Houtstof
De risico's van blootstelling aan houtstof
Houtstof ontstaat bij het verwerken of bewerken van hout. Blootstelling aan houtstof kan een risico voor de gezondheid vormen.
Wat is het risico?
Stof van hardhout is sinds 1998 in Nederland en Europa geclassificeerd als een kankerverwekkende stof. Voorbeelden van hardhout zijn: beuken, eiken, kersen, noten, mahonie, meranti en teak.
Veel houtsoorten bevatten stoffen die irriterend zijn voor huid, ogen en slijmvliezen. Sommige houtsoorten zorgen voor huiduitslag en/of eczeem, zoals grenen, meranti, merbau en iroko. Bij een aantal houtsoorten, zoals padoek en wengé, kunnen splinters voor (flinke) ontstekingen zorgen. In een enkel geval zorgt inademing van houtstof zelfs voor braakneigingen of maagkramp (zoals bij de houtsoort afromosia).
Allergie als gevolg van blootstelling aan bepaalde houtsoorten komt vrij regelmatig voor. Bekende houtsoorten die allergie kunnen veroorzaken, zijn onder andere: grenen, western red ceder, iroko, robinia, eiken en teak.
Houtstof en met name hardhout zijn opgenomen in de lijst van kankerverwekkende stoffen. Vooral hardhout kan long- en neuskanker veroorzaken bij langdurige blootstelling. Voor zachthout is de kankerverwekkendheid minder duidelijk aangetoond.
Behalve van gezondheidseffecten is er bij houtstof sprake van explosiegevaar. Dit gevaar kan worden bepaald met de ATEX-module van de Stoffenmanager.
Waar komt een werknemer het tegen?
Houtstof komt vrij bij het zagen, schuren en schaven van hout. De hoeveelheid stof is afhankelijk van het materiaal waarmee werknemers werken. Zo komt bij plaatmateriaal zoals mdf meer stof vrij dan bij multiplex of massief hout.
Snel draaiend of bewegend gereedschap verspreidt meer stof dan langzaam bewegend gereedschap. En scherp gereedschap produceert minder stof dan bot gereedschap.
Wettelijke verplichtingen
Voor de risico-inventarisatie en -evaluatie moet de werkgever de blootstelling aan houtstof beoordelen. Voor hardhoutstof moet een werkgever de bepalingen volgen zoals die gelden voor de kankerverwekkende en mutagene stoffen.
Voor hardhoutstof geldt op de arbeidsplek een wettelijke grenswaarde in de lucht van 2 mg/m3 als gemiddelde bij 8 uur blootstelling. De streefwaarde is 0,2 mg/m3 en dit betekent dat de werkgever ook inderdaad moet proberen deze lagere waarde te realiseren.
In het Arbobesluit staat in artikel 4.5 dat het verboden is kankerverwekkende stoffen te recirculeren, tenzij bij recirculatie na filtering de teruggevoerde lucht nooit meer dan 10% van de grenswaarde bevat. Voor de concentratie houtstof in retourlucht is dit 0,2 mg/m3.
Binnen de houtbranches heeft men afgesproken dat bij aanschaf van nieuwe houtbewerkingsmachines, waar mogelijk en haalbaar, een grens wordt aangehouden van 1 mg/m3 in de lucht (emissiewaarde). De blootstelling moet dus in ieder geval zo laag zijn als technisch mogelijk is. Hierbij is de streefwaarde een eerste doel.
Maatregelen
Bij het nemen van maatregelen om blootstelling te verlagen, is een werkgever verplicht de arbeidshygiënische strategie te volgen, het voorgeschreven stappenplan om de blootstelling te verlagen.
Aanbevolen maatregelen bij de omgang met houtstof zijn bijvoorbeeld:
- Kies materiaal dat zo weinig mogelijk stof veroorzaakt.
- Kies een werkmethode die minder stof verspreidt.
- Kies gereedschap met goede (punt)afzuiging.
- Onderhoud afzuiginstallaties en gereedschap.
- Maak de werkplek regelmatig schoon door te zuigen, dus niet door vegen.
- Beperk het aantal werknemers dat wordt blootgesteld aan stof.
- Geef voorlichting en instructie over houtstof en de preventieve maatregelen.
- Deel persoonlijke beschermingsmiddelen uit als bovenstaande maatregelen onvoldoende resultaat opleveren.
- Gebruik voor het verwijderen van houtstof een industriestofzuiger.
Overige tips
Explosiegevaar moet worden voorkomen of beperkt. Als er geen stof in de ruimte is, kan er ook geen explosie plaatsvinden. Een halve millimeter houtstof of meer zorgt al voor explosiegevaar. Naast aandacht voor individuele machines moet er dan ook aandacht zijn voor het schoonhouden van de werkvloer. Verwijder stof zonder te ‘wervelen’. Dus niet vegen maar opzuigen of nat verwijderen.
