Rechten en plichten werknemers

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven

De werkgever is verplicht om de gezondheid van moeder en kind tijdens de zwangerschap en tijdens de periode van borstvoeding zo goed mogelijk te beschermen. Uitgangspunt hierbij is dat de werknemer tijdens de zwangerschap en de periode van borstvoeding zoveel mogelijk het eigen werk kan blijven doen, in de eigen functie en op de eigen werkplek.

Zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven

Verlof
De werknemer heeft recht op zwangerschap- en bevallingsverlof. Dat verlof kan 4 tot 6 weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum ingaan en duurt tot minimaal 10 weken na de bevalling. De duur van het zwangerschapsverlof is bij elkaar ongeveer 16 weken.

Informatie

In de Arbowet is opgenomen dat de werkgever een zwangere werknemer binnen twee weken na melding informeert over:

  • de mogelijke gevaren van het werk voor haar en het (ongeboren) kind tijdens zwangerschap en borstvoeding;
  • de maatregelen om deze gevaren voor haar en het ongeboren kind te voorkomen / te beperken;
  • de aanpassing van de werk- en rusttijden bij zwangerschap;
  • de arbeidsvoorwaardelijke consequenties;
  • de afsluitbare rustruimte in het bedrijf voor zwangere en borstvoeding gevende werknemer. 

De werkgever is verplicht de arbeidsrisico's in de RI&E te vermelden. In de RI&E moet worden vastgelegd welke risico’s aanwezig zijn voor de borstvoeding, de zuigeling en de werknemer zelf die borstvoeding geeft. De volgende risico’s kunnen van invloed zijn op de borstvoeding of de zuigeling: blootstelling aan gevaarlijke stoffen, blootstelling aan biologische agentia (infectierisico’s) en werkstress. De zwangere werknemer ontvangt een kopie van dit onderdeel van de RI&E zodat zij dit zelf kan nalezen. Zo kan zij de gezondheid van haar ongeboren kindje ook zelf beschermen.

Voorlichting

De werkgever moet de werknemer voorlichting geven, direct nadat zij haar zwangerschap heeft gemeld. De werkgever moet opnieuw voorlichting geven als de werknemer meldt dat zij borstvoeding wil gaan geven of geeft. De voorlichting moet aandacht besteden aan de arborisico’s en de maatregelen. Ook moet het recht op aanpassing van werk- en rusttijden en de beschikbaarheid van een rustruimte of voedingsruimte aan de orde komen. Daarnaast moet duidelijk worden waar de werknemer met vragen terecht kan.

Onderzoek laat zien dat werknemers die zijn voorgelicht over zwangerschap en werk, minder verzuimen tijdens de zwangerschap. De voorlichting kan verzorgd worden door een interne deskundige. Als binnen het bedrijf de deskundigheid ontbreekt, kan de voorlichting verzorgd worden door de arbodienst of de bedrijfsarts.

Beperking risico’s

Werkt de zwangere werknemer met gevaarlijke stoffen of moet zij veel tillen en dragen? Dan moet de werkgever haar werkzaamheden aanpassen. Om risico's voor een zwangere werknemer en haar ongeboren kind te beperken, geldt een aantal wettelijke plichten (inclusief zorgplicht) en een aantal overige maatregelen.

Wettelijke plichten (inclusief zorgplicht):

  • De werkgever is verplicht het werk voor de zwangere werknemer zo te organiseren dat het werk geen schadelijke gevolgen heeft voor de zwangerschap, het ongeboren kind en de werknemer zelf. De wet schrijft de beheersmaatregelen voor en de volgorde waarin deze genomen moeten worden. Deze zijn:
    - de risico’s wegnemen binnen de eigen functie en de eigen werkplek; 
    - aanpassing van het werk en/of aanpassing van de werk- en rusttijden; 
    - ander werk;
    - het tijdelijk vrijstellen van het verrichten van arbeid.
    Een volgende maatregel mag pas genomen worden, als een eerdere maatregel redelijkerwijs niet mogelijk is.
  • De zwangere werknemer heeft recht op aanpassing van de werk- en rusttijden. De aanpassing bestaat uit:
    - beperking van onregelmatig werk in het algemeen en nachtarbeid in het bijzonder;
    - extra pauzes; 
    - maximering van het aantal werkuren per dag, maand en kwartaal;
    - gelegenheid om zwangerschapsonderzoeken te ondergaan.
  • De wet kent vier expliciete verboden voor een zwangere werknemer. Zij mag in het werk niet:
    - worden blootgesteld aan lood en zijn verbindingen; 
    - worden blootgesteld aan Toxoplasma (Kattenziekte) en het Rubellavirus (Rodehond);
    - werken onder overdruk zoals duiken en caissonarbeid ;
    - werken in de ondergrondse winningindustrie.
  • Tijdens de zwangerschap en tot drie maanden na de bevalling moet het handmatig tillen van lasten zoveel mogelijk beperkt worden. Is tillen toch nodig, dan moet het in één handeling te tillen gewicht minder dan 10 kilo zijn. Vanaf de twintigste week van de zwangerschap mag er niet vaker meer dan 10 keer per dag maximaal vijf kilo getild worden. Vanaf de dertigste zwangerschapsweek niet vaker dan vijf keer maximaal 5 kilo. Daarnaast mag er tijdens de laatste drie maanden van de zwangerschap niet vaker dan éénmaal per uur gebukt, gehurkt, geknield of staande voetpedalen bediend worden.
  • Het is verboden de zwangere werknemer te laten werken met lood en loodverbindingen: deze stoffen zijn zeer schadelijk.
  • Het is verboden arbeid te verrichten waarbij de zwangere werknemer kan worden blootgesteld aan het Rubellavirus of toxoplasmose, tenzij gebleken is dat zij hiervoor immuun is. Ook bepaalde biologische agentia zijn schadelijk. Dit type stoffen is besmettelijk en kan gemakkelijk ontstaan in slachterijen en bij afvalverwerking. De zwangere werknemer heeft het recht deze werkzaamheden te weigeren.
  • Het is verboden werkzaamheden onder overdruk (caissonarbeid) of duikwerkzaamheden te verrichten.

