Etikettering
Een etiket op de verpakking van een gevaarlijke stof geeft de eerste noodzakelijke informatie om er zonder risico’s mee te kunnen werken. Wanneer een etiket ontbreekt op de verpakking moet u direct contact opnemen met de leverancier.
Volgens de nieuwe Europese regels voor het werken met gevaarlijke stoffen, REACH, moeten producenten én verkopers weten welke gevaarlijke stoffen in producten zitten. Naast een etiket moet uw leverancier u ook een Veiligheidsinformatieblad (VIB) leveren. In sommige gevallen pas na uw verzoek. Meer informatie vindt u bij de REACH-helpdesk.
De eisen voor verpakking en etikettering van gevaarlijke stoffen zijn beschreven in art. 4.1c lid i van het Arbobesluit.
Wat moet er op een etiket staan
Een etiket moet voorzien zijn van:
- de naam van de stof
- de bijbehorende gevaarssymbolen - deze hebben voorgeschreven afmetingen en moeten zwart zijn met oranje-gele achtergrond
- R-zinnen - deze geven de gevaren (Risks) van de stof aan
- S-zinnen - deze geven veiligheidsaanbevelingen (Safety)
- Nederlandse tekst
Verder moet een etiket onuitwisbaar zijn, goed zichtbaar, duidelijk leesbaar en stevig zijn aangebracht.
Meer informatie over gevaarssymbolen en R- en S-zinnen.
Meer informatie
- Etikettering vervoer gevaarlijke stoffen
- Folder Herkenning gevaarlijke stoffen
- Wetgeving; Arbobesluit Artikel 4.112 Verpakking en etikettering
- MKB Chemie 2005
- Arbokennisnet samenvatting van dossier Etikettering
-
Verordening over de indeling, etikettering en verpakking van chemische stoffen en mengsels (EU-GHS)
