Aanrijdgevaar
Werkgever
Dagelijks wordt er op verschillende plaatsen in het land op of langs de openbare weg gewerkt. De werkzaamheden kunnen variëren van het plegen van onderhoud aan de weg tot het maaien van de berm of het plaatsen van verkeersborden, en van het aanleggen van kabels en leidingen tot het vervangen van straatverlichting of het snoeien van bomen.
Bij werk op of langs de weg zijn goede veiligheidsmaatregelen nodig om werknemers te beschermen tegen het gevaar van een aanrijding. De werknemers bevinden zich namelijk als voetganger op een locatie met (vracht)auto’s, motoren, brommers en fietsen. Afhankelijk van de situatie moet u bekijken welke veiligheidsmaatregelen u moet treffen om een aanrijdrisico te voorkomen.
Wat moet?
Uw werkgever is verplicht de gezondheid en veiligheid van zijn werknemers te beschermen. Dat geldt ook als het werk op of langs de weg – dus buiten uw bedrijf – plaats vindt. Werken de werknemers op of langs de weg dan moet u ervoor zorgen dat u inzicht hebt in het gevaar dat zij lopen tijdens het uitvoeren van hun werk. Daarnaast moet u de werknemers bewust maken van de risico’s van de werkzaamheden. Geef ze duidelijke informatie over de risico’s en instructies om veilig te werken. De Arbowetgeving kent overigens geen specifieke voorschriften voor het werken op of langs de openbare weg.
Een aantal factoren is bepalend voor de keuze van de te nemen maatregelen:
- de afstand tussen de werkzaamheden en het verkeer. Is de afstand tot het verkeer groter, dan kan er met minder maatregelen worden volstaan dan wanneer de werkzaamheden op of direct naast de rijbaan plaatsvinden.
- de snelheid van het langsrijdende verkeer
- de tijdsduur van de werkzaamheden
- het type weg waar langs of op gewerkt wordt
Maatregelen kunnen zijn:
- het dragen van kleding met een hoge zichtbaarheid, bijvoorbeeld reflecterende kleding (NEN471)
- werken volgens strikte veiligheidsinstructies
- het plaatsen van een afzetting, bijvoorbeeld verkeerskegels, een voertuigkerende scheiding of een rijdende afzetting
- het plaatsen van extra verlichting bij slecht weer of bij werkzaamheden in het donker
- een snelheidsbeperking voor de weggebruikers
- het werk door meerdere werknemers laten doen, als er iets gebeurt dan is er altijd hulp
Is een van de werknemers aangereden en is er sprake van een ernstig arbeidsongeval, dan bent u verplicht dit te melden bij de Arbeidsinspectie (AI). De AI doet vervolgens onderzoek naar de oorzaken van het ongeval. Blijkt dat u de regels niet of niet juist heeft nageleefd, dan zal de AI maatregelen nemen. Dit kan variëren van een waarschuwing of een boete tot het per direct stilleggen van het werk.
Wat mag?
Werken op of langs de weg is en blijft risicovol. Toch kunt u in een aantal gevallen een risicoafweging maken bij uw keuze aan maatregelen. Factoren die daarbij een rol spelen zijn:
- de tijdsduur waarin werknemers worden blootgesteld aan een aanrijdgevaar; het risico bij zeer kortdurende werkzaamheden (minder dan dertig minuten) is kleiner dan bij werkzaamheden van twee uur
- de afstand tot de rijbaan; werkzaamheden op enige afstand van het verkeer zonder maatregelen zijn soms veiliger dan het plaatsen van maatregelen vlak naast langsrijdend verkeer
- de mate van afscherming van werknemers met en zonder maatregelen
- het wel of niet buiten de werkvoertuigen werken door de werknemers. Het aanrijdrisico buiten voertuigen is groter.
Wat helpt?
- Laat werknemers een cursus volgen over veilig werken voor wegwerkers.
- Spreek werknemers erop aan als zij zich niet aan de regels houden.
- Zorg voor goed onderhouden materiaal voor afzettingen en borden; materiaal dat stevig staat en niet kan omvallen, wegglijden of door de wind gedraaid kan worden.
Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) heeft een tweetal publicaties over richtlijnen bij werk aan de weg:
- publicatie 96a over maatregelen voor werk in uitvoering op autosnelwegen
- publicatie 96b over maatregelen voor werk in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom
Werknemer
U kent waarschijnlijk als geen ander het risico van het werken aan de weg (of het spoor). De klus moet gedaan worden terwijl het verkeer vlak naast u voorbij raast. Uw werkgever moet daarom maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat u uw werk veilig kunt doen en het aanrijdrisico zo klein mogelijk is. Welke maatregelen nodig zijn, is afhankelijk van de situatie. Verschillende factoren spelen een rol.
Wat moet?
Werk aan de weg
U moet uw werk veilig kunnen doen. Daarom moet uw werkgever aanrijdrisico’s in kaart brengen. Hij moet de risico’s kennen tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden (met en zonder maatregelen) en bij het plaatsen en verwijderen van markering/afzettingen. Voor wegwerkers is een wettelijke vrije ruimte van 1.10 meter vastgesteld voor de bewegingsruimte en de afzetting naast de rijstrook. Zowel bij het inrichten, onderhouden en weghalen van, als bij het werken achter wegafzettingen moet het personeel gebruik maken van de voorgeschreven signaalkleding (NEN471). Afhankelijk van de wegbeheerder verschillen de eisen. Rijkswaterstaat hanteert de Richtlijnen en Specificaties voor veiligheidskleding bij Wegwerkzaamheden (AVV, 1995), waarin onder andere een nadere precisering van de toe te passen klasse, achtergrondkleur en figuratie en kleur van de retroflecterende striping is vastgelegd.
Werk aan het spoor
Bij werk aan de spoorbaan gelden de richtlijnen in het Normenkader Veilig Werken (NVM). Per 1 januari 2006 mag bij werk aan het spoor in 75 procent van de gevallen geen trein rijden (buitendienststelling). Bij spooronderhoud geldt daarom in principe buitendienststelling; op het traject van de werkzaamheden rijden dan geen treinen.
Voorafgaand aan het werk moet bekend zijn welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn om veilig te kunnen werken. Bij spooronderhoud moet u persoonlijke beschermingsmiddelen dragen.
Wat mag?
Werk aan de weg
Uw werkgever mag bij de keuze uit veiligheidsmaatregelen aanrijdrisico’s afwegen. Factoren die daarbij een rol spelen zijn:
- tijdsduur (hoe lang duren de werkzaamheden)
- de afstand tot de rijbaan (werk op enige afstand van het verkeer zonder maatregelen is soms veiliger dan het plaatsen van afzettingen vlak naast langsrijdend verkeer)
- de mate van afscherming van de wegwerkers met (en zonder maatregelen)
- of u en uw collega’s alleen vanuit of ook buiten voertuigen werken. Het aanrijdrisico buiten voertuigen is groter. (Als het werk vanuit voertuigen gedaan kan worden, worden meestal rijdende afzettingen toegepast).
Het nemen van (een mix) maatregelen heeft eigenlijk alleen zin als daardoor het gevaar kleiner wordt dan het aanrijdrisico’s zonder maatregelen.
Werk aan het spoor
Werkzaamheden aan het spoor mogen ook gedaan worden zonder buitendienststelling als daar goede veiligheidstechnische redenen voor zijn.
Wat helpt?
Werk aan de weg
Achter een voertuigkerende scheiding (langsafzetting) is het aanrijdrisico minimaal en vergelijkbaar met het werken buiten de obstakelvrije zone.
De publicatiereeks Werk in uitvoering pakket 96a /96b van CROW (nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) beschrijft richtlijnen bij werk aan de weg.
Werk aan het spoor
Het aanrijdrisico vermindert als een veiligheidsman niet langer collega’s die aan de rails werken hoeft te waarschuwen dat er een trein aankomt (persoonlijke waarneming). De branchenormering, ‘buitendienstelling, tenzij’ is veiliger.
