig persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking stellen aan de thuiswerknemer.
[artikelen 4.110 t/m 4.116  en 8.1 t/m 8.3 Arbobesluit]

Werken met arbeidsmiddelen.

Arbeidsmiddelen zijn bijvoorbeeld machines en apparaten, zoals naaimachines. Voor het gebruik van arbeidsmiddelen door thuiswerkers gelden dezelfde voorschriften als binnen een onderneming. Tekst over arbeidsmiddelen op het arboportaal. Van belang zijn de veiligheidsvoorzieningen, het onderhoud, reparaties en de kennis en ervaring van de thuiswerker in het gebruik van het arbeidsmiddel. Daarnaast worden aan arbeidsmiddelen in de thuissituatie aanvullende eisen gesteld. In de thuissituatie zijn er namelijk personen die niet vertrouwd zijn met (industriële) machines en apparaten, zoals  kinderen. De extra voorschriften gaan onder meer over beveiligingen zoals afscherming en noodstop en over het aansluiten van elektrische apparatuur. De details staan in de artikelen 7.41 en 7.42 van het Arbobesluit.
[artikelen 7.1 t/m 7.16 (m.u.v. 7.4a en 7.11a), 7.41 en 7.42 Arbobesluit]

Thuiswerk in de arbocatalogus

Telewerk komt in veel branches en sectoren voor. Gemiddeld telewerkt bijna de helft van alle werknemers. In de dienstensector wordt het meeste gebruik gemaakt van telewerk. In de sectoren handel en de overheid is het aantal mensen dat telewerkt het laagst. Circa 40% van de werknemers doet hier aan telewerken. Branches en sectoren kunnen in hun arbocatalogus aandacht besteden aan de manier waarop thuiswerkgevers kunnen voldoen aan de voorschriften van de Arbowet- en regelgeving. Dit kan thuiswerkgevers meer houvast geven bij het invullen van hun zorgplicht.

Relevante wet- en regelgeving en websites
Websites aanvullende informatie

Algemene informatie telewerken

Wetgeving

Checklists en modellen thuis- en telewerken

 

 

 

 

Clip-O-theek

Document acties