Convenant Stoffen
Het Convenant Stoffen liep van 30 januari 2004 tot 31 december 2006. Het convenant had tot doel: versterken van de kennisinfrastructuur en de communicatie over stoffen binnen productketens, branches en bedrijven. Hierdoor kunnen bedrijven een goede evaluatie van de risico’s van het werken met stoffen maken en kan men maatregelen nemen om de risico’s voor mens en milieu te verminderen.
Deelnemende organisaties
Werkgeversorganisaties VNO-NCW, MKB-Nederland, vijf ministeries (SZW, EZ, VROM, VWS en V&W) en 14 branches sloegen de handen ineen;
- Nederlandse Vereniging van Zeepfabrikanten (NVZ)
- Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI)
- Verbond van Handelaren in Chemische Producten (VHCP)
- Nederlandse Cosmetica Vereniging (NCV)
- Federatie Metaal- en Elektrotechnische bedrijven (FME)
- Vereniging van Nederlandse Tapijtfabrikanten (VNTF)
- Scheeps-, industrie-, milieu- en technische onderhoudsactiviteiten (SITO)
- Vereniging Textielindustrie Nederland (VTN)
- Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB)
- Brancheorganisatie voor de rubber- en kunststofindustrie (Federatie NRK)
- Gemengde- en speelgoedbranche (Gebra)
- Orthopedisch schoentechnici (NVOS)
- Kunstenaarsbranche
- Tandheelkundige branche
Deze branches stelden een actieplan op en voerden het uit. In de actieplannen stond de aanpak van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen in de betreffende branche centraal.
Branches, productketens en bedrijven konden gedurende de looptijd van het convenant toetreden door het tekenen van een verklaring en door het opstellen en uitvoeren van een actieplan stoffen. In de eindevaluatie vindt u een overzicht van hetgeen in de afgelopen jaren bereikt is.
Eindevaluatie Convenant stoffen januari 2007
Conclusie
De conclusie is dat het Convenant Stoffen is geslaagd en haar beoogde doelen heeft bereikt. In het Nederlandse bedrijfsleven is mede dankzij het convenant en het SZW-programma VASt (Versterking Arbeidsomstandighedenbeleid Stoffen) de bewustwording van risico’s van stoffen vergroot en de kennisinfrastructuur over deze risico’s en is de beheersing daarvan verbeterd. Ook de onderlinge uitwisseling van gegevens over stoffen en de communicatie tussen branches is geïntensiveerd (essentieel in REACH).