Preventiemedewerker
Bij werk aan de weg of aan het spoor zijn goede veiligheidsmaatregelen nodig om werknemers te beschermen tegen aanrijdrisico. Welke maatregelen een werkgever moet treffen, is afhankelijk van de situatie. Bij de keuze voor het gebruik van beschermingsmaatregelen spelen verschillende factoren een rol.
Wat moet?
Werk aan de weg
Bij wegwerkzaamheden moet de werkgever zorgen voor de veiligheid van medewerkers en weggebruikers. Voordat het werk begint, moet hij daarom aanrijdrisico’s in kaart brengen. De werkgever moet weten welke gevaren medewerkers lopen tijdens het uitvoeren van de wegwerkzaamheden (met en zonder maatregelen) en bij het plaatsen en verwijderen van markering/afzettingen. Voor wegwerkers is een wettelijke vrije ruimte van 1.10 meter vastgesteld voor de bewegingsruimte en de afzetting naast de rijstrook. Zowel bij het inrichten, onderhouden en weghalen van, als bij het werken achter wegafzettingen moet het personeel gebruik maken van de voorgeschreven signaalkleding (NEN471). Afhankelijk van de wegbeheerder verschillen de eisen. Rijkswaterstaat hanteert de Richtlijnen en Specificaties voor veiligheidskleding bij Wegwerkzaamheden (AVV, 1995), waarin onder andere een nadere precisering van de toe te passen klasse, achtergrondkleur en figuratie en kleur van de retroflecterende striping is vastgelegd.
Werk aan het spoor
Per 1 januari 2006 mag bij werk aan het spoor in 75 procent van de gevallen geen trein rijden (buitendienststelling). Bij spooronderhoud geldt daarom in principe buitendienststelling. Bij werk aan de spoorbaan gelden de richtlijnen vastgelegd in het Normenkader Veilig Werken (NVM). Dit document biedt opdrachtgever/ontwerper en opdrachtnemers een kader om invulling te geven aan eigen (branche-)richtlijnen, getoetst binnen de huidige wetgeving en zo mogelijk aan nationale en internationale normen. Het is een resultaat van de samenwerking tussen ProRail en de Stichting Arbeidsomstandigheden en Spoorwegveiligheid (SAS). In 2006 is het NVM door Prorail en procesaannemers geactualiseerd. De opdrachtgever moet voordat het werk begint een analyse maken van risico’s en beschrijven welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn om veilig te kunnen werken. Werknemers moeten bij spooronderhoud persoonlijke beschermingsmiddelen dragen.
Wat mag?
Werk aan de weg
Een werkgever mag aanrijdrisico’s afwegen. Factoren die daarbij een rol spelen zijn:
- tijdsduur (hoe lang duren de werkzaamheden)
- de afstand tot de rijbaan (werk op enige afstand van het verkeer zonder maatregelen is soms veiliger dan het plaatsen van maatregelen vlak naast langsrijdend verkeer)
- de mate van afscherming van de wegwerkers met (en zonder maatregelen)
- of wegwerkers vanuit of ook buiten voertuigen werken
- het aanrijdrisico buiten voertuigen is groter (als het werk vanuit voertuigen gedaan kan worden, worden meestal rijdende afzettingen toegepast). Het nemen van (een mix) maatregelen heeft eigenlijk alleen zin als daardoor het gevaar kleiner wordt dan het aanrijdrisico’s zonder maatregelen.
Werk aan het spoor
Van de buitendienststelling mag afweken worden als daar goede veiligheidstechnische redenen voor zijn.
Wat helpt?
Werk aan de weg
Achter een voertuigkerende scheiding (langsafzetting) is het aanrijdrisico minimaal en vergelijkbaar met het werken buiten de obstakelvrije zone.
De publicatiereeks Werk in uitvoering pakket 96a /96b van CROW, nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte, over richtlijnen bij werk aan de weg.
Werk aan het spoor
Het aanrijdrisico vermindert als een veiligheidsman niet langer collega’s die aan de rails werken hoeft te waarschuwen dat er een trein aankomt (persoonlijke waarneming). De branchenormering, ‘buitendienstelling, tenzij’ is veiliger.

