Gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen zijn stoffen die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. Deze stoffen kunnen zitten in verpakte producten, zoals schoonmaakmiddelen, kitten, verven en smeermiddelen. Ook kunnen gevaarlijke stoffen tijdens het werk ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn lasrook, hout- en kwartsstof en dieselmotoremissie.
Wat is het risico?
Gevaarlijke stoffen kunnen gezondheidsschade opleveren omdat ze bijvoorbeeld giftig, corrosief, irriterend, brandgevaarlijk, kankerverwekkend, mutageen, bedwelmend, explosief of schadelijk voor de voortplanting zijn. Ook kunnen gevaarlijke stoffen overgevoeligheidsverschijnselen veroorzaken.
De effecten en de ernst daarvan zijn afhankelijk van de bewuste stof, van de mate (hoeveelheid) en duur van de blootstelling, van de eigenschappen van de persoon die is blootgesteld aan de stof en van de omstandigheden waarin de blootstelling optreedt.
Gezondheidsklachten kunnen direct optreden, maar ook pas jaren na de blootstelling. Ook kunnen ze plotseling optreden nadat iemand jarenlang zonder klachten blootgesteld is aan de stof.
Wettelijke eisen
Een werkgever is verplicht te zorgen voor een veilige en gezonde werkplek voor werknemers. Voor de risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) moet een werkgever ook de blootstelling aan gevaarlijke stoffen beoordelen. Onder meer door te inventariseren aan welke stoffen werknemers worden blootgesteld en in welke mate (hoeveelheid). Waar de blootstelling hoger is dan het niveau waarbij gezondheidsschade optreedt, moeten maatregelen worden getroffen. Bij sommige stoffen kunnen de regels strenger zijn. Dat is afhankelijk van het soort gevaar.
De werknemer is verplicht instructies op te volgen en veilig en gezond te werken voor zichzelf en collega’s. Voor bepaalde categorieën medewerkers gelden speciefieke regels, in het bijzonder voor jeugdigen, zwangere werknemers en werknemers die borstvoeding geven.
Herken een risico
Gevaarlijke stoffen kunnen gezondheidsschade geven bij een te hoge blootstelling aan deze stoffen. Voor elke stof op de werkplek moet de werkgever bepalen of de blootstelling mogelijk te hoog is. Daarvoor zijn enkele hulpmiddelen beschikbaar. Deze zijn echter indicatief en geven geen zekerheid.
Bij producten is op de verpakking onder meer aangegeven of ze stoffen bevatten die gevaarlijk zijn volgens de etiketteringsrichtlijnen. Een gevaarssymbool geeft aan om welk type gevaar het gaat. Zogeheten R- en S-zinnen op het etiket geven meer informatie over de gevaarseigenschappen van de stof en de bijbehorende veiligheidsaanbevelingen. Als gevolg van de nieuwe etiketteringsrichtlijn, die sinds 2008 van kracht is (GHS, EU-verordening 1272/2008), zullen geleidelijk alle stoffen en preparaten op een nieuwe manier worden ingedeeld en geëtiketteerd.
De leverancier van producten is verplicht om in bepaalde gevallen een veiligheidsinformatieblad (VIB) te leveren, onder meer als de stof of het preparaat als gevaarlijk is aangemerkt. Op het veiligheidsinformatieblad is gedetailleerde informatie opgenomen, onder andere over risico's voor veiligheid en gezondheid. Dit zijn in veel gevallen niet alle risico's van stoffen. Ook geeft een VIB vaak geen goed inzicht in de blootstelling op de individuele werkplek. Het VIB vervangt dus niet de risico-inventarisatie & -evaluatie, maar kan wel behulpzaam zijn bij het opstellen van een RI&E. In de Europese verordening voor chemische stoffen (REACH, annex II) zijn de eisen opgenomen waaraan een VIB moet voldoen.
Maatregelen voor de start
Als de informatie uit de RI&E aangeeft dat de bewuste stof ernstig gevaar omvat, moet de werkgever de arbeidshygiënische strategie volgen. Deze strategie ziet er als volgt uit:
1. Bronmaatregelen – Een werkgever moet
eerst de oorzaak van het probleem wegnemen. Bijvoorbeeld: de schadelijke stof
vervangen door een veiliger alternatief.
2. Collectieve maatregelen - Als
bronmaatregelen niet mogelijk zijn, moet de werkgever collectieve maatregelen
nemen om risico’s te verminderen. Bijvoorbeeld: afscherming of een
afzuiginstallatie plaatsen.
3. Individuele maatregelen - Als collectieve
maatregelen niet kunnen of ook (nog) geen afdoende oplossing bieden, moet de
werkgever individuele maatregelen nemen. Bijvoorbeeld: het werk zo organiseren
dat werknemers minder risico lopen (taakroulatie).
4. Persoonlijke beschermingsmiddelen - Als de
bovenste drie maatregelen geen effect hebben, moet de werkgever gratis
persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken. Bijvoorbeeld: adembescherming en
handschoenen. Dit mag over het algemeen alleen als tijdelijke maatregel.
De maatregelen op de verschillende niveaus hebben nadrukkelijk een hiërarchische volgorde. De werkgever moet dus eerst de mogelijkheden op een hoger niveau onderzoeken voordat besloten wordt tot maatregelen uit een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende en economische redenen). Dit is het redelijkerwijs-principe. Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw.
Maatregelen tijdens het werk
Vervolgens dient de werkgever de werknemers voor te lichten en te instrueren over de aard van de stoffen, hoe zij ermee moeten werken en welke veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. Dit dient geregeld herhaald te worden.
Tijdens de werkzaamheden dient de werkgever adequaat toezicht te houden op de voorgeschreven werkwijzen.
Het werk moet steeds zo ingericht zijn dat blootstellingsgrenswaarden niet overschreden worden. Om hierop zicht te houden moeten schattingen worden gemaakt of metingen worden uitgevoerd om inzicht te krijgen in de mate van blootstelling.
Als er geen wettelijke grenswaarde bestaat voor de aanwezige stoffen, dan moet een werkgever zelf bedrijfsgrenswaarden opstellen of laten opstellen. Een arbodienst of gespecialiseerd adviesbureau kan de werkgever daarin bijstaan.
Als ondanks alle maatregelen toch een mate van blootstelling te verwachten is die misschien boven de grenswaarde uitkomt, dan dienen aanvullende maatregelen te worden genomen om het risico te beperken, zoals taakroulatie, het langduriger ter beschikking stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen (met beoordeling van de mogelijke gezondheidseffecten daarvan), en de mogelijkheid om een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek, het PAGO te ondergaan.
Brochures
Contact met gevaarlijke stof zonder ongewild vrijkomen van die stof
Beknopte analyse van arbeidsgerelateerde ongevallen waarbij het slachtoffer tijdens het werk betrokken is bij activiteiten of situaties waarbij men direct in contact kan komen met gevaarlijke stoffen. De analyse is gebaseerd op 90 aan de Inspectie SZW gemelde ongevallen van 1998 tot 2004.
Open document "Contact met gevaarlijke stof zonder ongewild vrijkomen van die stof"
