Home > Arbo A t/m Z > E > Explosiegevaar
Info

Explosiegevaar

Werkgever

Brandbare stoffen en gassen kunnen in bepaalde situaties explosies veroorzaken. Neem daar maatregelen tegen. Zo beschermt u de gezondheid en veiligheid van uw werknemers.

De omstandigheden voorafgaand aan een explosie zijn meestal:

  • weinig of geen ventilatie
  • activiteiten in besloten ruimten (Een besloten ruimte is alleen via een kleine opening te bereiken en te verlaten. Werken in besloten ruimten is daarom extra risicovol. Veel ongevallen gebeuren doordat werknemers de risico’s niet of onvoldoende kennen)
  • producten die open en bloot staan (zoals bij overgieten, schilderwerk, mengen )

Wat moet?

Werkt u met brandbare stoffen die explosies kunnen veroorzaken? Dan dient u in uw Risico-Inventarisatie en –Evaluatie de situatie te beoordelen. Uit deze beoordeling moet blijken in hoeverre de werkplek in één van de volgende gevarenzones zit:
  • Zone 0: In deze zone bestaat meer dan 1000 uur per jaar gevaar voor gasexplosies. Dit is bijvoorbeeld het geval in het binnenste van een reactievat. Ook een open vat met een brandbaar oplosmiddel is een gevarenbron voor zone 0.
  • Zone 1: In deze zone bestaat tussen 10 en 1000 uur per jaar gevaar voor gasexplosies. Voorbeelden van zulke zones zijn: de naaste omgeving van zone 0, en gebieden rondom breekbare apparatuur of leidingen van glas.
  • Zone 2: In deze zone bestaat minder dan 10 uur per jaar gevaar voor gasexplosies. Voorbeelden van zulke zones zijn: plekken rondom zones 0 en 1, en opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen.
  • Werkt u met stoffen die stofexplosies kunnen veroorzaken? Deel de werkplek dan - op dezelfde manier als bij gevaar voor gasexplosies - in gevarenzones 20 t/m 22 in.

Hoe gevaarlijker een zone, hoe strenger de wettelijke eisen aan de inrichting van zo'n zone. In de wet is bepaald welk materieel en welke beveiligingssystemen per zone gebruikt moeten worden. Ook bestaan er per zone verschillende regels voor het gebruik van dit materieel en deze beveiligingssystemen.

Plaats een waarschuwingsbord op plekken met explosiegevaar. Dit bord moet driehoekig zijn. De achtergrondkleur is geel. Hierop komen de letters EX in het zwart. En rondom komt een zwarte rand. De kleur geel moet minimaal 50% van het bordoppervlak in beslag nemen.

Wat mag?

Raadpleeg het Chemiekaartenboek en kijk of u ook met andere minder risicovolle stoffen kunt werken. Kijk voor opslag van stoffen in de regels die Arbeidsinspectie en gemeenten opstelden.
De hoeveelheid van een explosiegevoelige stof bepaalt of zone-indeling noodzakelijk is. De ondergrenzen vindt u in de Nederlandse praktijkrichtlijnen NPR 7910-1 (Richtlijn voor het indelen van gevarenzones bij gasontploffingsgevaar) en NPR 7910-2 (Richtlijn voor het indelen van gevarenzones bij stofontploffingsgevaar). De normen zijn niet bindend en u hebt dan ook een zekere mate van vrijheid bij de toepassing van de normen. Echter, het minimaal vereiste beschermingsniveau moet worden bereikt.
Let op: Een situatie is niet automatisch veilig als de hoeveelheid aanwezige brandbare stof minder is dan de ondergrens die in de NPR staat.

Wat helpt?

Sinds juni 2005 is er voor bedrijven en overheden de Publikatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15 (PGS 15) richtlijn beschikbaar voor de opslag van gevaarlijke stoffen.

Werknemer

Brandbare stoffen en gassen kunnen in bepaalde situaties explosies veroorzaken. Bijvoorbeeld bij weinig of geen ventilatie, activiteiten in besloten ruimten of bij producten die open en bloot staan. Zorg dat u zich bewust bent van de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen.

Explosiegevaar is aanwezig als u werkt met:

  • brandbare vloeistoffen, zoals alcohol, terpentine, aceton en ether
  • brandbare gassen, zoals waterstof, biogas en acetyleen
  • brandbare vaste stoffen, zoals kleine deeltjes of poeders als meel, suiker, veevoeder en houtstof

Als deze stoffen in uw bedrijf worden overgeslagen of opgeslagen is er ook kans op explosiegevaar.

Er zijn verschillende soorten explosies:

  • Gasexplosies: deze ontstaan doordat ontsnapt gas, damp of nevel van vloeistoffen of gassen, zich mengt met zuurstof. Zodra het gas in contact komt met een ontstekingsbron kan het ontploffen. De belangrijkste ontstekingsbronnen zijn open vuur, vlammen en vonken.
  • Stofexplosies: deze ontstaan als poedervormige stof – zoals meel, zaagsel of suiker – in de lucht gaat wervelen. Dit kan gebeuren door ventilatie, turbulentie of windstoten. Bij een stofexplosie vindt een relatief trage verbranding plaatst waarbij de druk snel kan oplopen.

Wat moet?

Uw werkgever moet ervoor zorgen dat het werken met gevaarlijke stoffen geen gevaar oplevert voor uw veiligheid en gezondheid. Hij is verplicht een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) uit te voeren waarin hij aangeeft wat de risico’s voor werken met gevaarlijke stoffen zijn. De maatregelen om gevaarlijke situaties te voorkomen of te beperken moet hij opnemen in het Plan van Aanpak. U moet van hem voorlichting en onderricht krijgen over deze maatregelen.

