Opslag gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen moeten veilig worden opgeslagen. Voor het opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen in uw bedrijf moet u voldoen aan de eisen die gesteld worden in de richtlijn Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15 (PGS 15, sinds juni 2005).
In PGS 15 zijn de eisen voor brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid samengevoegd. Bij het verlenen van nieuwe vergunningen gebruiken veel gemeenten de richtlijn PGS 15. Voor bestaande opslag geldt nog de CPR 15 richtlijn.
U moet in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) de risico’s bij de opslag van gevaarlijke stoffen identificeren, inventariseren en evalueren. Ook moet u aangeven hoe u de risico’s beheerst.
Eisen aan opslag afhankelijk van de stof
In PGS 15 zijn regels opgenomen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Daarbij is een onderscheid gemaakt in kleine opslagen van gevaarlijke stoffen tot 10 ton en grote opslagen van gevaarlijke stoffen vanaf 10 ton. Er is geen onderscheid tussen de opslag van bestrijdingsmiddelen en overige gevaarlijke stoffen (met uitzondering van enkele details uit het Bestrijdingsmiddelenbesluit).
Kleine hoeveelheden minder gevaarlijke stoffen
De regels van PGS 15 voor opslag van gevaarlijke stoffen gelden niet voor bepaalde ondergrenzen van kleinere hoeveelheden minder gevaarlijke stoffen. De ondergrenzen liggen afhankelijk van de gevaarsaspecten en de hoeveelheid werkvoorraad van de stof tussen de 1 en 250 kg of liter. De stoffen waarvoor PGS 15 niet geldt, moeten wel verantwoord worden opgeslagen. Dat wil zeggen dat opslag niet op de werkvloer mag plaatsvinden tenzij het gaat om een werkvoorraad.
Hoeveelheden tot 10 ton
Voor opslagvoorzieningen tot 10 ton volstaat in veel gevallen een basisvoorziening. In bepaalde opslagsituaties wordt vanaf een opslaghoeveelheid van 2,5 ton een brand-detectiesysteem met doormelding geëist.
Hoeveelheden boven de 10 ton
Bij opslagvoorzieningen boven de 10 ton bepalen de gevaarsaspecten en het soort verpakkingsmateriaal van de stoffen het vereiste beschermingsniveau. Vanaf 10 ton worden drie verschillende beschermingsniveaus onderscheiden. Naarmate de brandbaarheid van een stof toeneemt, is een zwaarder beschermingsniveau noodzakelijk. In de regels van deze richtlijn is dit onder meer vertaald in de eisen die aan de aanwezigheid en uitvoering van branddetectie, bluswateropvang, brandbestrijdings- en brandbeveiligingssystemen moeten worden gesteld.
Werkvoorraad
U mag een werkvoorraad op de werkvloer hebben. De werkvoorraad van de gevaarlijke stof moet in een gesloten verpakking zitten en niet meer zijn dan 1 dag verbruik of 1 batch. De werkvoorraad mag zich niet bevinden in de rijroute van vorkheftrucks of andere transportmiddelen.
Ongewilde gebeurtenissen
Ongewilde gebeurtenissen moeten worden voorkomen, bijvoorbeeld door gevaarlijke hoeveelheden en concentraties te voorkomen of ervoor te zorgen dat er geen ontbrandingsbronnen aanwezig zijn die brand en explosies kunnen veroorzaken. Zie Arbobesluit artikel 4.6. Ook moeten procedures worden opgesteld zodat maatregelen worden getroffen om de gevolgen van een ongewilde gebeurtenis zoveel mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld door de werknemers direct in te lichten en te zorgen dat zij zich naar een veilige zone gaan. Zie Arbobesluit artikel 4.7.
Twijfelt u over de juiste wijze van het opslaan van stoffen in uw bedrijf? Win dan advies in bij de leverancier van de stoffen, bij een gespecialiseerd adviesbureau of neem contact op met uw arbodienst.
Meer informatie
Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15; Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen
