GHS
Gevaaraanduidingen, voorzorgsmaatregelen en pictogrammen
EU-GHS introduceert het signaalwoord 'gevaar' (danger) en 'waarschuwing' (warning). De signaalwoorden worden afzonderlijk van elkaar gebruikt. Als het signaalwoord ‘gevaar' op het etiket staat, wordt het signaalwoord ‘waarschuwing' niet vermeld.
Gevarenaanduiding en voorzorgsmaatregelen
De R(isk)- en S(afety)-zinnen van de Stoffenrichtlijn vervallen per 1 juni
2015.
EU-GHS gebruikt H-zinnen (van hazard = gevarenaanduiding) en P-zinnen
(van precautionary = voorzorgsmaatregelen). Deze zinnen zijn opgenomen
in respectievelijk bijlage III en bijlage IV van de
verordening.
Voorbeelden gevarenaanduiding:
- H271: kan brand of ontploffingen veroorzaken, sterk oxiderend.
- H318: veroorzaakt ernstig oogletsel.
- H410: zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
Voorbeelden voorzorgsmaatregelen:
- P102: buiten bereik van kinderen houden.
- P211: niet in open vuur of op andere ontstekingsbronnen spuiten.
- P336: bevroren lichaamsdelen met lauw water ontdooien, niet wrijven.
De verordening bevat ook criteria voor gevaarseigenschappen (bijvoorbeeld voor bepaalde fysische of milieugevaren) die momenteel niet in VN-GHS zijn opgenomen en waarvoor aanvullende gevarenaanduidingen nodig zijn. Daarom is de tekst van enkele R-zinnen uit de Stoffenrichtlijn en enkele 'preparatenzinnen' uit de Preparatenrichtlijn in de verordening opgenomen als ‘EUH-aanduidingen'. Bijlage II van de verordening beschrijft wanneer de EUH-zinnen vermeld moeten worden.
Voorbeeld EU H-aanduiding:
- EUH014: reageert heftig met water.
- EUH066: herhaalde blootstelling kan een droge of een gebarsten huid veroorzaken.
- EUH071: bijtend voor de luchtwegen.
Pictogrammen
EU-GHS introduceert nieuwe pictogrammen. Aangezien de indelingssystematiek ook is veranderd, is het niet mogelijk een omzetting te geven van het huidige EU-pictogram naar het GHS-pictogram. Via de indeling van de stof in de EU-GHS-systematiek wordt ook het bijbehorende pictogram duidelijk. De gevarenpictogrammen moeten de vorm hebben van een vierkant op zijn punt. Elk gevarenpictogram moet ten minste 1/15 deel van het oppervlak beslaan en een oppervlak hebben van minimaal 1 cm2. Stoffen en mengsels moeten dus opnieuw worden beoordeeld voordat een nieuwe pictogram op het etiket wordt geplaatst.