Overige maatregelen:

  • Voldoende rustpauzes tijdens het werk wanneer de zwangere werknemer staand werk verricht.
  • Tijdens de zwangerschap mag de werknemer niet worden blootgesteld aan sterke lichaamstrillingen of schokken.
  • Zorg dat het geluidsniveau niet boven de 80 dB(A) komt.
  • Voorkom blootstelling aan stoffen die de gezondheid van de zwangere werknemer en het ongeboren kind in gevaar kunnen brengen, zoals kankerverwerkkende stoffen.
  • Het is van belang dat de maatregelen voldoende bescherming bieden, uitvoerbaar zijn en niet leiden tot overbelasting van de directe collega’s. Overleg over de maatregelen tussen de werkgever, de leidinggevende en de zwangere werknemer is daarom van belang.

Borstvoeding en afkolven

Gedurende de eerste 9 maanden na de bevalling heeft de werknemer het recht het werk te onderbreken om in alle rust en afzondering haar kind borstvoeding te geven dan wel af te kolven. Er dient voor de moeder op de werkplek een hygiënische en van binnen afsluitbare kamer te zijn. De onderbreking kan zo vaak en lang als nodig is plaatsvinden, maar niet langer dan ten hoogste een vierde van de arbeidstijd per dienst.

Aanpassen van arbeids- en rusttijden

In de Arbeidstijdenwet zijn bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de arbeids- en rusttijden van zwangere en borstvoeding gevende werkneemsters. Een zwangere werknemer heeft, tot zes maanden na de bevalling, recht op:

  • regelmatige arbeids - en rusttijden;
  • maximaal 10 uur arbeid per dienst en gemiddeld 45 uren per 16 weken;
  • extra pauzes (1/8 van de arbeidstijd);
  • een geschikte, afsluitbare ruimte om te rusten (met bed of rustbank) of te kolven;
  • geen overwerk of nachtdiensten;
  • zwangerschapsonderzoek tijdens werktijd.

Zwangerschap en de Ziektewet

Voor zwangerschap en werk is ook de Ziektewet van belang. Bij arbeidsongeschiktheid wegens zwangerschap of bevalling kan de werkgever een Ziektewetuitkering aanvragen bij het UWV. Dit geldt ook bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Daarnaast besteedt de Stralingswetgeving speciale aandacht aan zwangere werkneemsters. De Wet Arbeid en Zorg (WAZO) beschrijft vooral de verlofregelingen. Het Burgerlijk Wetboek regelt de ontslagbescherming tijdens de zwangerschap, het zwangerschaps- en bevallingsverlof en een korte periode aansluitend aan dit verlof, wanneer het werk weer is hervat.

Toolkit Kinderwens, zwangerschap en werk

In april 2011 is de toolkit Kinderwens, zwangerschap en werk gelanceerd door RIVM/Centrum voor Bevolkingsonderzoek en Erfocentrum. Hierin is informatie opgenomen over arbeidsomstandigheden die een nadelige invloed kunnen hebben op de vruchtbaarheid, zwangerschap en de gezondheid van een zuigeling (via de borstvoeding). De toolkit ondersteunt professionals en werkgevers bij het geven van voorlichting aan mensen met een kinderwens, zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven.

De toolkit bevat onder meer algemene communicatiemiddelen, zoals een folder en poster, en informatiebladen over giftige stoffen die van invloed zijn op de voortplanting. Ook zit er een informatiekompas in, met experts en bronnen die professionals kunnen raadplegen om vragen van cliënten of medewerkers te beantwoorden.

In het onderdeel zwanger worden, op de site van RIVM, vindt u alle benodigde voorlichtingsproducten om ervan bewust te worden dat er voor de zwangerschap al veel gedaan kan worden om het kind een gezonde start te geven. 

In het onderdeel middelen vindt u verschillende brochures over het krijgen van kinderen en wat te doen tijdens de zwangerschap.

In 2011 werden in een RIVM-project op basis van informatie uit de LCI-richtlijnen, van het NCvB/KIZA en van de SBO de biologische agentia van de Europese communautaire lijst aangevuld met een zwangerschapsnotitie; tenminste daar waar nu informatie over bestaat. Deze aanvulling pretendeert niet volledig te zijn maar biedt een leuk overzicht. Meer kunt u lezen in het desbetreffende rapport.

Ook is de zwangerwijzer beschikbaar, een test van het Arfocentrum en de Erasmus Universiteit die kan dienen als checklist voor vrouwen die zwanger zijn of willen worden.