Als u met brandbare stoffen werkt die explosies kunnen veroorzaken, moet uw werkgever uw werkplek indelen in gevarenzones. Uit de beoordeling van de RI&E moet blijken in welke gevarenzone uw werkplek zit. Hoe gevaarlijker een zone, hoe strenger de wettelijke eisen aan de inrichting van zo’n zone. In de wet is bepaald welk materieel en welke beveiligingssystemen per zone gebruikt mogen worden en hoe.

Een aantal maatregelen die u en uw werkgever kunnen nemen zijn:

  • Zorg voor voldoende ventilatie en persoonlijke bescherming bij het vrijkomen van producten bij bijvoorbeeld overgieten, schilderwerk en mengen.
  • Plaats waarschuwingsborden op plekken met explosiegevaar. Een waarschuwingsbord is een driehoekig, zwartomrand geel bord, met de letters ‘EX’ in het zwart.
  • Gebruik geen open vlam voor verwarming, maar een explosieveilige elektrische voorziening.
  • Werk in een zuurkast of onder voldoende afzuiging.

Wat mag?

  • Raadpleeg het Chemiekaartenboek en kijk of u ook met andere, minder risicovolle stoffen kunt werken.
  • Kijk voor de opslag van stoffen in de regels die Arbeidsinspectie en gemeenten hebben opgesteld.
  • Probeer uw werkgever te overtuigen om zo min mogelijk gevaarlijke stoffen op te slaan.

Wat helpt?

  • Wees u bewust van de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen.
  • Gebruik geen glazen flessen groter dan twee liter en gebruik zoveel mogelijk een veiligheidskan.
  • Houd, bijvoorbeeld als laboratoriummedewerker, zo weinig mogelijk brandgevaarlijke en watergevaarlijke stoffen in voorraad. 

Preventiemedewerker

Brandbare stoffen en gassen kunnen in bepaalde situaties explosies veroorzaken. Uw werkgever moet daar maatregelen tegen nemen. Zo beschermt uw werkgever de gezondheid en veiligheid van de werknemers.

De omstandigheden voorafgaand aan een explosie zijn meestal:

  • weinig of geen ventilatie
  • activiteiten in besloten ruimten (Een besloten ruimte is alleen via een kleine opening te bereiken en te verlaten. Werken in besloten ruimten is daarom extra risicovol. Veel ongevallen gebeuren doordat werknemers de risico’s niet of onvoldoende kennen)
  • producten die open en bloot staan (zoals bij overgieten, schilderwerk, mengen )

Wat moet?

Wordt er gewerkt met brandbare stoffen die explosies kunnen veroorzaken? Dan dient uw werkgever in de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie de situatie te beoordelen. Uit deze beoordeling moet blijken in hoeverre de werkplek in één van de volgende gevarenzones zit:

  • Zone 0: In deze zone bestaat meer dan 1000 uur per jaar gevaar voor gasexplosies. Dit is bijvoorbeeld het geval in het binnenste van een reactievat. Ook een open vat met een brandbaar oplosmiddel is een gevarenbron voor zone 0.
  • Zone 1: In deze zone bestaat tussen 10 en 1000 uur per jaar gevaar voor gasexplosies. Voorbeelden van zulke zones zijn: de  naaste omgeving van zone 0, en gebieden rondom breekbare apparatuur of leidingen van glas.
  • Zone 2: In deze zone bestaat minder dan 10 uur per jaar gevaar voor gasexplosies. Voorbeelden van zulke zones zijn: plekken rondom zones 0 en 1, en opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen.

Wordt er gewerkt met stoffen die stofexplosies kunnen veroorzaken? Dan dient de werkplek - op dezelfde manier als bij gevaar voor gasexplosies - in gevarenzones 20 t/m 22 te worden ingedeeld.

Hoe gevaarlijker een zone, hoe strenger de wettelijke eisen aan de inrichting van zo'n zone. In de wet is bepaald welk materieel en welke beveiligingssystemen per zone gebruikt moeten worden. Ook bestaan er per zone verschillende regels voor het gebruik van dit materieel en deze beveiligingssystemen.

Op plekken met explosiegevaar dient een waarschuwingsbord te worden geplaatst. Dit bord moet driehoekig zijn. De achtergrondkleur is geel. Hierop komen de letters EX in het zwart. En rondom komt een zwarte rand. De kleur geel moet minimaal 50% van het bordoppervlak in beslag nemen.

Wat mag?

Uw werkgever kan het Chemiekaartenboek raadplegen en kijken of er ook met andere, minder risicovolle stoffen kan worden gewerkt. Kijk voor opslag van stoffen in de regels die Arbeidsinspectie en gemeenten opstelden.

De hoeveelheid van een explosiegevoelige stof bepaalt of zone-indeling noodzakelijk is. De ondergrenzen kan uw werkgever vinden in de Nederlandse praktijkrichtlijnen NPR 7910-1 (Richtlijn voor het indelen van gevarenzones bij gasontploffingsgevaar) en NPR 7910-2 (Richtlijn voor het indelen van gevarenzones bij stofontploffingsgevaar). De normen zijn niet bindend en uw werkgever heeft dan ook een zekere mate van vrijheid bij de toepassing van de normen. Echter, het minimaal vereiste beschermingsniveau moet worden bereikt.

Let op: Een situatie is niet automatisch veilig als de hoeveelheid aanwezige brandbare stof minder is dan de ondergrens die in de NPR staat.

Wat helpt?

Sinds juni 2005 is er voor bedrijven en overheden de Publikatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15 (PGS 15) richtlijn beschikbaar voor de opslag van gevaarlijke stoffen.

 

Clip-O-theek

Document acties