Gevaarlijke stoffen
Fysische explosies
Ongevallen waarbij het slachtoffer werkt met apparaten, toestellen of voorwerpen die onder druk kunnen staan of zich tijdens het werk wel eens in de directe nabijheid hiervan bevinden. Met apparaten, toestellen of voorwerpen die onder druk kunnen staan bedoelen we hier:
- Gesloten systemen of vaten die onder normale omstandigheden onder druk staan of door personen tijdens het werk onder druk gezet worden (voorbeelden: gascylinders en opslagbollen, maar ook (auto)banden, industri�le slagroomspuiten en holle vaten die als onderdeel van het productieproces afgeperst worden),
- Gesloten systemen of vaten die bij impact of (reguliere of toevallige) opwarming kunnen exploderen.
Chemische explosies
Ongevallen waarbij het slachtoffer werkt met explosiegevaarlijke stoffen of zich tijdens het werk in de directe nabijheid hiervan bevindt. Onder explosiegevaarlijke stoffen worden verstaan:
- Vaste explosieven (zoals vuurwerk, (zelfgemaakte) bommen, dynamiet etc),
- Ontvlambare stoffen (damp, stof) zoals organische stof, vluchtige oplosmiddelen of handelsproducten die vluchtige oplosmiddelen bevatten, zoals spuitbussen, verf, lijmen, thinner, benzine, etc.. of andere damp- of gasvormige explosieve stoffen (LPG, aardgas, acetyleen, etc..),
- Stoffen die explosief kunnen reageren als ze in contact komen met andere stoffen (bijvoorbeeld water, etc.) of onder ongewenste omstandigheden (bijvoorbeeld in een te hete omgeving).
Vrijkomen van stoffen uit een niet afgesloten tank/verpakking
Ongevallen waarbij het slachtoffer werkt met hete vloeistoffen of andere gevaarlijke stoffen die zich in open vaten bevinden, of het zich tijdens werk in de directe nabijheid hiervan bevinden. Met gevaarlijke stoffen bedoelen we biologische, radioactieve, giftige, bijtende of irriterende stoffen, maar ook potten en pannen met hete vloeistoffen, zoals vloeibare metalen, frituurvet, water, stoom, koffie, thee, soep of extreem koude vloeistoffen. Met open vaten bedoelen we tanks, drums, containers, kannen, bakken, emmers, pannen en flessen die niet vloeistofdicht afgesloten zijn (dus die open zijn of met deksels die het vat niet vloeistofdicht afsluiten).
Contact met gevaarlijke stof zonder ongewild vrijkomen van die stof
Ongevallen waarbij het slachtoffer tijdens het werk betrokken is bij activiteiten of situaties waarbij men direct in contact kan komen met gevaarlijke stoffen. Het gaat om
- het toepassen van middelen met schadelijke bestanddelen zoals schoonmaakmiddelen, verf met oplosmiddelen, ontvettingsmiddelen etc.,
- het hanteren van mogelijk vervuilde objecten (bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen aan de buitenkant van een container of ander voorwerp) of het verwijderen van gevaarlijke stoffen (afvalstoffen, vervuilde grond, morsingen) of
- andere activiteiten waarbij men onbedoeld met een gevaarlijke stof in aanraking kan komen bijvoorbeeld met de hand in een vat met hete vloeistof komen, het nuttigen van voedsel of dranken in de nabijheid van gevaarlijke stoffen, etc. Van belang is dat het hier niet gaat om situaties waarbij de stof per ongeluk uit een vat of container stroomt. De analyse is gebaseerd op een in het programma Storybuilder vastgelegd model.
Ongewild vrijkomen van een gevaarlijke stof uit een gesloten tank/vat/leiding
Ongevallen waarbij het slachtoffer werkt met, of tijdens het werk in de directe nabijheid is van gesloten systemen met gevaarlijke stoffen. Met gesloten systemen bedoelen we: leidingen, vaten, containers, flexibele slangen, flessen, ketels, tanks, tankwagens, etc.., die normaliter dicht zijn. Onder gevaarlijke stoffen worden verstaan biologische stoffen, radioactieve, giftige, bijtende of irriterende stoffen, hete en zeer koude stoffen en\of stoffen die onder hoge druk kunnen ontsnappen.
Brand (Open vuur)
Ongevallen waarbij het slachtoffer
- brandgevaarlijke werkzaamheden uitvoert of tijdens het werk in de directe nabijheid is van anderen dit dergelijke werkzaamheden uitvoeren. Dit zijn werkzaamheden waarbij onstekingsbronnen aanwezig zijn of kunnen ontstaan door vonken of heet worden. Voorbeelden zijn het werken met lasmachines, branders, slijpmachines (heet werk), maar ook koken, boren, zagen;
- werkt met of tijdens het werk in de directe nabijheid is van (systemen met) brandgevaarlijke stoffen;
- tijdens het werk actief betrokken is bij brandbestrijding en\of reddingsactiviteiten bij een brand (inclusief branden welke worden aangestoken ten behoeve van oefeningen).

